CO2-reductieplan: 25% in 2020

Een pakket maatregelen als handreiking aan het kabinet, dat is het idee achter het Urgenda 40puntenplan. De overheid heeft nog 2 jaar om 25% CO2-reductie in 2020 ten opzichte van 1990 te realiseren. Er zijn nog veel mogelijkheden, als er vaart gemaakt wordt.

Oplossingen extra CO2 reductie

De overheid moet in 2020 25% CO2 reduceren ten opzichte van 1990 om te voldoen aan de uitspraak van de Rechtbank en het Hof Den Haag in de Klimaatzaak. De overheid stelt in februari 2018 op basis van cijfers van het PBL dat maatregelen genomen moeten worden om ongeveer 9 Megaton extra reductie van CO2-uitstoot te realiseren. De overheid zegt dat het moeilijk is en daarom reiken wij ze de hand met oplossingen. Wij vermoeden dat het gat wel eens groter dan 9 Megaton zou kunnen zijn. Dus voor de zekerheid leveren we wat extra ideeën aan. De overheid heeft een paar opties:

  1. Het sluiten van kolencentrales: grote stappen snel thuis. Als de drie nieuwe centrales en de Hemcentrale in Amsterdam worden gesloten en de helft van de verminderde elektriciteitsproductie wordt opgevangen met gascentrales (snel uit de mottenballen halen; het gas komt niet uit Groningen) en de helft met import, dan is in Nederland de netto reductie van CO2 12-13 Megaton.
  2. Veertig maatregelen die elk individueel minder CO2-reductie opleveren, maar samen wel genoeg. Veel stappen, elk met minder reductie per stap: het 40puntenplan. Daar zitten veel maatregelen bij die ook zorgen voor draagvlak en helpen om de totale energietransitie te versnellen.
  3. Out-of-the-box ideeën. Er zijn ook nog rigoureuzere mogelijkheden. Ter inspiratie laten we er daar ook een paar van zien.

De keuze is aan het kabinet. Urgenda laat zien dat het kan, zelf op verschillende manieren. Niets doen of zeggen dat het niet kan, is geen optie. Laten we de rechtsstaat niet op de helling zetten en rechterlijke uitspraken niet negeren. Dat is nu sinds 2015 gedaan, waardoor de eindsprint sneller moet dan noodzakelijk was in 2015, maar het kan nog steeds. De samenleving staat klaar om aan de slag te gaan. Nu het kabinet nog.

Regelmatig worden nieuwe maatregelen aangekondigd, vaak met verschillende maatschappelijke coalities.

15.02.19 Maatregel 1 - 100.000 huurhuizen energieneutraal - besparing mogelijk: 0,2Mton

Woningcorporaties en Urgenda reiken kabinet de hand

Vrijdag 15 februari jl. hebben 170 woningcorporaties en Urgenda een betaalbaar en haalbaar CO2-reductieplan, gepresenteerd aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Deze eerste maatregel levert 100.000 (bijna) energieneutrale woningen op met een (zeer) kleine energierekening, waarbij huurders er vanaf dag 1 op vooruit gaan. De woningcorporaties kunnen dat betalen met het bedrag dat ze nu betalen aan de overheid vanwege de zogenaamde verhuurderheffing. Dit was een tijdelijke belastingmaatregel, die nooit meer gestopt is en komend jaar 2 miljard bedraagt. Twee maanden huur van de mensen met de kleinste portemonnee moet dus in de schatkist gestort worden.

Naast nog twee oneigenlijke belastingen samen 4 miljard, 4 maanden huur die de overheid afroomt. En dan klagen dat er niet genoeg gedaan wordt door corporaties.

Het wordt tijd voor een frisse wind, stop de tijdelijke verhuurderheffing weer, 6 jaar was genoeg.

07.03.19 Maatregel 2 - Minder koeien, niet minder winst - besparing mogelijk: 3Mton

Minder koeien, niet minder winst

De tweede maatregel in deze lijst is krimp en verandering van de veestapel en levert een reductie op per jaar van 3 megaton CO2-eq. Dat is na het sluiten van de kolencentrales één van de grootste maatregelen die nog genomen kan worden voor het klimaat. Daarnaast verbetert het de biodiversiteit. Het is echter niet de bedoeling om de boeren weer het kind van de rekening te laten worden, want die hebben de laatste jaren maatregel na maatregel over zich heen gekregen en zijn soms meer boekhouder en jurist dan boer.

Toch is er een goede reden om opnieuw te kijken naar het aantal koeien, want als we dat zelf niet doen, dan zullen we waarschijnlijk door Brussel gedwongen worden tot vergaande maatregelen. Nederland stoot namelijk te veel stikstof uit en produceert nog steeds relatief veel mest, beide zorgen ervoor dat we niet aan de EU-normen voldoen, waar Nederland voor heeft getekend.

Stikstof, waar de melkveehouderij de grootste bron van is, heeft negatieve effecten op natuurgebieden, insecten, bodemleven en gezondheid. Om in 2030 de EU-normen en de negatieve effecten sterk te beperken zullen we zeker 30% moeten verminderen: minder (kunst)mest, minder krachtvoer en dus minder koeien óf veel minder melk per koe.

Om een herhaling van 2016 te voorkomen, toen 160.000 koeien met paniekmaatregelen ineens naar de slacht moesten, omdat we niet voldeden aan de EU-normen voor fosfaat, kunnen we nu beter zelf het heft in handen nemen en in 1,5 jaar voor veranderingen zorgen, zonder dat de boer minder inkomsten krijgt. Een deel van de oplossing kan liggen in koeien minder melk laten geven. Koeien die nu extreem veel melk geven, kun je 15 à 20% afbouwen door krachtvoer vermindering en kunstmestreductie. De overige 10% reductie zal dan moeten zitten in een krimp van de veestapel en het kiezen voor andere koeienrassen.

We weten inmiddels dat iets minder koeien en een betere balans tussen het aantal koeien en de hoeveelheid land, niet alleen leidt tot lagere opbrengsten, maar ook tot minder kosten. Per saldo hoeft de boer er niet op achteruit te gaan. Dit biedt perspectief voor meer melkveehouders. Als we binnen twee jaar zo’n grote verandering willen doorvoeren, dan zullen we boeren wel moeten helpen, met kennis en budget om het inkomensverlies te compenseren. Er zijn voldoende goede voorbeelden, die goed volgen verdienen. Nu is er veel geld gereserveerd voor de aanpak van de stikstofproblematiek, alleen al 2,2 miljard euro voor verbetering natuurkwaliteit. Laten we dat inzetten voor de omschakeling naar een volhoudbare landbouw.

Wachten we totdat de EU ingrijpt, of kiezen we voor een aanpak waarin alle maatschappelijke opgaven in samenhang worden opgepakt? Door nu als samenleving de rekening op te pakken, dragen we bij aan een veehouderij die maatschappelijk gewenst is en ook toekomstperspectief heeft. Het resulteert bovendien in een aanzienlijke vermindering van broeikasgassen en andere maatschappelijke kosten. Het vraagt wel lef.

 

Deze maatregel is opgesteld in samenwerking met Prof.  Jan Willem Erisman – directeur-bestuurder Louis Bolk Instituut en hoogleraar aan de VU Amsterdam

KLIMAAT EN ENERGIE

CONTACT

senior communicatiespecialist

DOWNLOADS