CO2-reductieplan: 25% in 2020

Een pakket maatregelen als handreiking aan het kabinet, dat is het idee achter het Urgenda 40puntenplan. De overheid heeft nog 2 jaar om 25% CO2-reductie in 2020 ten opzichte van 1990 te realiseren. Er zijn nog veel mogelijkheden, als er vaart gemaakt wordt.

Samen met ruim 700 organisaties is op 24 juni, 4 jaar na het winnen van de Klimaatzaak in Den Haag het 40puntenplan gepresenteerd en overhandigd aan het kabinet. De 40 maatregelen zijn een handreiking en laat zien dat het kan om 25% CO2 te reduceren voor eind 2020. Alle maatregelen samen zijn goed voor een reductie van 10 tot 15 Mton CO2-eq.

Lees ze HIER.

Oplossingen extra CO2-reductie

De overheid moet in 2020 25% CO2 reduceren ten opzichte van 1990 om te voldoen aan de uitspraak van de Rechtbank en het Hof Den Haag in de Klimaatzaak. De overheid stelt in februari 2018 op basis van cijfers van het PBL dat maatregelen genomen moeten worden om ongeveer 9 Megaton extra reductie van CO2-uitstoot te realiseren. De overheid zegt dat het moeilijk is en daarom reiken wij ze de hand met oplossingen. Wij vermoeden dat het gat wel eens groter dan 9 Megaton zou kunnen zijn. Dus voor de zekerheid leveren we wat extra ideeën aan. De overheid heeft een paar opties:

  1. Het sluiten van kolencentrales: grote stappen snel thuis. Als de drie nieuwe centrales en de Hemcentrale in Amsterdam worden gesloten en de helft van de verminderde elektriciteitsproductie wordt opgevangen met gascentrales (snel uit de mottenballen halen; het gas komt niet uit Groningen) en de helft met import, dan is in Nederland de netto reductie van CO2 12-13 Megaton.
  2. Veertig maatregelen die elk individueel minder CO2-reductie opleveren, maar samen wel genoeg. Veel stappen, elk met minder reductie per stap: het 40puntenplan. Daar zitten veel maatregelen bij die ook zorgen voor draagvlak en helpen om de totale energietransitie te versnellen.
  3. Out-of-the-box ideeën. Er zijn ook nog rigoureuzere mogelijkheden. Ter inspiratie laten we er daar ook een paar van zien.

De keuze is aan het kabinet. Urgenda laat zien dat het kan, zelf op verschillende manieren. Niets doen of zeggen dat het niet kan, is geen optie. Laten we de rechtsstaat niet op de helling zetten en rechterlijke uitspraken niet negeren. Dat is nu sinds 2015 gedaan, waardoor de eindsprint sneller moet dan noodzakelijk was in 2015, maar het kan nog steeds. De samenleving staat klaar om aan de slag te gaan. Nu het kabinet nog.

Lees het hele pakket van maatregelen HIER.

Maatregel 1 - 100.000 huurhuizen energieneutraal - besparing: 0,2Mton

Woningcorporaties en Urgenda reiken kabinet de hand

Vrijdag 15 februari jl. hebben 170 woningcorporaties en Urgenda een betaalbaar en haalbaar CO2-reductieplan, gepresenteerd aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Deze eerste maatregel levert 100.000 (bijna) energieneutrale woningen op met een (zeer) kleine energierekening, waarbij huurders er vanaf dag 1 op vooruit gaan. De woningcorporaties kunnen dat betalen met het bedrag dat ze nu betalen aan de overheid vanwege de zogenaamde verhuurderheffing. Dit was een tijdelijke belastingmaatregel, die nooit meer gestopt is en komend jaar 2 miljard bedraagt. Twee maanden huur van de mensen met de kleinste portemonnee moet dus in de schatkist gestort worden.

Naast nog twee oneigenlijke belastingen samen 4 miljard, 4 maanden huur die de overheid afroomt. En dan klagen dat er niet genoeg gedaan wordt door corporaties.

Het wordt tijd voor een frisse wind, stop de tijdelijke verhuurderheffing weer, 6 jaar was genoeg.

Zie ook persbericht.

Maatregel 2 - Minder koeien, niet minder winst - besparing: 3Mton

Minder koeien, niet minder winst

De tweede maatregel in deze lijst is krimp en verandering van de veestapel en levert een reductie op per jaar van 3 megaton CO2-eq. Dat is na het sluiten van de kolencentrales één van de grootste maatregelen die nog genomen kan worden voor het klimaat. Daarnaast verbetert het de biodiversiteit. Het is echter niet de bedoeling om de boeren weer het kind van de rekening te laten worden, want die hebben de laatste jaren maatregel na maatregel over zich heen gekregen en zijn soms meer boekhouder en jurist dan boer.

Toch is er een goede reden om opnieuw te kijken naar het aantal koeien, want als we dat zelf niet doen, dan zullen we waarschijnlijk door Brussel gedwongen worden tot vergaande maatregelen. Nederland stoot namelijk te veel stikstof uit en produceert nog steeds relatief veel mest, beide zorgen ervoor dat we niet aan de EU-normen voldoen, waar Nederland voor heeft getekend.

Stikstof, waar de melkveehouderij de grootste bron van is, heeft negatieve effecten op natuurgebieden, insecten, bodemleven en gezondheid. Om in 2030 de EU-normen en de negatieve effecten sterk te beperken zullen we zeker 30% moeten verminderen: minder (kunst)mest, minder krachtvoer en dus minder koeien óf veel minder melk per koe.

Om een herhaling van 2016 te voorkomen, toen 160.000 koeien met paniekmaatregelen ineens naar de slacht moesten, omdat we niet voldeden aan de EU-normen voor fosfaat, kunnen we nu beter zelf het heft in handen nemen en in 1,5 jaar voor veranderingen zorgen, zonder dat de boer minder inkomsten krijgt. Een deel van de oplossing kan liggen in koeien minder melk laten geven. Koeien die nu extreem veel melk geven, kun je 15 à 20% afbouwen door krachtvoer vermindering en kunstmestreductie. De overige 10% reductie zal dan moeten zitten in een krimp van de veestapel en het kiezen voor andere koeienrassen.

We weten inmiddels dat iets minder koeien en een betere balans tussen het aantal koeien en de hoeveelheid land, niet alleen leidt tot lagere opbrengsten, maar ook tot minder kosten. Per saldo hoeft de boer er niet op achteruit te gaan. Dit biedt perspectief voor meer melkveehouders. Als we binnen twee jaar zo’n grote verandering willen doorvoeren, dan zullen we boeren wel moeten helpen, met kennis en budget om het inkomensverlies te compenseren. Er zijn voldoende goede voorbeelden, die goed volgen verdienen. Nu is er veel geld gereserveerd voor de aanpak van de stikstofproblematiek, alleen al 2,2 miljard euro voor verbetering natuurkwaliteit. Laten we dat inzetten voor de omschakeling naar een volhoudbare landbouw.

Wachten we totdat de EU ingrijpt, of kiezen we voor een aanpak waarin alle maatschappelijke opgaven in samenhang worden opgepakt? Door nu als samenleving de rekening op te pakken, dragen we bij aan een veehouderij die maatschappelijk gewenst is en ook toekomstperspectief heeft. Het resulteert bovendien in een aanzienlijke vermindering van broeikasgassen en andere maatschappelijke kosten. Het vraagt wel lef.

 

Deze maatregel is opgesteld in samenwerking met Prof.  Jan Willem Erisman – directeur-bestuurder Louis Bolk Instituut en hoogleraar aan de VU Amsterdam

Maatregel 3 - Maximumsnelheid verlagen- besparing: 0,2-1,2Mton

Maximumsnelheid verlagen

Een simpele maar krachtige maatregel 3 kan zijn het verlagen van de maximum snelheid. Het is tevens een maatregel die het kabinet relatief snel kan nemen, tegen hele lage kosten. Het is aan het kabinet hoe moeilijk of makkelijk ze het zichzelf willen maken. Gewoon terug naar 2012 levert 0,2 Mton (megaton) minder CO2-emissies op. Een verdere verlaging kan zelfs 1,2 Mton opleveren.

Jarenlang reden we maximaal 120 of 100 km/uur op snelwegen. Er was geen groot maatschappelijk belang om dat te verhogen, eerder het tegendeel. Toch werd 1 september 2012 de standaardlimiet op de snelweg verhoogd naar 130 km/h. Eerst gold dat maar voor een beperkt aantal wegen, maar dat werd steeds meer en in 2016 is dat verder uitgebreid met 19 trajecten en zelfs in 2018 zijn er trajecten bijgekomen, terwijl al duidelijk was dat Nederland noch het Urgenda-vonnis, noch de Europese klimaatdoelen ging halen.

De bordjes 130 weer weghalen en veranderen in 120 kan snel gerealiseerd worden en kost niet veel. De kosten worden kunstmatig verhoogd door te schermen met “welvaartsverlies” en “langere reistijden”. Maar gewoon terug gaan naar 2012 is geen welvaartsverlies en we weten ook dat sneller rijden echt niet zorgt voor minder files en veel andere negatieve effecten heeft, die voor het gemak nooit worden meegenomen in de heel eenzijdige sommetjes.

In de quickscan van ECN en PBL, samen gepubliceerd op 1 september 2015, staat dat het terugdraaien van de maximumsnelheid van 130 km/h naar 120 km/h 0,2 Mton zou schelen en het verlagen van de maximumsnelheid van rijkswegen van 120 km/h naar 100 km/h en van 100 km/h naar 80 km/h scheelt 1,2 Mton.

In een update van 28 maart 2018 van het PBL, waarin de cijfers van een rapport van 3 april 2017 (Nationale kosten in energietransitie) worden gebruikt, wordt gepubliceerd dat het verlagen van de maximumsnelheid van 130 km/h naar 120 km/h nog maar 0,1 Mton zou schelen. De kosten zouden 20 miljoen euro zijn. Dat is volgens Marjan Minnesma, directeur Urgenda: ‘onzin’. Laat het op zijn hoogst 300 borden zijn. Die kosten toch geen 20 miljoen euro? En wat te denken van het alternatief om 300 stickers te bestellen. Dan is de overheid nog goedkoper uit.

Daarnaast worden de “reistijdbaten” en “vraaguitval” opgeklopt, terwijl minder verkeersslachtoffers en minder uitstoot van fijnstof en CO2 geen prijs krijgen. Een rapport van CE Delft ‘Koersen naar milieuvriendelijke mobiliteit’ uit juli 2016 laat wel de voordelen zien van een lagere snelheid. Daar wordt uitgelegd dat een verlaging van de maximumsnelheid uiteindelijk een volumeverlaging van het verkeer als gevolg zal hebben en dat daardoor files zullen afnemen, wat ook weer scheelt voor de uitstoot. Ook beschrijven ze een positief effect op de kwaliteit van de lucht en een afname van het aantal doden met 3,4 tot 6,7 doden per jaar en 17 tot 34 minder ernstig gewonden (RWS, 2011). Daarnaast documenteren ze dat het terugschroeven van de maximumsnelheid naar 100 km/h de CO2 emissie van alle personen- en bestelauto’s zou verminderen met 12%.

Bronnen:
https://www.pbl.nl/publicaties/quick-scan-mogelijke-aanvullende-maatregelen-emissiereductie-2020-ten-behoeve-van-urgenda-klimaatzaak.

https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2018-kosten-energie-en-klimaattransitie-in-2030-update-2018_3241.pdf

https://www.pbl.nl/publicaties/nationale-kosten-energietransitie-in-2030

https://www.ce.nl/publicaties/1918/koersen-naar-milieuvriendelijke-mobiliteit

Lees ook bijbehorend persbericht.

Maatregel 4 - Energiebesparen in zorginstellingen - besparing: 0,2Mton

Maatregel 4 – Opschalen landelijke energiestrijd – besparing 0,2 Mton

Sinds 2012 wordt regelmatig de Energiestrijd Zorghuizen georganiseerd: zorginstellingen strijden tegen elkaar om in één winterseizoen zoveel mogelijk energie te besparen zonder noemenswaardige investeringen. In één winter bespaart men dan 10-15% energiekosten. Dat zou natuurlijk ook zonder zo’n ‘wedstrijd’ kunnen, door alle systemen die energie vragen beter in te regelen, aangevuld met wat gedragsmaatregelen. Het voordeel van een Energiestrijd is dat de gedragsverandering zelf gekozen is en als positief en leuk wordt ervaren en niet als een opgelegde maatregel.

De overheid kan zorginstellingen stimuleren om mee te doen aan de Energiestrijd of hen een voucher geven om een expert een dag door een zorginstelling te laten lopen en alle simpele maatregelen te laten nemen die zonder veel geld en energie genomen kunnen worden. Dat leidt al snel tot 10-15% besparing in een winterseizoen.

Lees ook bijbehorend persbericht.

Cijfers Landelijke Energiestrijd Zorginstellingen:    

Voor de berekeningvan 0,2 Mton CO2-besparing is uitgegaan van onderstaande gegevens.

Aantal zorghuizen:

In Nederland zijn er volgens de VVZS (Verzorgings-, Verpleeg-, Ziekenhuizen en Serviceflats)  zo’n 1900 zorghuizen in Nederland (Adresboek VVZS, 2012).

CBS geeft alleen het aantal ondernemingen aan (een onderneming kan meerdere locaties hebben) en die komt op bijna 1500 ondernemingen (incl. GGZ instellingen + gehandicaptenzorg).

Besparing:

Hoewel zorginstellingen ook regelmatig 15 tot 20% energie besparen, is Urgenda in de berekeningen uitgegaan van 10% besparing in een winterseizoen.

Voor de emissiefactoren is de data afkomstig van www.CO2emissiefactoren.nl

10% besparing in de gehele Gezondheids- & Welzijnsector (dus ook ziekenhuizen, fysiopraktijken, GGD en GGZ instellingen, etc.) zou tot 0,36 Mton CO2 besparing leiden. Bij 15% zou dit 0,54 Mton.

Data afkomstig van https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/Dashboard/Energiegebruik/

10% besparing alleen in het ‘care’ gedeelte van de zorg en niet de ‘cure’ kant, dus alleen verzorgingshuizen en niet de genezingslocaties zoals ziekenhuizen, leidt tot een jaarlijkse CO2-redctie van 0,2 Mton CO2.  Data uit conceptrapport Greendeal 2018.

Conclusie:

Als verzorgingshuizen voor ouderen, gehandicapten en zieken een reeks simpele maatregelen nemen en wat aandacht besteden aan gedragsmaatregelen, dan is met weinig moeite al 0,2 Mton per jaar te besparen. Met iets meer moeite kan dat ook 0,3 tot 0,4 Mton zijn. Deze maatregelen behoren tot de goedkoopste maatregelen per vermeden ton CO2-uitstoot.

Maatregel 5 - Verlichting uitzetten na werktijd - besparing: 0,3Mton

Verlichting uit te zetten in kantoren en winkels na werktijd

Winkels en kantoren laten nog steeds veel te vaak onnodig lichten branden na werktijd. Vaak staat de verlichting het hele weekend onnodig aan. Eerder werd becijferd dat 536 miljoen kWh elektriciteit kan worden bespaard door het uitschakelen van onnodige verlichting buiten bedrijfstijd. Dat scheelt 0,36 Mton per jaar aan uitstoot van CO2. Een timer, veegschakelaar, bewegingsdetectie of gewoon iemand daarvoor verantwoordelijk maken, doet wonderen en is zo terugverdiend.

Aan de ene kant zijn bedrijven sinds 2012 wel aan de slag gegaan met duurzamere verlichting en maatregelen om de uren dat licht aan staat te beperken. Aan de andere kant is de economische groei toegenomen, is de leegstand afgenomen en staat er nog steeds veel te veel licht onnodig aan. Op basis van deze twee tegengestelde bewegingen, rekenen we conservatief op een besparingspotentieel van 0,3 Mton uitstoot per jaar. Een verbod op onnodig verlichten buiten werktijden, zou enorm helpen en is dus een maatregel die de overheid weinig geld hoeft te kosten. In Frankrijk bestaat al zo’n regel. Daarnaast is betere informatie en meer aandacht voor het onderwerp ook op lokaal en regionaal niveau, ook een manier om snelle besparingen te bereiken.

Op de dag dat Earth Hour laat zien hoeveel er bespaard kan worden met 1 uur minder verlichting, een mooie maatregel om heel veel onnodige uren verlichting te gaan realiseren.

Meer informatie:

https://publicaties.ecn.nl/PdfFetch.aspx?nr=ECN-E–16-056

https://www.nachtvandenacht.nl/wat-kan-ik-doen/bedrijven/

Maatregel 6 - Netwerk semi-autonome kleine voertuigen - besparing: 0,5Mton

Netwerk semi-autonome elektrische kleine voertuigen

Er rijden heel veel bestelauto’s rond die samen 5,3 Mton per jaar uitstoten en een hele inefficiënte vorm van distributie vormen. Een deel van deze uitstoot kan weggenomen worden door te gaan rijden met semi-autonome elektrische voertuigen, die met de snelheid van een wandelaar tot jogger (5-8 km/uur) en het formaat van een lage ijscokar (80-100 cm breed, tot max 2 m lang, max 750 kg) rechts rijden in het buitengebied, op vakantieparken en industrieterreinen en zaken vervoeren die geen haast hebben. Het voertuig zit vol met sensoren en leert vaste routes rijden. Als er een onverwacht obstakel is, dan stopt het en kijkt er iemand mee op afstand, om te zien hoe het wagentje erom heen kan. Vandaar semi-autonoom: er kijkt wel iemand op afstand mee.

Plan: versneld opschalen semi-autonome voertuigen: 66.000 wagentjes in 2019 en 2020

In plaats van elektrische bestelbusjes, zou een deel van het goederenvervoer met deze semi-autonome elektrische wagens kunnen (bestelauto’s elektrificeren zou 3 tot 6 keer meer kosten). Een investering van bijna 800 miljoen, met een rendement op de investering van 20%, levert de komende twee jaar een besparing op van 0,5 mton.

Nodig van de overheid:

  • Duidelijke criteria met betrekking tot de veiligheid van deze voertuigen. Er zijn nu geen regels voor voertuigen die langzamer gaan dan 8 km/uur en een beperkt gewicht hebben, maar voor de opschaling is het nodig om achteraf niet verrast te worden. Wat zijn de eisen? Volgt de overheid het standpunt van de politie (als het voertuig niet harder gaat dan 5 km/uur dan zijn er geen verdere eisen)? Dan zou het prettig zijn als dat bevestigd wordt.
  • 200 Miljoen innovatiefonds om deze innovatieve voertuigen versneld in te voeren (versnelde beschikbaarstelling DKTI-regeling bijvoorbeeld). Met behulp van dit fonds kunnen gemeenten bijvoorbeeld concessies uitgeven voor routes waar semi-autonome voertuigen mogen rijden en een bepaalde CO2-reductie realiseren. Zie voor uitwerking de publicatie maatregel 6 onder downloads (aan de rechterkant van deze pagina).

Nederland is een vooraanstaand land op het gebied van elektrisch rijden. Op veel plekken in de wereld experimenteert men met (semi-) autonome elektrische voertuigen. Hier zou Nederland het initiatief naar zich toe kunnen trekken en als eerste opschalen en daarmee het gebruik van deap-learning technologie, nieuwe technieken rondom de gedistribueerde supercomputer en batterijtechnologie kunnen versnellen.

Op 9, 10 en 11 april 2019 laten partijen op Ameland een eerste toepassing zien op een vakantiepark, waar een semi-autonoom wagentje het linnengoed rondbrengt en daarmee heel veel ritjes met bestelauto’s uitspaart.

Maatregel 7 - Duurzaam bosbeheer - besparing: 0,2Mton

Maatregel 7 – duurzamer bosbeheer – besparing 0,2 mton

Bomen en bossen leggen veel CO2 vast. Ook zijn bomen en bossen ontzettend belangrijk voor de biodiversiteit. Het is dus belangrijk dat we zorgvuldig met onze bossen en bomen omgaan en streven naar natuurlijke bossen met een afwisselende opstand van inheemse bomen en struiken. Toch worden er erg veel bomen gekapt. Soms is dat niet erg, bijvoorbeeld wanneer er wordt gekapt omdat bomen ziek zijn, om te komen tot natuurlijke bossen of om andere natuur te behouden. De laatste jaren echter verdwijnt veel hout in biomassacentrales en is kaalkap teruggekeerd als beheersmaatregel om hout te oogsten en telen. Hierbij wordt steeds een stuk bos van zo’n 0,5-2 hectare kaalgekapt, de strooisellaag verwijderd en weer aangeplant met veel verlies van vastgelegde CO2 en biodiversiteit tot gevolg. Duurzamer bosbeheer komt de biodiversiteit ten goede en kan een besparing van 175.000 ton CO2 opleveren.

Den Haag, 12 april 2019  Urgenda, organisatie voor innovatie en duurzaamheid overhandigd samen met 63 natuurorganisaties maatregel 7 aan directeur Natuur en Biodiversiteit Donné Slangen van het ministerie LNV.

Te nemen maatregelen:

  1. verbied kaalkap van stukken bos als methode voor houtoogst of als verjongingsmaatregel;
  2. verbied bewerken van bosbodems;
  3. verbied de afvoer van biomassa uit het bos, met uitzondering van ecologisch verantwoorde afvoer van stamhout voor duurzaam gebruik.
  4. verbied kap van bomen voor energiedoeleinden.

Deze maatregel wordt onderschreven door:

Prof. Dr. Louise Vet, Prof. Dr. Martijn Katan, Weerman Reinier van den Berg,  Frits van Beusekom (ex-Staatsbosbeheer), expert duurzaam bosbeheer Jaap Kuper en ruim zestig maatschappelijke organisaties, waaronder Natuurmonumenten, WNF, Vogelbescherming en Natuur & Milieu:

Adviesgroep Ecologisch Toch, Art Commitment International Foundation, Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ‘s Gravenhage en omstreken (AVN), Behoud Bomen Arnhem, Bomen & Mensen, Bomenbescherming Amsterdam, Bomenbond Rijnland, Bomen Brigade Boxtel, Bomenridders Groningen, Bomenridders Leeuwarden, Bomenridders Rotterdam, Bomenstichting, Bomenstichting Achterhoek, Bomenstichting Den Haag, Boom & Bosch, Club of Rome Nederland, Comité Matiging Kapbeleid Slangenburg Doetinchem, Copijn Bruine Beuk boomverzorging, De Rechtmakers, Deventer Bomenstichting, Dorpsraad Griendtsveen, Earth Charter Nederland, Fete de la Nature, Geen biomassa centrale Diemen, Green Cross Nederland, Grenzeloos Groen, Groasis, Groen! Natuurlijk, Het bos de klos, Het Groene Hart Brabant, Kerngroep Ring Utrecht, Laat mij staan, Landelijk Meldpunt Bomenkap, Natuur & Milieu, Natuur- en Milieugroep Vught (NMV), Natuurmonumenten, Netwerk Duurzaam Dorp Diemen, Partij voor de bomen Texel, Platform Duurzame en Solidaire Economie, Stand Up For Your Rights, Stichting Amsterdam Fossielvrij, Stichting Behoud Natuurlijk Helenaveen, Stichting Groen in Amersfoort, Stichting Herstel Oosterpark, Stichting Levenschbomenbos, Stichting Natuurlijk Achterhoek, Stichting Natuur van Vroeger NU, Stichting Natuurvolgend Bosbeheer, Stichting Recht op Natuur, Stichting Sparrenrijk, Stichting ter behoud van het Schoorlse-en Noord-Kennemerduingebied, Stichting wAarde, Stop bomenkap Noordhollands Duinreservaat, Transitie Boxtel, Utrecht Klimaatneutraal, Vereniging Leefmilieu, Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, Vogelbescherming, Vrienden Van Amelisweerd, Vrienden van het Beusebos, Werkgroep Bosrijk, Werkgroep Licht op Groen Oude Ijsselstreek, Werkgroep Voetafdruk Nederland, Ware Winst Brabant en Wereld Natuur Fonds.

Toelichting:

Bekijk HIER de presentatie over natuurvolgend bosbeheer, die Jaap Kuper gaf op 12 april bij de uitreiking van de maatregel. Het bos melken in plaats van kappen is economisch aantrekkelijker!

  1. Bomen en alle groene planten in bossen leggen CO2 uit de atmosfeer vast in organische stof.
  2. (Voormalige) productiebossen, aangeplant met monotone opstanden van niet-Europese boomsoorten, dragen nauwelijks bij aan een hoge biodiversiteit. Een natuurlijk bos bestaat uit meerdere inheemse boom- en struiksoorten, van uiteenlopende leeftijden en bevat naast levende bomen ook dood staand en liggend hout. Vooral oude, dikke bomen met wijduitstaande takken, leveren een grote bijdrage aan de biodiversiteit. Deze bomen hebben ruimte en licht nodig om zich zo te ontwikkelen.
  3. Naarmate bossen ouder worden, leggen zij meer CO2 vast, zowel in bomen als in de bodem. Voor het klimaat, maar ook voor de biodiversiteit, is het dus belangrijk dat de bossen in Nederland volwassener worden.
  4. De afgelopen 5 jaar heeft kaalkap om hout te oogsten zijn herintrede gedaan in het beheer van bestaande bossen. Per keer worden 0,5 tot 2 hectare gekapt voor houtoogst of als beheersmaatregel. Bij elkaar gaat dit om zo’n 1.000 hectare per jaar.
  5. Kaalkap voor houtoogst betekent, ook op kleine schaal, afbraak van de opslag van CO2 in bomen. Het leidt ook tot afbraak van het bos als ecosysteem, met grote schade aan ecosysteemdiensten van bossen: klimaatregulatie, biodiversiteit en de natuurbelevingswaarde. Per hectare betekent dit zo’n 75 ton minder gebonden CO2.
  6. Bewerking van de bosbodem, toegepast na kaalkap voor productiedoeleinden, leidt tot afbraak van veel organisch bodemmateriaal. Daardoor vervliegt koolstof uit de bodem en neemt de CO2 in de lucht toe. Met de afbraak van het organisch bodemmateriaal daalt bovendien de bodemvruchtbaarheid. Daardoor daalt ook de capaciteit om op die plaats met nieuw bos in de toekomst op hetzelfde niveau CO2 vast te leggen. Met dit proces gaat zo’n 100 ton CO2 per hectare verloren.
  7. Compensatie door aanplant of inzaai (al dan niet spontaan) leidt pas op lange termijn (tientallen tot meer dan honderd jaren) tot herstel van de gebonden CO2-voorraad in het bos.
  8. Biomassa voor energiedoeleinden, verkregen uit kaalkap, is dus niet CO2-neutraal. Door kaalkap ontstaat een koolstofschuld van minstens vijftig jaar.
  9. Bovendien komt veel CO2 vrij in het productieproces van hout voor energiedoeleinden, voor chips en pellets (o.a. het transport, het versnipperen en het drogen en verbranden van het hout).
  10. Bij verbranden van hout komt per eenheid geproduceerde energie meer CO2 vrij vergeleken met verbranding van kolen of gas.

Oplossing:

Extensieve voortdurende uitdunning van het bos, in plaats van kaalkap, is de exploitatievorm die ervoor zorgt dat het bos als ecosysteem intact blijft, de voorraad gebonden CO2 in stand blijft, dat de bodem wordt beschermd, en dat er toch hout beschikbaar blijft komen.

Conclusie:

Het kaalkappen van stukken bos leidt tot:

  1. een grote uitstoot van CO2 door een verlaging van de voorraad gebonden koolstof in bomen en bodem;
  2. verlaging van de toekomstige CO2-opnamecapaciteit van bossen;
  3. afbraak van bosecosystemen: schade aan bodem, biodiversiteit en landschap;
  4. biomassa die niet CO2-neutraal is omdat het verwerkingsproces (transporteren, versnipperen, drogen) energie kost en hout bij verbranding nog meer CO2 uitstoot dan fossiel.
  5. duurzaam extensief bosbeheer voorkomt de huidige kaalslag van 1000 hectare per jaar en behoudt daarmee 175.000 ton CO2 in bodem en bos.

 Bronnen m.b.t. gebonden koolstof in bos en bodemvruchtbaarheid

  • Bonten, L.T.C., et al., 2015, Houtoogst en bodemvruchtbaarheid.

Alterra/Wageningen UR.

  • Jong, A. de, et al., 2015, Negen vragen over ecologie van de bosbodem.

Vakblad Natuur Bos Landschap november 2015.

  • Jong, A. de, et al., 2016, Houtoogst in relatie tot nutriëntenvoorraden in bossen op droge zandgronden.

Brochure, Vereniging van bos- en natuureigenaren VBNE.

  • Jong, J.J. de, 2011, Effecten van oogst van takhout op de voedingstoestand en bijgroei van bos. Alterra-rapport 2202.
  • Nabuurs, G.J., en G.M.J.Mohren, 1994. Koolstofvoorraden en -vastlegging in het Nederlandse bos. Nederlands Bosbouw Tijdschrift.
  • Nyssen, B., en R.Jans, 2016, Naar duurzaam bosbeheer op zandgronden.

Vakblad Natuur Bos Landschap september 2016.

  • Schelhaas, M.J., et al., 2002, Koolstofvastlegging in bossen: een kans voor de boseigenaar? Nederlands Bosbouw Tijdschrift 2002.
  • Siepel, H., 2018. Bodembiodiversiteit van zandgronden.

Bodem nr 3, juni 2018.

  • Staatsbosbeheer, Prestatie output Staatsbosbeheer 2012

Maatregel 8 - Steun voor wettelijke besparingsplicht - besparing: 0,4Mton

Maatregel 8 – Beloon koplopers die zich aan wettelijke energiebesparingsplicht houden – besparing 0,4 mton

Overheden alleen inkopen bij organisaties die voldoen aan energiebesparingsplicht

De Wet milieubeheer kent sinds 1993 een energiebesparingsplicht. Deze energiebesparingsplicht is gedefinieerd als de plicht voor organisaties om alle energiebesparingsmaatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar of minder terugverdienen. Lang niet alle bedrijven en instellingen voldoen aan deze wettelijke plicht. Diegenen die dat wél doen zouden beloond moeten worden met opdrachten vanuit de overheid.

Het eerste Energie Akkoord kende een energiebesparingsdoel voor 2020 van 100 Petajoule. Uit de Nationale Energieverkenning van 2017 (NEV 2017) bleek dat die energiebesparing nog 25 Petajoule achterbleef op dit doel. Deze 25 Petajoule extra energiebesparing staat gelijk aan circa 1,5 megaton CO2-reductie. Een deel van dit gat wordt veroorzaakt doordat de energiebesparingsplicht voor bedrijven niet wordt nageleefd.

Er kwamen aanvullende maatregelen: bedrijven kregen een informatieplicht die 6,5 PJ extra energie moest gaan besparen. De informatieplicht energiebesparing betekent dat bedrijven en instellingen verplicht zijn om het bevoegd gezag te melden welke energiebesparende maatregelen zijn genomen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Zo kan efficiënter worden gehandhaafd op die organisaties die nog niet voldoen aan de wet.

Ook deze verplichting wordt nog niet nageleefd. Instellingen die hiermee bezig zijn schatten dat slechts 25% van de bedrijven de gevraagde informatie heeft aangeleverd. Om deze nu alsnog binnen te halen en ook nog eens bijna 0,4 Mton CO2-besparing te realiseren, zouden overheden kunnen instellen dat ze alleen maar zaken doen met die bedrijven en instellingen die voldoen aan de energiebesparingsplicht. Bedrijven en instellingen zullen de overheid als klant niet kwijt willen raken en sneller de energiebesparingsplicht gaan naleven. En voor de overheid is dit eigenlijk een heel makkelijk en logisch te zetten stap: welke overheid wil zaken doen met een partner die zich niet aan de wet houdt?

Een flexibele pool van extra handhavers kan de provincies helpen om de daar gevestigde bedrijven te ondersteunen met het voldoen aan de energiebesparingsplicht. Voldoet een bedrijf of instelling niet, dan komt er een waarschuwing en de tips om wél te voldoen. Na een half jaar nog niet voldoen aan de wet betekent dan uitsluiting van opdrachten van de overheden. Daarmee beloon je de duurzame koplopers die wel hun nek hebben uitgestoken en maatschappelijke én economische verantwoordelijkheid hebben genomen. En je zet tegelijkertijd de achterblijvers aan om ook geld te verdienen met de verplicht te nemen energiebesparende maatregelen.

Maatregel 9 - Behoud salderen - besparing: 0,4Mton tot 0,9Mton

Maatregel 9 – Doorgaan met salderingsregeling tot 2023 en afbouwen tot en met 2030 – besparing 0,4 mton

De energietransitie vraagt veel veranderingen in relatief korte tijd, als we de doelen van Parijs nastreven. Voor burgers betekent dat hun huis energieneutraal maken, anders gaan reizen (OV of elektrisch) en anders consumeren. Dat creëert onzekerheid en tevens het idee dat heel veel wordt afgewenteld op die burgers. Eén van de weinige regelingen die de burgers zeer waarderen, is de salderingsregeling voor zonnepanelen. Gelukkig heeft de overheid al besloten dat het salderen niet gestopt wordt in 2020 of 2021, maar doorgezet wordt tot 2023 en daarna rustig afgebouwd. Dat is fijn, want het geeft zekerheid en maakt dat mensen weer durven te investeren. Dan kan de markt voor zonne-energie nog harder groeien.

De groei van zonPV in 2018 was ruim 1,4 GWp. In 2019 wordt geschat dat 2 GWp wordt geinstalleerd. Als dat zo doorzet in 2020, gaan we naar 6,3 GWp eind 2019 en ruim 9 GWp eind 2020 (inschatting Dutch New Energy Research), hoger dan het doel van de regering. Als salderen blijft dan moet 7 GWp in 2020 ook makkelijk haalbaar zijn. Dus 1 GW extra zonvermogen tov bestaande doelen. Dat leidt tot een additionele reductie van ongeveer 0,4 Mton.

Dit is berekend met het Energietransitiemodel. Daarin is een scenario met 7 GWp zon op dak vergeleken met een scenario met 6 GWp zon op dak. Deze extra GWp zorgt voor 0,4 Mton afname van CO2-uitstoot (470 g/kWh opgewekt met de extra zon). In deze berekening zijn we uitgegaan van enkel veranderingen in zon op daken. Als de rest van het energiesysteem meeverandert heeft dit ook gevolgen voor de impact van extra zon op daken. Als de extra zon-pv op daken bijvoorbeeld zorgt dat een kolencentrale (600 – 1050 g/kWh) minder hoeft de draaien kan de additionele reductie oplopen tot 0,9 Mton.

Figuur 1: De berekeningen zijn gemaakt met het Energietransitiemodel. 7 GWp zon op daken produceren 21,82 PJ elektriciteit per jaar. 7 GWp is ongeveer 3,4 panelen per huishouden.

Dit alles naast de groei die plaatsvindt vanwege de SDE-regeling (subsidie duurzame energie). Er zit nog 12 GW SDE+ in de pijplijn, najaar 2019 wellicht nog 3 GW (inschatting H Bontebal , Stedin) erbij. Niet alles zal gerealiseerd worden, maar een flinke groei is realistisch. Dat alles zal bijdragen aan meer duurzame energie en minder stroom uit kolen en gas.

In Nederland vindt een enorm groei plaats van zonnepanelen. Vorig jaar kwam er bijna 50% zonnestroomvermogen bij in Nederland.

Bron: Nationaal Solar Trendrapport 2019 ©Dutch New Energy Research

Maatregel 10 - Vergroenen 10% daken in Nederland - besparing: 0,1Mton

Maatregel 10 – Groene Daken – besparing 0,1 mton

Met het plaatsen van planten op 10 procent van het beschikbare platte dak in Nederland, valt een besparing van minimaal 0,1 Mton CO2-eq te behalen. De CO2 besparing van groene daken komt door een combinatie van factoren: verminderd energieverbruik door beter warmtemanagement, een beter rendement voor zonnepanelen en doordat de planten CO2 opnemen. Daarnaast hebben groene daken vele andere voordelen: ze fungeren als regenwaterbuffers en fijnstoffilters, ze verminderen het “hitte-eiland-effect” in urbane gebieden terwijl zij tegelijkertijd de biodiversiteit bevorderen. Groene daken zorgen kortom voor gezondere lucht en gezondere mensen en mogelijk zelfs voedselvoorziening. Deze maatregel is een win-win-win dus: vergroen bestaande daken en stimuleer groene daken op nieuwbouw.

De vele voordelen van groene daken:

De vele meetbare voordelen van groene daken zijn bij elkaar gebracht in de Facts & Values Groenblauwe daken. De cijfers zijn gebaseerd op een dertigtal onderzoeken naar: waterberging, geluidsisolatie, besparing op waterzuiveringskosten, vergroten leefgebied voor insecten, minder pijnstillers, gezondere lucht, natuurbeleving, noem maar op. Het enige voordeel wat ontbrak in dit overzicht is de CO2 opname. Urgenda hoopt dat met deze aanvullende berekening overheden en bedrijfsleven nog sneller vaart maken met het vergroenen van onze daken. Een investering die gedeeltelijk of helemaal kan worden terugverdiend via de energierekening, korting op rioolheffing en zorgkosten, zo redeneren de 40 overheden, kennisinstellingen en bedrijven in de Green Deal Groene Daken.

 Zo kan Amsterdam er ook uitzien – Bron: Alice Wielinga in opdracht van Rooftop Revolution

10 procent groen dak leidt tot 0,1 Mton CO2 besparing

Hoewel er nog veel meer onderzoek mogelijk is naar de klimaatwinst van groene daken, denken we hier een conservatieve maar degelijke schatting te hebben gemaakt. In de berekening is uitgegaan van een sedumdak, een dunne laag vetplanten die vooral een koelend effect heeft op warme dagen. Bij natuurdaken, zoals gras -of kruidendaken, krijgt men ook een besparend effect door isolatie in de winter. Hoe dikker de laag substraat hoe groter de isolatiewaarde en andere waarden zoals waterberging, geluidsisolatie en biodiversiteit. Hoe hoger de vegetatie, hoe meer CO2 wordt opgenomen. De CO2 besparing van deze maatregel kan dus nog veel verder oplopen wanneer wordt gekozen voor meer groen dakoppervlak dan 10%, een slimme combinatie van sedum en zonnepanelen, of voor natuurdaken, kruidendaken, daktuinen en dakparken.

De Rijksuniversiteit Groningen berekende het beschikbare oppervlak plat dak in Nederland, en deed dat specifiek ook voor de negen grootste Nederlandse steden. Deze steden hebben gezamenlijk al voldoende plat dak beschikbaar om de beoogde besparing te halen. Amsterdam en Rotterdam hebben het grootste totale oppervlak aan platte daken en werken aan een gezondere en klimaatbestendige stad door het actief stimuleren van groene daken op meerdere manieren.

BIJLAGE BEREKENING

Alleen al door de verwachte winst door verminderd energiegebruik als gevolg van de koelende werking van een groen dak is zo’n 0,7 kg minder C/m2 dakoppervlak te bereiken. Deze energiebesparing  bedraagt volgens het onderzoek van Getter[1] et al zo’n 2% op de elektriciteitsrekening en 11% op de gasrekening (in Michigan, een vergelijkbaar klimaat met Nederland). Eén ton C staat gelijk aan 3,7 ton CO2, dus 1 m2 dak bespaart volgens bovenstaand onderzoek dus: 0,7 * 3,7 = 2,59 kg CO2 / m2 / jaar.  Dit vermenigvuldigd met 40 km2 dakoppervlak komt neer op 0,1 Mton CO2 besparing.

De Green Deal Groene Daken laat vergelijkende positieve effecten[2] zien: koelend effect binnen (-4C), koelend buiten (-2C dus minder airco bij andere gebouwen in de omgeving), besparing airco: -75% (bij gebouwen van voor 1987) en een hogere opbrengst zonnepanelen (6%). Dit laatste is nog niet meegerekend in de maatregel en biedt extra CO2 besparingsmogelijkheid voor daken waarin groen slim wordt gecombineerd met PV-panelen.

Voor de de sequestratie door de groeiende planten rekent Getter1 in twee jaar tijd 4,67 kg C/m2. Daarna zijn de planten volgroeid. Een uitgebreidere vegetatie op de daken dan sedum levert een grotere besparing op. Dan is de CO2 opname hoger en gaat deze langer door. Zo berekenen Whittinghill et all (2014)[3] een sequestratie van 5,64 kg/m2 voor een ‘prairiedak’ tot 65,25 kg C/m2 voor een ‘ornamental green roof’.

Ook wordt met uitgebreidere vegetatie de isolatiewaarde groter. Een studie uit Cyprus op verschillende kantoorgebouwen laat bijvoorbeeld zien dat een uitgebreidere vegetatie leidt tot een grotere daling in energieverbruik oplopend tot 25% in de winter en 20% in de zomer[4].

Overigens wordt aanbevolen het dak ook te isoleren tegen kou, wanneer men een groen dak aanlegt. Met de winst hiervan is niet gerekend.

De Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen heeft op basis van analyses van Deloitte[5] bevestigd dat er meer dan 400 km2 aan plat dakoppervlak[6] in Nederland is dat zich potentieel zou lenen voor vergroening[7].  Ook hier ligt groot CO2 besparingspotentieel, door niet 10% maar 20 of 30% van de daken te vergroenen. De negen voornaamste urbane centra van Nederland hebben gezamenlijk al 65 km2 aan plat dak (zie figuur)[8] zo berekende RUG.

Samenvattend:

  • Een besparing van 0,1 Mton CO2 is mogelijk vanwege lager energiegebruik (verkoelend effect) door 10% van de Nederlandse platte daken te vergroenen;
  • Slim combineren van groen met PV levert aanvullend een 6% hogere energieopbrengst;
  • Door CO2-vastlegging in de vegetatie is nog meer CO2 besparing mogelijk;
  • De totale besparing wordt groter naarmate de substraatlaag dikker is en/of beplanting hoger is. En een uiteraard een grotere besparing wanneer meer dan 10% van het dakoppervlak wordt vergroend;
  • Daarnaast leveren groene daken andere bijkomende voordelen op, zoals regenwater bergen, biodiversiteit versterken en fijn stof uit de lucht filteren.

Deze maatregel wordt ondersteund door  ruim 50 organisaties:

Deze maatregel is opgesteld in samenwerking met Rooftop Revolution, de Rijksuniversiteit Groningen en wordt ondersteund door het samenwerkingsverband Stichting Green Deal Groene Daken dat veertig partners telt, en nog negen organisaties:

De 40 partners van het samenwerkingsverband Green Deal Groene Daken: de provincies Noord-Brabant en Overijssel; gemeenten Almere, Amsterdam, Enschede, Rotterdam, Tilburg, Eindhoven en Son en Breugel; Waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Aa en Maas, de Dommel, en Vechtstromen, ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ministerie Infrastructuur en Waterstaat, VEBIDAK, Vereniging Bouwwerk Begroeners, VHG Branchevereniging, Vereniging GDO, Leven op Daken, BTL Nederland, Mastum Daksystemen, Nelen & Schuurmans, Optigroen, Sempergreen, Van der Tol Groep, Zinco Benelux en Atelier GroenBlauw, Carlisle Construction Materials BV, Triflex BV, Zoontjens International BV, Amsterdam Rainproof, NIOO-KNAW, Stichting Roof Update, VIBA-Expo, de Vlinderstichting, Stichting Groenkeur, de Natuur en Milieufederaties, Grachten van Smaragd.

En daarnaast: ASN Bank, Natuur & Milieu, Dakakker, De Gezonde, NL Greenlabel, Rotterdams Milieucentrum, De Groene Grachten, Vogelbescherming, Interpolis, Milieudefensie, Greenpeace, 02025, de Nederlandse Energiecommissie, Donkergroen, Dakdokters, Metropolder company en gemeente Wageningen

[1] Getter, K.L., Bradley Rowe, D., Philip Robertson, Cregg, B, M., & J.A. Andresen 2009, “Carbon Sequestration Potential of Extensive Green Roofs”, Environ. Sci. Technology, 43, pp. 7564–7570.

[2] https://www.greendealgroenedaken.nl/facts-values/

[3] Whittinghill et al, 2014; Quantifying carbon sequestration of various green roof and ornamental landscape systems.

[4] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0959652617319601

[5] Deloitte berekende de potentie voor zonnepanelen voor alle daken in Nederland op basis van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen en het  Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2-2014): https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/data-analytics/articles/zonnepanelen.html. Op basis van deze data kan 550 km2 aan dakoppervlakte worden aangeduid als plat of licht hellend. Om er rekening mee te houden dat veel van deze daken, juist in utiliteitsbouw met grote oppervlakten (bijvoorbeeld in het geval van loodsen met lichte daken, of glazen kassen), niet belast zouden kunnen worden is steekproefsgewijs bepaald dat we van 75% van dit getal kunnen uitgaan.

[6] Onder “platte daken” worden dakvlakken met een helling kleiner dan 15 graden gerekend.

[7] Hierin is geen rekening gehouden met noodzakelijke constructieberekeningen van de draagkracht van daken en of het huidige dakbedekkingstype geschikt is als ondergrond voor een groen dak.

[8] Voor de berekening van het percentage dakoppervlak van de 10 grootste gemeenten is uitgegaan van het totale bebouwde oppervlak volgens het BAG in verhouding tot de totale oppervlakte van platte dakdelen (<15% helling) volgens Deloitte, binnen de respectievelijke gemeentegrenzen. Deze schattingen zijn daarmee maximale schattingen. Zoals gezegd zou een meer conservatieve schatting ca. 25% lager liggen dan de hier aangegeven getallen. Dit levert echter nog steeds een totale vergroeningspotentie van 49 km2 (75% van 65,6 km2) voor alleen de 10 grootste gemeenten.

Maatregel 11 - Een dag per week zonder vlees - besparing: 0,5Mton

Als alle Nederlanders een dagje per week geen vlees eten, kan de Nederlandse uitstoot van CO2 met 0,5 Mton per jaar verminderen. Drie dagen per week geen vlees sluit aan op de richtlijnen voor gezonde voeding en de Schijf van Vijf en levert maar liefst 1,5 Mton/jaar besparing op. Onze Westerse vleesconsumptie heeft een grote negatieve impact op klimaat, milieu, gezondheid, biodiversiteit en op lokale gemeenschappen in soja producerende landen. Dit is precies de reden waarom grote instituten zoals de Verenigde Naties, het Voedingscentrum en RIVM al langer pleiten voor een lagere vleesconsumptie. En dit is ook de reden waarom 30 organisaties – van cateraar tot Arts & Leefstijl  tot Oxfam Novib – het kabinet nu vragen zo snel mogelijk maatregelen in te voeren die de consument helpen om vaker te kiezen voor plantaardige vleesvervangers: een financiële prikkel op vlees die zo is ingesteld dat de lagere inkomens er geen last van hebben en waarvan de opbrengsten worden gebruikt om boeren te helpen verduurzamen. Onderzoek wijst uit dat zo’n prikkel miljoenen euro’s besparing in de gezondheidszorg zal opleveren.

Deze handreiking aan het kabinet is geschreven in samenwerking met de True Animal Protein Price Coalition (TAPP – 30 organisaties waaronder Arts & Leefstijl en alle leden van de Dierencoalitie) en wordt ondersteund door de Dierenbescherming, Oxfam Novib, Foodwatch, Natuur en Milieu, Questionmark, Greenpeace, Willem en Drees, Milieudefensie, Wakker Dier, Hutten Catering, de Vegapolis, Caring Vets, De Hippe Vegetariër, Week zonder Vlees en de festivals Milkshake en Open Air.

Ons dieet zorgt voor veel uitstoot

De impact van de Nederlandse veehouderij op het klimaat is groot. Deze zorgt voor een uitstoot van 18 Mton aan CO2-equivalenten per jaar: methaan, lachgas en koolstofdioxide. Van de Nederlandse consumptie van voeding wordt 5,6 Mton toegeschreven aan de Nederlandse veehouderij en 8,9 Mton aan buitenlandse veehouderij en veevoer (Blonk, 2017)[i]. Met een daling van de consumptie van 10% aan dierlijke eiwitten kan dus 0,56 Mton worden bespaard aan uitstoot in Nederland (en bijna 0,9 Mton in het buitenland. Deze daling is het snelst bereikt door in te zetten op één extra vegetarische dag per week[ii]. Met 2 of 3 extra vleesloze dagen kan dit oplopen tot 1,5 Mton.

Gezondheidsbelasting of duurzaamheidsbijdrage

Een combinatie van maatregelen kan de consument overtuigen om minimaal één dag per week extra geen vlees meer te eten, en daarmee een reductie van ruim een halve Mton of meer te behalen. Er is al vaker gerekend aan gelijksoortige maatregelen, zoals onderstaande ideeën. Dit najaar publiceert CE Delft een nieuw onderzoek, in opdracht van de TAPP coalitie[iii], waarmee de overheid aan de slag kan. Onderstaand een handreiking aan het kabinet voor mogelijke maatregelen:

  • Een prijsstimulans in de vorm van een duurzaamheidsbijdrage of gezondheidsbelasting: True Pricing. CE Delft berekende in 2012[iv] dat een prijsverhoging van €2 op elke kilo vlees een consumptiedaling van 18% kan teweegbrengen en dat is ruim voldoende voor 0,5 Mton CO2-reductie. Vlees wordt in de winkel dan 16-28% duurder.

In 2018 berekende CE Delft[v] dat wanneer de maatschappelijke kosten van vlees worden doorberekend, dat gangbaar varkens-, rund- en kippenvlees respectievelijk 53%, 40% en 26% duurder worden. Ook dat lijkt een goed uitgangspunt voor een prijsprikkel. Hierbij wordt wel aangeraden dierenwelzijn mee te nemen (VU, 2010[vi]).

De Oxford University[vii] berekende onlangs dat een gezondheidsbelasting op bewerkt vlees van 115% in Nederland leidt tot een ruim 25% lagere consumptie van dit vlees, 1680 minder doden in 2020, 376 miljoen euro/jaar minder kosten aan gezondheidszorg en 1,09 miljard euro belastinginkomsten per jaar[viii].

Het kabinet kan ervoor kiezen om de lagere inkomens te compenseren door bijvoorbeeld de prijs van plantaardige vleesvervangers, groente en fruit te verlagen of door een extra bijdrage bij de zorgtoeslag. Een deel van de opbrengst van de vleesheffing kan worden ingezet om boeren te helpen extensiveren en verduurzamen (eerlijke vergoeding voor milieu-, natuur- en dierenwelzijnsmaatregelen).

  • Een verbod op vleespromotie voor bewerkt vlees, in lijn met het reclameverbod dat werd ingesteld om roken te verminderen. Gezien recentelijk onderzoek waaruit blijkt dat de grootste twee supermarkten de consumenten afgelopen jaar met reclame juist vaker richting vlees en minder vaak richting de vleesvervanger trekken, lijkt dit een gewenste maatregel. Uit het vooronderzoek naar een Supermarktbenchmark die de Transitiecoalitie Voedsel samen met Questionmark voorbereidt blijkt dat meerdere supermarkten nog heel weinig doen met betrekking tot het aanbieden en promoten van plantaardige vleesvervangers.
  • Geef als overheid het goede voorbeeld, serveer enkel vegetarische maaltijden in overheidsrestaurants.
  • Voorlichtingscampagnes, (gratis) dieetadviezen en gezonde kooklessen en educatie op scholen over de achtergrond en impact van vlees en over plantaardig eten.

Positieve neveneffecten:

  • Een flinke besparing in de gezondheidszorg: vooral de te hoge consumptie van rood en met name bewerkt vlees zorgen voor hoge kosten in de gezondheidszorg door hogere risico’s op overgewicht, obesitas, darmkanker en hart- en vaatziekten.
  • Goed voor de biodiversiteit: de veestapel zal krimpen en daarmee ook de mestberg en de uitstoot van stikstof. Ook de vraag naar goedkoop veevoer zal krimpen waardoor er minder druk op de akkerbouw staat voor de productie van goedkoop veevoer.
  • Goed voor de leefomgeving van lokale (inheemse) gemeenschappen, omdat zij hun land niet meer zullen verliezen aan bedrijven die uitbreiden voor de sojateelt, en hun grond- en oppervlaktewater niet meer vervuild zal worden door overmatig gebruik van herbiciden.
  • Goed voor de mondiale voedselproductie, want in elke kilo vlees gaan 2 -10 kilo’s soja, mais of gras. Landbouwgronden komen vrij om gewassen voor humane consumptie te telen.
  • Een verbeterde lucht- en waterkwaliteit: een kleinere veestapel leidt tot minder mest en fijnstof.
  • Een grote winst voor dierenwelzijn, want één vleesloze dag betekent op termijn miljoenen minder dieren naar het slachthuis[ix].

Wereldwijde oproep voor minder vlees

De wereldwijde vee-industrie is een van de grootste veroorzakers van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De dieren, het transport van dieren en hun producten, en de mest produceren gezamenlijk veel broeikasgassen. Daarnaast leidt de teelt van sojabonen vooral in Zuid Amerika tot grote sociale- en milieuproblemen. Nederland importeert, verwerkt en consumeert grote hoeveelheden soja voor veevoer[x]. Er is een wereldwijde oproep om vanwege het klimaat vlees- en zuivelconsumptie te minderen en de veestapel te verkleinen. Denk aan een urgente oproepen van de Verenigde Naties[xi] en de ‘Lancet wetenschappers’[xii] voor een veranderd dieet voor het klimaat. Maar ook aan de recente studie van Oregon University in Science Daily[xiii] van de impact van vleesconsumptie op wilde dieren en aan het alarmerende rapport van WWF[xiv] over de impact van vlees en vee op natuur en biodiversiteit (60% van het mondiale biodiversiteitsverlies door vee en vlees). Er zijn ook zorgen voor mensen in ontwikkelingslanden waarvoor het behoud van biodiversiteit van cruciaal belang is om zich aan te kunnen passen aan de onvermijdelijke effecten van klimaatverandering[xv]. Ook in Nederland wordt steeds duidelijker dat de veehouderijsector een grote negatieve impact heeft op weidevogels en insecten (al zijn er ook veel veehouders die zich juist inzetten voor de natuur).

Bronnen

[i] http://www.blonkconsultants.nl/wp-content/uploads/2017/11/Voetafdruk-van-eiwitconsumptie-en.-productiedocx-finaal.pdf

[ii]Volgens CE Delft is de klimaatimpact van de Nederlandse consumptie vlees, zuivel en eieren 21,5 Mton CO2eq, waarvan vlees 16,6 Mton (77%). Bron: https://www.ce.nl/publicaties/1273/milieueffecten-van-verbeteropties-voor-de-nederlandse-eiwitconsumptie  Een dag minder vlees eten betekent een reductie van ca. 14% van de vleesconsumptie. 10% minder dierlijke eiwitconsumptie kan dus gehaald worden met een 14% lagere consumptie van vlees in Nederland.

[iii] https://www.tappcoalitie.nl/vleesaccijns

[iv] https://tappcoalitie.nl/vleesaccijns

[v] https://www.ce.nl/publicaties/2091/de-echte-prijs-van-vlees

[vi] https://research.vu.nl/ws/portalfiles/portal/2820258/253267.pdf

[vii] https://www.tappcoalitie.nl/nieuws/10321/voedseldebat-gezondheid-en-vleesconsumptie-17-april-pakhuis-de-zwijger

[viii] https://www.oxfordmartin.ox.ac.uk/news/health-meat-tax Volgens de auteur Springmann kunnen In Nederland 5% van de doden toegerekend worden aan bewerkt en rood vleesconsumptie (8000 per jaar) en ca. 2% van de gezondheidszorgkosten (2 miljard USD/jaar). Zie ook: https://www.tappcoalitie.nl/rapporten

[ix] Volkskrant checkt: dagelijks eten Nederlanders 500.000 dieren. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/als-heel-nederland-1-dag-geen-vlees-eet-blijven-500-duizend-dieren-leven~b5b98d07/

[x] https://www.bothends.org/uploaded_files/document/Soja_tussenstand_2015.pdf

[xi] https://www.theguardian.com/environment/2010/jun/02/un-report-meat-free-diet; https://news.un.org/en/story/2018/11/1025271

[xii] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/alleen-als-we-voortaan-dit-dieet-volgen-kunnen-we-in-2050-alle-monden-voeden-en-jaarlijks-11-miljoen-doden-voorkomen-~b11fefee/

[xiii] https://www.sciencedaily.com/releases/2019/02/190206101055.htm

[xiv] https://www.independent.co.uk/news/science/meat-eating-destroying-planet-report-warning-a7985071.html

[xv] https://www.oxfamnovib.nl/Redactie/Downloads/Rapporten/PeoplePlanetProteins2010.pdf

Maatregel 12 - Versneld Vernatten Veenweide - besparing: 0,2Mton

Maatregel 12 –  versneld vernatten veenweidem- besparing 0,2 mton

Door het grondwaterpeil in veengebieden te verhogen en meer natuur te creëren, kan het Kabinet 0,2 Mton CO2 besparen voor eind 2020. De Kabinetsplannen voor 2030 om het waterpeil in veengebieden te verhogen kunnen deels versneld worden uitgevoerd. In het komende jaar kan men al binnen huidige natuurgebieden aan de slag met het vernatten van het veen, en nieuwe gebieden kunnen versneld worden aangekocht. Deze CO2 reductie maatregel is relatief goedkoop en heeft een groot bijkomend voordeel: er wordt op korte termijn meer habitat gecreëerd voor vele diersoorten die momenteel ernstig achteruit gaan. Zo worden klimaat en natuurdoelen integraal aangepakt. Deze maatregel biedt Urgenda aan samen met de Natuur en milieufederaties en Natuurmonumenten en met ondersteuning van elf andere natuurorganisaties.

Droog veen, groot probleem

Nederland telt zo’n 270.000 hectare veenweidegebied. Het grondwaterpeil wordt bijna overal kunstmatig verlaagd, voornamelijk om de landbouw te faciliteren. Het verlaagde peil veroorzaakt zo’n 7 Mton CO2 uitstoot per jaar – 4% van de totale Nederlandse uitstoot – doordat bij een lage grondwaterstand het veen oxideert. De lage grondwaterstand zorgt voor verdroging van de veengebieden en dit heeft negatieve gevolgen voor natuur en biodiversiteit. Ook vele huizen kampen met verzakking door het lage peil, wat pijnlijk duidelijk werd na afgelopen droge zomer. Door het grondwaterpeil te verhogen in veengebieden, wordt oxidatie verminderd en daarmee de CO2-uitstoot. Bovendien worden gebieden aantrekkelijker voor veel plantensoorten, insecten, weidevogels en moerasvogels. De extra kosten worden voor de natuurgebieden geschat op €10 per ton CO2-equivalenten.

Versnelde aankoop natuur:

Nederland heeft onder de noemer NatuurNetwerk Nederland afgesproken het bestaande natuurgebied te vergroten met ruim tienduizend hectare aan nieuwe natuurgrond op veengrond. Dat staat in de afspraak Natuurnetwerk Nederland. Deze plekken zijn al aangewezen en de plannen liggen klaar. Vanwege de kritische staat van de Nederlandse natuur, is het erg belangrijk om de bestaande natuurplannen versneld uit te voeren. Door de helft al in 2019 en 2020 te realiseren, scheelt dat zo’n 0,13-0,26 Mton CO2 reductie voor eind 2020. Grootste winst zit in de provincies Friesland, Zuid-Holland, Noord-Holland en Drenthe.

Veenvormende natuur:

Naast de bovenstaande maatregel om landbouwgronden om te zetten in natuur en het peil te verhogen, zijn er ook stukken land die al natuur zijn en nóg natter kunnen worden. Met het omzetten van natuurgebied naar veenvormende natuur, wordt weer veel ruimte gecreëerd voor biodiversiteit en wordt nog meer CO2 winst gehaald.

Boer Sjoerd Miedema verhoogt ter plekke het grondwater met 10 cm

Brede steun:

De maatregel krijgt brede steun: Natuurmonumenten, Natuur en Milieufederaties, Natuur en Milieu, Nederlandse Vereniging Cultuurlandschap, Milieudefensie, Vogelbescherming, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, Ravon, SoortenNL, Floron en Bijenstichting.

 Zie downloads voor berekening maatregel 12

Maatregel 13 - Actieplan voor elektromotoren - besparing: 2Mton

Maatregel 13 – Actieplan Elektromotoren – besparing 2 mton

Elektromotoren zorgen voor 62% van het industrieel elektriciteitsverbruik. Energie Onderzoek Centrum (ECN nu onderdeel van TNO) berekende hier een realistische besparing van 3,78 Mton CO2 door een systeembenadering (combinatie van betere motoren, beter inregelen, toerental- en frequentieregelingen etc.) voor de industrie- en dienstensector. ECN rekent hierbij nog niet met het potentieel van contactloze magneetkoppelingen: een veelbelovende innovatie in elektromotoren die veel extra besparing kan opleveren. Een concreet actieplan elektromotoren, waarin ook magneetkoppelingen meegenomen worden, moet voor einde 2020 zeker 2 Mton CO2 besparing kunnen opleveren.

Vrijwel alle toepassingen met draaiende en bewegende onderdelen in deze wereld worden aangedreven door een elektrische motor; kortweg een elektromotor. Het is dus niet verrassend dat elektromotoren verantwoordelijk zijn voor 53% van het mondiale elektriciteitsverbruik. Geschat wordt dat bijna 70% van het totaal industrieel elektriciteitsverbruik wordt verbruikt door elektromotoren. Bij de dienstensector ligt dit percentage rond de 38%.

Een elektromotor is een relatief eenvoudig apparaat en vaak ook relatief eenvoudig efficiënter te maken. Vele elektromotoren drijven pomp-, compressor- en ventilatiesystemen aan, zij veroorzaken dan ook 62% van het industrieel elektriciteitsverbruik (ECN, april 2017, p.19). Ze gaan lang mee en daarom draaien er nog heel veel verouderde systemen. Dit terwijl verbeteringen op dit gebied zich vaak heel snel terugverdienen. Een elektromotor wordt ingedeeld in een zogenaamde IE-klasse.  IE1 is een elektromotor met een ‘standaard efficiëntie’; de IE5 is ‘zeer efficiënt’ maar nog nauwelijks commercieel verkrijgbaar.

Vanuit de EU (op basis van de Europese Richtlijn Ecodesign) wordt al vaak geëist dat een grote groep motoren minimaal IE2 of IE3 is. In Nederland krijgen motoren met EI4 EIA subsidie. Toch draaien er nog hele veel oude motoren.

Deze figuur uit het rapport van ECN laat zien dat de besparingen o.a. afhangen van het vermogen van de motor. Als voorbeeld gaf men: een IE1 motor van 1 kW vervangen door een EI3 motor levert 13% energie­besparing op, terwijl de besparing bij een 10 kW motor 6% zou zijn. De meeste investeringen in een motor van een hogere klasse zijn binnen twee jaar terugverdiend. Voor veel bedrijven is het dan ook wettelijk verplicht om die stap te nemen.

Daarnaast zijn er ook allerlei andere maatregelen te nemen, zoals:

  1. een toerental- of frequentieregelaar;
  2. systeembenadering en daarmee stromingssystemen optimaliseren;
  3. contactloze magneetkoppelingen.

In het ECN-rapport van 2017 is de inschatting dat een systeembenadering (combinatie van betere motoren, beter inregelen, toerental- en frequentieregelingen, in samenhang) voor de industrie- en dienstensector tot 9,1 TWh besparing kan leiden. Hier is nog niet gerekend wat de contactloze magneetkoppelingen nog extra kunnen besparen. Zytec, een bedrijf dat die koppelingen levert, ziet zelf een potentie van 9-12 Mton, maar rekent nu voorzichtig met 2 Mton. In een recente brochure van FME wordt ook gesproken over maatregelen die nu al genomen kunnen worden, waar de magneetkoppelingen wél worden meegerekend. In hun Project 6-25, willen industriële partijen in 2025 op 6 Mton minder CO2-uitstoot uitkomen, vooral door efficiëncy maatregelen. Dit kan met bewezen en bestaande technologieën en efficiëntere technieken met betrekking tot elektromotoren is daarbij belangrijk. De besparingen leveren de bedrijven uiteindelijk ook een kostenreductie op van vele miljarden.

Uit: Brochure FME

Maatregelen om tot eind 2020 2 Mton extra te besparen

Wettelijk moeten heel veel bedrijven al alle energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen vijf jaar terug verdienen. Dat geldt voor de meeste aanpassingen op het gebied van elektromotoren, van efficiëntere motoren aanschaffen tot de eerder genoemde systeembenaderingen en contactloze magneetkoppelingen. Er is in Nederland al een Green Deal ‘Efficiënte Elektrische Aandrijfsystemen’ om dat te bespoedigen onder grotere bedrijven (zogenaamde MJA/ETS-bedrijven). Maar het geldt net zo goed voor de kleinere bedrijven en de dienstensector. Zij moeten nu wel plannen gaan maken (audits), maar er wordt nog niet echt veel druk gezet op de uitvoering. Het handhaven van reeds bestaande wetgeving, kan enorm veel besparing opleveren, dus de nadruk leggen op uitvoering van besparingsmaatregelen zou nu absolute prioriteit moeten hebben. Het levert bedrijven ook gewoon veel geld op.

Een belangrijk obstakel om maatregelen te nemen is volgens de industrie de financiering, zelfs als maatregelen zich binnen 2 tot 5 jaar terugverdienen. Met de komst van Invest-NL (nationaal fonds van 2,5 miljard euro) en ook bij vele reguliere financiers, moet dat toch mogelijk zijn. Dan is het vooral noodzakelijk dat de overheid bestaande wetgeving/regelingen gaat handhaven (EU Richtlijn Ecodesign, MEPS, wet Milieubeheer, etc) en bedrijven wijst op hun verplichtingen en mogelijkheden.

Uitgaande van marginale kWh die in Nederland wordt geproduceerd door gascentrales (dat wil zeggen: 1 TWh leidt tot 0,4 Mton CO2-redctie) en 5% netverliezen zou 9 TWh potentiele besparing, zoals door ECN berekend, leiden tot 3,78 Mton CO2-besparing. Daarbovenop zou nog meer mogelijk moeten zijn met behulp van de magneetkoppelingen. Voor de komende 1,5 jaar zou een actieplan elektromotoren toch tot minimaal 2 Mton besparing moeten kunnen leiden.

Bronnen

ECN rapport: https://publicaties.ecn.nl/PdfFetch.aspx?nr=ECN-E–17-021

UNEP-GEF (2017): Accelerating the Global Adoption of Energy Efficient Electric Motors and Motor Systems. https://united4efficiency.org/products/electric-motors/

FME brochure project 6-25, https://www.fme.nl/nl/energy 

EG-Verordening 640/2009 inzake ecologisch ontwerp voor elektromotoren. Deze geeft uitvoering aan de Europese Richtlijn Ecodesign. Deze Verordening moet leiden tot besparing van 5500 PJ (1527,8 TWh ) aan energie en 135 TWh aan elektriciteit tijdens de levenscyclus van elektromotoren.

Martien Visser, lector Hanze Hogeschool Groningen

Zytec:  https://www.klimaatakkoord.nl/serie-aanpakkers/aanpakker-zytec

Maatregel 14 - Campagne en verhoging ISDE voor kleinschalige warmte - besparing: 0,1Mton

Campagne en verhoging budget ISDE voor kleinschalige warmte

De Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE-regeling) voor kleinschalige duurzame warmte geeft zowel particulieren als zakelijke gebruikers een tegemoetkoming bij de aankoop van  warmtepompen, zonneboilers, biomassaketels en pelletkachels. Deze subsidiepot was afgelopen jaar overtekend. Er is veel animo voor. Het helpt mensen om stappen te zetten om hun huis energieneutraal te maken. Bedrijven verduurzamen hun bedrijfspand.

Er is meer ruimte om met deze regeling relatief kosteneffectieve duurzame warmte te realiseren, in combinatie met een wervingscampagne.  Verdubbel deze pot komend jaar voor warmtepompen en zonneboilers en combineer dit met veel meer publieke informatie.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 15 - Extra budget voor woningisolatie - besparing: 0,2Mton

Extra budget voor woningisolatie

Woningisolatie is een relatief kosteneffectieve manier om CO2 te besparen in de gebouwde omgeving. Eerdere regelingen zoals de SEEH werden ook goed gebruikt en waren snel “leeg”. Heropening van een regeling als de SEEH, inclusief budget á 100 miljoen voor 2019/2020, kan leiden tot meer isolatie en 0,2 Mton extra CO2-besparing . Ook hier zou een extra wervingscampagne helpen om de beoogde versnelling ook daadwerkelijk te realiseren.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

PS: met het na-isoleren van huizen dient wel rekening gehouden te worden met vogels en vleermuizen. Deze factsheet van de Vogelbescherming laat zien hoe isoleren ook een kans kan bieden voor de biodiversiteit.

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 16 - Stimulering collectieve systemen - besparing: 0,1Mton

Stimulering collectieve systemen

Woningcorporaties, particuliere verhuurders en VVE’s willen ook graag zonnepanelen op hun daken leggen. Dat is met de huidige regelingen zoals de zogenaamde “postcoderoosregeling” voor hen te ingewikkeld. Ook in de EU is nadrukkelijk gezegd dat burgers in gestapelde bouw dezelfde toegang moeten hebben tot zonne-energie als mensen in een grondgebonden woning (“winter package”). Om beide redenen én om versneld meer CO2 –uitstoot te reduceren zou het dus goed zijn om zonne-energie op collectieve daken te versnellen door een tijdelijke terug-leversubsidie van € 0,10 per kWh voor een periode van twee jaar. De ‘contractpartij’ is de woningcorporatie, verhuurder of VVE. Zij kunnen de opbrengsten eerlijk verdelen onder de bewoners en (een deel van) de kosten verrekenen via de servicekosten en/of de huur.

Tot eind 2020 zou deze maatregel tot MWp extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden en in 2020 een extra CO2-reductie ten opzicht van 1990 van minstens 0,1 Mton.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 17 - Leasecontracten zonnepanelen op kWh-basis - besparing: 0,1Mton

Leasecontracten zonnepanelen op kWh-basis

Bezitters van grote daken willen vaak niet zelf een installatie met zonnepanelen aanschaffen en onderhouden op hun dak, maar willen wel ‘ontzorgd’ worden door een andere partij die de panelen op hun dak neerlegt en dan least aan degene die het dak bezit. Nu kunnen die lease-contracten niet afgesloten worden op basis van de opgewekte kWh, maar moet het op basis van een vast bedrag per jaar. Dit komt doordat er in de wet belasting op Milieugrondslag staat dat er alleen geen energiebelasting hoeft te worden afgedragen als de opwek op het dak gebeurt “voor eigen rekening en risico van de eindgebruiker”. Bij een leaseconstructie heeft de leasemaatschappij (deel van) de rekening en risico en mag er dus niet per kWh worden verrekend. Dat creëert risico’s voor ontwikkelaars, waardoor veel grotere projecten niet doorgaan.

Mogelijk maken dat leasecontracten voor zonnepanelen worden gesloten op KWh basis en het loslaten van de “voor eigen rekening en risico eis” in de Wet Belasting op Milieugrondslag (of via tijdelijke beleidsregels), maakt leasecontracten eerlijker, goedkoper en inzichtelijker.

Tot eind 2020 zou deze maatregel tot 500 MWp extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden en in 2020 een extra CO2-reductie ten opzicht van 1990 van minstens 0,1 Mton.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 18 - Altijd meetellen zonnepanelen in energielabel - besparing: 0,1Mton

Altijd meetellen zonnepanelen in energielabel

Wanneer een dak door een andere partij dan de gebouweigenaar wordt gebruikt voor een zonneproject (bijvoorbeeld door te leasen aan een postcoderoos-project), telt het PV-systeem niet mee voor het energielabel van het gebouw. Dit maakt gebouweigenaren terughoudend in het ter beschikking stellen van dakruimte: liever ontwikkelen ze er dan in een later stadium een eigen project op. Dit zorgt per saldo voor vertraging.

Als de zonnepanelen op een dak altijd mee mogen tellen voor het energielabel, wie ze dan ook neer heeft gelegd op dat dak, kan dat tot eind 2020 tot 500 MWp extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden en in 2020 een extra CO2-reductie tov 1990 van minstens 0,1 Mton.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 19 - Voortzetting regeling zonnepaneel met sanering asbestdak - besparing: 0,1Mton

Voortzetting combinatieregeling zonnepanelen met sanering asbestdaken

De overheid wil dat in 2024 alle asbestdaken zijn verwijderd, maar recent heeft de Eerste Kamer niet ingestemd met wetgeving om dat te reguleren. Men vond 2024 te snel. Wellicht dat het kabinet nu langs andere weg het alsnog aantrekkelijk kan proberen te maken voor Nederlanders om het asbest van de daken te halen, door provinciale regelingen zoals “asbest eraf, zon erop” landelijk uit te rollen. Een nieuw subsidiebudget voor het weghalen van asbestdaken met een stimulans voor het vervangen door zonnepanelen, zou wel eens aan twee kanten tot versnelling kunnen leiden. Dit kan bijvoorbeeld door de SDE+ uit te breiden met deze optie. Verwacht wordt dat dit vooral een positief effect zal hebben op meer zon op staldaken.

Ook hier wordt verwacht dat zo’n regeling tot eind 2020 tot 500 MWp extra geïnstalleerd vermogen zou kunnen leiden en in 2020 een extra CO2-reductie ten opzichte van 1990 van minstens 0,1 Mton oplevert.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 20 - Zonnepanelen op overheidsgebouwen - besparing: 0,1Mton

Zonnepanelen op overheidsgebouwen

De overheid, zowel nationaal als regionaal en lokaal, beschikt over vele daken, die nog niet allemaal vol liggen met zonnepanelen en/of groene daken. Zelf het goede voorbeeld geven, als je veel verlangt van je burgers, is altijd verstandig.

De vele daken van overheidsgebouwen bieden een goede mogelijkheid voor zonneprojecten: van zelf doen tot het dak ter beschikking stellen aan lokale energiecoöperaties.

Een overheid die de energietransitie serieus neemt en zelfs aan wil jagen, kan natuurlijk zo besluiten om al haar geschikte eigen daken de komende 1,5 jaar vol te leggen met zonnepanelen. Deze PV-projecten kunnen natuurlijk gebruik maken van diverse stimuleringsregelingen (salderen, SDE, PCR etc.), maar dat zou niet een noodzakelijke voorwaarde moeten zijn, om aan de slag te gaan.

Ook hier zou extra geïnstalleerd vermogen kunnen leiden in 2020 tot een extra CO2-reductie ten opzichte van 1990 van minstens 0,1 Mton.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 21 - Inzet reservetransformator bij zon- en windprojecten - besparing: 0,4Mton

Inzetten reservetransformatoren voor het aansluiten van zon- en windprojecten

Door het inzetten van reservetransformatoren (dus het loslaten van de n-1-redundantie-eis) kunnen zon- en windprojecten eerder worden aangesloten op het net, juist waar nu netverzwaring nodig lijkt. In uiterste gevallen wordt het zonne- of windproject kortstondig afgeschakeld. De leveringszekerheid voor derden wordt niet verminderd.

Op dit moment eist regelgeving dat er veel overcapaciteit is in het elektriciteitsnet, opdat er op geen enkel moment even geen stroom is. In het jargon: er geldt nu de standaardeis van n-1 of zelfs n-2 redundantie bij het aansluiten van hernieuwbare projecten. Voor veel wind- en PV-projecten is het niet cruciaal dat hun netbeschikbaarheid 99,99% is; 99% oftewel n-0 zou ook volstaan.

Wanneer in het Noorden de redundantie-eis wordt versoepeld naar n-0 zou 80% van de verzwaringsprojecten van TenneT niet nodig zijn en zouden veel duurzame energieprojecten niet hoeven te wachten. Deze versoepeling zou ook een tijdelijk karakter kunnen hebben.

Een snelle aanpassing van deze eis in de regelgeving zou direct zorgen voor een hogere  realisatiesnelheid en -graad van reeds beschikte en nieuwe zon- en windprojecten. Dit levert naar verwachting tot halverwege 2020 tot 3 GWp aan extra aansluitmogelijkheden op.

De NVDE maakte een uitgebreidere notitie hierover.

Ook de Nederlandse netbeheerders onderschrijven punt 21 van het plan van harte. Zij maken zich al enige tijd sterk voor een aantal maatregelen om op korte en lange termijn meer ruimte te creëren op het net, onder meer voor duurzaam opgewekte energie. In februari 2019 bracht Netbeheer Nederland hier een position paper over uit, met daarin onder meer het volgende over dit onderwerp:

 “Door slimmer om te gaan met de bestaande netten, kunnen we nu al capaciteit vrijmaken voor nieuwe duurzame opwek. In het kader van de leveringszekerheid zorgen netbeheerders ervoor dat er ‘redundantie’ in het net aanwezig is; extra kabels en installaties waardoor –bij storingen en onderhoud – levering van elektriciteit gegarandeerd is. Door de redundantie-eis te versoepelen voor nieuwe duurzame ‘invoeders’, kunnend deze sneller worden aangesloten. De ruimte op het elektriciteitsnet wordt daarmee efficiënter benut. Om dit mogelijk te maken, is het nodig vast te leggen dat invoeders van duurzame energie bij storingen en onderhoud niet op de gebruikelijke transportdienst kunnen rekenen en moeten compensatievoorwaarden in lijn hiermee worden aangepast”. 

De Nederlandse Netbeheerders schreven hier een position paper over: – Aansluiten duurzaam op land -. 

Deze maatregel wordt gesteund door:

Maatregel 22 - Verdubbeling krimp varkenssector - besparing: 0,4Mton

Verdubbeling krimp varkenssector

Het kabinet trekt 120 miljoen euro uit voor een warme sanering van de varkenssector tussen nu en 2023. Volgens het PBL leidt deze regeling tot een krimp van 5% en een besparing van 0,15 Mton CO2. Maar met aanvullende maatregelen en een verdubbeling van het budget kan er zeker 0,3 CO2 bespaard worden voor einde 2020. De overheid kan bijvoorbeeld een flinke krimp van de varkensstapel realiseren door boeren die geen opvolger hebben (62%) te helpen met een stoppersregeling, waarbij de vrijgekomen varkensrechten vernietigd worden. Een krimp van de sector is onvermijdelijk vanwege de negatieve impact op klimaat, milieu, dierenwelzijn, ontbossing en humane gezondheid.

Volgens prognose stopt 70% van alle varkenshouders tussen nu en 2030. Tegelijkertijd is de verwachting dat het aantal varkens slechts met 10% zal zijn gekrompen in 2030. De overgebleven bedrijven worden naar verwachting vele malen groter dan nu.

In lijn met de LNV-visie voor een kringlooplandbouw en met oog op de stikstofdepositie is het verstandig om het aantal varkens te laten krimpen met het aantal boeren. Dit zou neerkomen op 7 tot 8 miljoen minder varkens en ruim 1,5 Mton CO2-besparing in 2030.

Maatregel 22 stelt voor om de warme sanering te versnellen en op te schalen, maar dan wel op zo’n manier dat de krimp vooral het aantal varkens betreft.

Dat kan op de volgende manieren:

  • Stel de regeling open voor alle varkenshouders en benader ze afzonderlijk en op korte termijn. Help boeren zonder opvolger met een ruime regeling om te stoppen.
  • Hevel budget over van de plannen voor 0-emissiestallen naar sanering of naar de omschakeling naar Beter Leven of biologisch. Bij extensivering van bedrijven dienen de vrijgekomen varkensrechten vernietigd te worden.
  • Ontmoedig bedrijfsovernames door:
    • Afromen van dierrechten bij bedrijfsovernames. Stel eisen van sloop van stallen bij uitbreiding (‘stalderen’): bijvoorbeeld voor elke 10 m2 nieuwe stal moet er 15 m2 (de laatste jaren nog bewoonde) stal worden afgebroken.
    • Subsidie voor boeren die uitbreiden onder dierenwelzijnskeurmerk. Hierbij geldt bijvoorbeeld dat voor elke 10 m2 nieuwe stal met 1 ster Beter Leven Keurmerk (BLK) (ruimte voor 10 vleesvarkens) de sloop betekent van 11 m2 gangbaar (ruimte was voor 13,75 vleesvarkens). Dus in vleesvarkens: 10 nieuwe = 13,75 oude saneren. Ditzelfde kan voor de stap BLK 1 naar BLK 2.
  • Handhaaf strenger op mestregelgeving en dierenwelzijnsnormen zoals luchtkwaliteit en afleidingsmateriaal. Onderzoek de mogelijkheid tot afroming van dierrechten bij overtredingen.
  • Verlaag het nationale sectorplafond voor fosfaatuitscheiding voor varkens evenredig met de opgekochte varkensrechten.

Begrens ook andere diersectoren

Krimp van alle veehouderijsectoren is onvermijdelijk, zeker in een kringlooplandbouw zoals minister Schouten beoogt. Het is daarom belangrijk dat de rechten voorgoed uit de markt verdwijnen en dat varkenshouders niet overstappen naar andere sectoren die nog kunnen groeien, waardoor de klimaatwinst teniet wordt gedaan. De sectoren vleesvee, paarden en pony’s, schapen en geiten, konijnen, eenden, kamelen en pelsdieren zijn nog niet begrensd door een stelsel van dier- of fosfaatrechten. En sommige sectoren groeien hard: de geitensector groeide met 12% in 2018, en in 2018 importeerde Nederland 806.000 kalfjes uit het buitenland. Dat zijn er 50.000 meer dan in 2017.

Bij deze de vraag aan de regering om aanvullend:

  • nationale plafonds in te stellen door een dierrechtenstelsel voor alle houderijsectoren.
  • te starten met afromen van dier- of fosfaatrechten bij alle diersectoren. In de Meststoffenwet is dat snel te regelen. Dit is een belangrijke maatregel om te komen tot minder vee en dus minder broeikasgassen en is een onmisbare stap richting een kringlooplandbouw.
  • een norm te stellen voor een minimale hoeveelheid leefruimte voor geiten. De geitensector is de snelst groeiende sector en geitenhouders kunnen momenteel uitbreiden door meer geiten te houden én door meer geiten per vierkante meter te houden.
  • een stoppersregeling te openen voor alle andere sectoren, te beginnen in gebieden waar stankoverlast heerst en de natuur in de knel komt.

Krimp onvermijdelijk

Maatregel 22 is aanvullend op maatregel 2 (minder koeien) en maatregel 11 (minder vlees) en sluit aan bij een wereldwijde oproep om de veestapel te krimpen. De intensieve veehouderij behoort tot de grootste uitstoters van broeikasgassen, wordt gezien als grootste bedreiging van populaties wilde dieren en doet een té groot beroep op landbouwareaal wereldwijd. Vooral voor Nederland, het land met de hoogste veedichtheid ter wereld, is krimp onvermijdelijk om aan Europese natuur- en milieunormen te kunnen voldoen en ook het Openbaar Ministerie riep recent op om de veestapel te krimpen om de grootschalige fraude met mest aan te pakken.

 

Bronnen:

  • CBS 2016: 62% varkenshouders heeft geen opvolger: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/47/ op-meeste-boerderijen-geen-bedrijfsopvolger
  • In 2016 was de varkenssector goed voor 2,3 Mton uitstoot. Tabel 2; Voedselvisie doorberekend door CLM: https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/uploads/2017/09/935-Review-Voedselvisie-Natuur-Milieueen-quick-scan.pdf
  • Voedselvisie N&M: https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/uploads/2017/09/ NM-Voedselvisie-2030-rapport-v3-ia.pdf
  • Nul-emissie stallen zijn uiteraard beter voor het milieu, en zouden een voorwaarde kunnen zijn bij nieuwbouw, maar ze hebben ook nadelen: ze bieden weinig dierenwelzijnsvoordelen en zijn brandgevaarlijker dan stallen zonder luchtwassers. Krimp van de varkensstapel is een veel efficiëntere manier om klimaat en milieudoelen te halen, dan 0-emissiestallen.
  • In 2017 telde een gemiddeld biologisch varkensbedrijf 616 varkens. https://varkens.nl/gelderland-en-overijssel-toonaangevend-in-biologische-varkenshouderij/ tegen 3.400 per bedrijf voor andere bedrijven (CBS 2016: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2016/43/factsheetvarkensstapel)
  • Groei geitensector: https://www.agrimatie.nl/ThemaResultaat. aspx?subpubID=2232&themaID=2286&indicatorID=2922
  • Import nuchtere kalveren, RVO, per land, per week: https://www.rvo.nl/onderwerpen/internationaal ondernemen/handel-planten-dieren-producten/marktinformatie/statistieken
  • OM: veestapel moet kleiner om mestfraude aan te pakken https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/12/ om-de-veestapel-moet-kleiner-a2754960

Maatregel 23 - Zon op School - besparing: 0,1Mton

Maatregel 23 – Zon op school- besparing: 0,1 Mton

Energiebesparing en zonnepanelen zorgen voor minder CO2-uitstoot en zijn de opstap naar verdere duurzame maatregelen voor het schoolgebouw. In combinatie met educatie over duurzaamheid voor de kinderen, draagt dit bij aan een nieuwe bewuste generatie. Dat is de basisgedachte achter deze maatregel. Een maatregel die loont, want het uitstralingseffect van zonnepanelen op duurzame scholen is groot: de groene bewustwording springt over van kinderen naar ouders en naar de buurt om de school heen. De investering wordt terugverdiend. Voor scholen die niet weten hoe te starten, is er hulp en voor schoolbesturen die krap bij kas zitten, is er een lening beschikbaar. Een persoonlijke brief van premier Rutte aan alle 1.260 schoolbesturen kan helpen bij de versnelling, want veel scholen kennen dit programma nog niet. De extra kosten: 1.260 postzegels.

Het potentieel

Er zijn 1,4 miljoen kinderen in de basisschoolleeftijd en 970.000 middelbare scholieren (bron: CBS 2019) en we weten dat elke leerling op school ten minste de energie van één zonnepaneel nodig heeft. Opgeteld zijn dat 2,4 miljoen zonnepanelen. En dat moet lukken. Want er zijn schooldaken genoeg!

De Schooldakkaart van Nederland op https://schooldakrevolutie.nl/dakcheck/ visualiseert deze potentie van de ruim 6.300 geschikte, maar nog geheel onbenutte schooldaken. Dit vertaalt zich naar een totale opwekpotentie van 511 miljoen kWh en reductie van 0,3M ton CO2 per jaar.

De discussie over de overstap op zonnestroom zal scholen aanzetten tot verdergaande verduurzamingsmaatregelen met behulp van bijvoorbeeld isolatie, ledverlichting en energiemanagementsystemen.

De rekensom: 0.1 Mton CO2-besparing voor eind 2020

• Als 20% van al die onbenutte daken nu in 2019 en 2020 wordt voorzien van zonnepanelen, komen er op 1.250 schoolgebouwen ruim 400.000 panelen bij. Die leveren een besparing op van 74.000 ton CO2 per jaar.

• Met de installatie van ledverlichting in de helft van die 1.250 scholen besparen we nog eens 6.000 ton CO2 per jaar.

• Verder is de verwachting dat zeker 150 scholen verdergaande maatregelen zullen nemen, zoals efficiënter ruimtegebruik en isolatie. Dit levert 10.000 ton CO2-winst op.

• Daarnaast kan bij 750 relatief jonge schoolgebouwen het energiebeheer flink worden verbeterd. Besparing: 11.000 ton CO2 per jaar.

Scholen Energiebespaarlening

Zonnepanelen, isolatie, ledverlichting en monitoringssystemen vergen een startinvestering. Die wordt weliswaar terugverdiend, maar niet ieder schoolbestuur heeft de ruimte om te investeren. Voor die scholen is er de Scholen Energiebespaarlening, een lening tegen een scherpe rente. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Rabobank hebben samen € 5 miljoen beschikbaar gesteld.

En nu doorpakken

Door veel partijen wordt er inmiddels gewerkt én samengewerkt om schoolgebouwen te verduurzamen. Een concreet en haalbaar doel. Een doel waarin de reeds voorgenomen nieuwbouwplannen voor de vervanging van 450 oude scholen in de komende 1,5 jaar een goede basis vormen. Deze nieuwe schoolgebouwen zullen voor 90% energieneutraal zijn, wat een enorme besparing oplevert van 43.000 ton CO2 per jaar.

Het is bovendien de opmaat naar zonnepanelen op de ruim 6.300 geschikte schooldaken in 2024. Laten we dus met z’n allen doorpakken! Met schoolkinderen, docenten, schooldirecteuren, schoolbesturen, uitvoeringspartners, gemeenten, omgevingsdiensten en provincies. En mét de support van Den Haag. Want de 1.260 schoolbesturen waar de 6.300 scholen met ‘naakte daken’ deel van uitmaken, willen dat signaal vanuit Den Haag ook horen.

Onze vraag aan premier Rutte:

Bent u bereid vaart te maken met de energietransitie door alle schoolbesturen persoonlijk aan te schrijven en aan te moedigen om door te pakken met verduurzaming van hun scholen? En viert u het eerste resultaat mee op school? Een kleine vraag met een grote impact!

 

Bronnen:

  • https://schooldakrevolutie.nl/dakcheck/ • Aantallen scholen: gegevens van DUO, aangevuld met informatie van gemeentes en schoolbesturen
  • Opwekpotentie: onze eigen Quickscans van de Schooldakkaart, gemaakt met Zonatlas, resp. Solar Monkey
  • Besparingen door LED-verlichting: database en model van CFP Green Buildings
  • Aantallen en besparingseffecten van nieuwbouw, renovatie en energiebeheer: “Analyse kengetallen 15 praktijkervaringen”, Green Deal Scholen – mei 2018 vanRuimte-OK
  • Emissiefactoren https://www.co2emissiefactoren.nl/lijst-emissiefactoren/

Maatregel 24 - Ledverlichting bij bedrijven en kassen - besparing: 1.0 Mton

Maatregel 24 Ledverlichting bij bedrijven en kassen- besparing: 1,0 Mton

De Tweede Kamer heeft met een grote meerderheid een motie aangenomen om bedrijven te verplichten uiterlijk per 1 juli 2020 enkel ledverlichting te gebruiken. Door deze motie versneld uit te voeren en ledverlichting al per 1 januari verplicht te maken, kan de overheid 0,9 Mton CO2 besparen voor eind 2020. Hulp voor tuinders die willen overstappen naar led in de vorm van een lening, leidt in 2020 tot nog eens 0,1 Mton besparing. De aanschaf van ledverlichting verdient zichzelf terug door een lagere energierekening en kan om die reden op breed draagvlak rekenen.

De motie:

De motie luidt als volgt: “Constaterende dat de verplichting van Ledverlichting in de dienstensector 0,9 megaton CO2-winst kan opleveren; overwegende dat de aanschaf van Ledverlichting door een lagere energierekening zich op termijn terugverdient; verzoekt de regering, bedrijven te verplichten uiterlijk 1 juli 2020 uitsluitend Ledverlichting te gebruiken; verzoekt de regering tevens om het goede voorbeeld te stellen door zelf ook over te stappen naar Ledverlichting in haar gebouwen en installaties, en gaat over tot de orde van de dag.” 95 Kamerleden stemden vóór de motie, en 55 leden (VVD, FvD en PVV) stemden tegen.

Kosten voor de maatregel: €0

Voor ledverlichting in de gebouwde omgeving – te weten bij de sectoren handel, diensten en overheid – stelden de onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) eerder dit jaar in een onderzoeksrapport een besparing van 0,9 megaton CO2 te voorzien. De kosten hiervoor bedragen volgens het PBL 0 euro per ton CO2-reductie. Dit betekent dat de investeringskosten dus gelijk zijn aan de financiële opbrengsten van ledverlichting.

Lening voor tuinders:

Tuinders vervangen ongeveer om de 7 jaar hun verlichting, zo’n 15% van hen zal dat dus in het komend jaar doen. Ledlampen kosten nu zo’n drie keer meer dan traditionele verlichting. Voor een tuinder is dat een hele hobbel om te nemen. De overheid kan deze tuinders helpen bij de overstap naar led door een lening beschikbaar te stellen voor een investering in ledverlichting. Als 10% van de tuinders dit doet, scheelt dat ruim 0,1 Mton CO2 per jaar. Als álle tuinders dit doen, scheelt dat meer dan 1,0 Mton aan CO2.

Berekening ledverlichting voor tuinders:


Brede steun: De maatregel krijgt steun van vele organisaties, waaronder Fedet (Federatie Elektrotechniek), de belangenbehartiger van en voor ondernemers in de elektrotechnische sector met 174 leden.

Bronnen: 

  • https://ledmagazine.nl/nieuws/i15937/plan-bureau-voor-leefomgeving-uitrol-led-verlichting-levert juist-geld-op
  • https://www.oreon-led.com/

Maatregel 25 - Anders Reizen - besparing: 1.0Mton

maatregel 25 -Anders reizen – besparing: 1 mton

De CO2-uitstoot in Nederland van woon-werk- en zakelijk verkeer per auto komt neer op maar liefst 8,8 Mton (2016). Tientallen grote bedrijven met bijna 300.000 werknemers hebben zich verenigd in de coalitie Anders Reizen. Ze willen duurzamer reizen stimuleren en daarmee onder meer hun CO2uitstoot reduceren. In een rapport van maart 2018 heeft CE Delft de effecten op de uitstoot becijferd van verschillende maatregelen. Een aantal van die maatregelen kan ook in 2019 en 2020 nog tot substantiële verlaging van de uitstoot leiden. De volgende drie maatregelen zouden op langere termijn bijna 3 Mton minder uitstoot opleveren. Op de korte termijn van 1,5 jaar zou 1 Mton mogelijk moeten zijn.

a. Gedragscampagnes

De keuze voor duurzame mobiliteit kan het beste worden bevorderd door een gerichte campagne vanuit de werkgever. Hier zijn al enkele succesvolle voorbeelden van zoals Low Car Diet, Burn Fat not Fuel, Twente Aanpak 2014 en Ons Brabant Fietst. De campagne wordt succesvoller wanneer deze gecombineerd wordt met een competitieelement (zoals in Low Car Diet) en de werkgever materiële en immateriële beloningen uitlooft.

Uit onderzoek is gebleken dat het extra effect van gedragscampagnes een blijvende reductie van maximaal 23% van woonwerkkilometers oplevert. Wanneer een dergelijke campagne actief gesteund wordt door de werkgever en jaarlijks wordt herhaald is veel effect te verwachten. Als de overheid de komende twee jaar dit soort programma’s zou aanmoedigen en ondersteunen met een bijdrage, dan is zowel op de korte als op de iets langere termijn 10 tot 20% CO2-reductie te halen.

b. Verlagen vergoeding 0.19/km voor auto gebruik, voor iedereen

Als de maximaal onbelaste woon-werkvergoeding voor de auto naar beneden wordt bijgesteld van € 0,19 per km naar € 0,10, leidt dat volgens CE Delft tot minder autoverkeer, en dus minder uitstoot van stikstofoxide en fijnstof en minder verkeerslawaai. Ook zorgt het voor een afname van files en meer drukte in het OV. Men zal de reistijd meer als werktijd gebruiken.

De werkelijke, gemiddelde kosten per autokilometer zijn € 0,41 (ANWB, 2017). Bij een vergoeding van € 0,19 wordt dus 50% door de werkgever betaald, bij een verlaging naar €0,10 daalt dat naar 26%. Dat leidt tot een daling van autokilometers van 7,4%.

c. Vergoeding voor fietskilometers van 0,19/km

Het vervangen van de kilometervergoeding voor woon-werkverkeer per auto door € 0,19 per gefietste kilometer voor iedereen die op fietsafstand woont (minder dan 15 km) leidt tot veel meer fietsgebruik. De kilometervergoeding voor de fiets kan de werkgever onbelast toekennen.

Uit onderzoek blijkt dat 56% van de automobilisten serieus overweegt om over te stappen op de fiets en 58% hiervan geeft aan dat een kilometervergoeding een belangrijke stimulans zou zijn voor de overstap. Dat leidt tot een afname van het autogebruik op verplaatsingen tot 15 km van 32%. Omdat de maatregel alleen voor de korte afstand effect heeft (13% van de autokilometers) komt het totaaleffect uit op 4%.

Voor maatregel b zou de overheid de maximale vergoeding moeten verlagen. Voor c zou slechts een informatiecampagne en wellicht een Green Deal nodig zijn.

 

Bronnen:

  • CE Delft 2018; CO2-effect van Anders Reizen – https://www.ce.nl/publicaties/2120/co-effect-van-anders reizen

Maatregel 26 - Inregelen warmte warmte-installaties bedrijven- besparing: 0,5Mton

Maatregel 26 – Inregelen warmte-installaties bedrijven – besparing: 0,5 Mton

Voor het goed functioneren van een klimaatinstallatie is het van belang dat de luchthoeveelheden in een installatie in overeenstemming worden gebracht met de ontwerpwaarden. Daarnaast is in allerlei verwarmingsinstallaties goed waterzijdig inregelen ook heel belangrijk om de installatie efficiënt te laten werken. Slecht ingeregelde apparaten gebruiken te veel energie en zorgen voor onnodige CO2-uitstoot.

Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen (Wet milieubeheer-inrichtingen) die vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar verbruiken om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder te treffen. Dit is de energiebesparingsplicht.

Bedrijven kunnen op verschillende manieren aan die energiebesparingsplicht voldoen, bijvoorbeeld door alle toepasselijke maatregelen te treffen die staan op de Erkende Maatregelenlijsten voor energiebesparing (EML). Deze lijsten bevatten voor 19 bedrijfstakken energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder (zie RVO.nl).

Deze maatregel voor het beter inregelen van klimaatinstallaties gaat hoogstwaarschijnlijk ook ingevoerd worden op 1-1-2020 via het Activiteitenbesluit (oftewel opgenomen op de EML). Het zou goed zijn als dat zo snel mogelijk gebeurt en ook veel aandacht krijgt, want het kan veel additionele CO2-reductie opleveren.

Het technisch potentieel ligt voor de utiliteitsbouw tussen de 20 en 30 Petajoule. Voor de komende 1,5 jaar zou de besparing uit kunnen komen op 12 tot 16 Petajoule, naar beneden afgerond leidt dit tot 0,5 Mton CO2-reductie.

Bronnen:

  • ECN, Energie-Nederland en Netbeheer Nederland (2016) Energietrends 2016, publicatienummer ECN- O- 16-031, september 2016
  • Energievastgoed (2016) Benchmark Energieverbruik – vergelijk uw gebouw, geraadpleegd op 21november 2017 via http://www.energievastgoed.nl/benchmarktool/
  • Sipma, J.M. (2014 a) Energieverbruik in de utiliteitssector. Energieonderzoek Centrum Nederland via https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch.aspx?nr=ECN-V–14-011
  • Sipma, J.M. (2014 b) Verbetering referentiebeeld utiliteitssector, publicatienummer ECN-E–13-069. Energieonderzoek Centrum Nederland via https://publicaties.ecn.nl/PdfFetch.aspx?nr=ECN-E–13-069
  • Sipma, J.M. (2016) Nieuwe benchmark energieverbruik utiliteitsgebouwen en industriële sectoren, publicatienummer E15068_artikel. Energieonderzoek Centrum Nederland via https://www.energievastgoed.nl/2017/02/14/benchmark-energieverbruik-gebouwen/
  • Sipma, J.M. & Rietkerk, M.D.A. (2016) Ontwikkeling energiekentallen utiliteitsgebouwen, publicatienummer ECN-E–15-068. Energieonderzoek Centrum Nederland via https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch.aspx?nr=ECN-E–15-068
  • Tenslotte zijn de uitkomsten geverifieerd gebruikmakend van de navolgende informatie: https://www.installatie.nl/nieuws/dynamisch-inregelen-laaghangend-fruit/
  • http://www.duurzaammkb.nl/tips/tip/456/waterzijdig-inregelen-van-een-cv-installatie/
  • https://www.jos-tech.nl/duurzaam/duurzaam/waterzijdig-inregelen-cv-installatie-zorgt-voor energiebesparing/
  • https://www.caleffi.com/sites/default/files/static_page_attachments/caleffi_academy_inregelen_ ph.pdf
  • http://www.halmos.nl/publicaties/
  • https://www.eubac.org/cms/upload/downloads/position_papers/White_Paper_on_Room_Temperature_ Controls_-_eu.bac_July_2017_FINAL.pdf
  • https://www.eubac.org/publications/index.html
  • E-nolis rapport “Roadmap to Paris Proof”, september 2018.
  • Erkende maatregelen: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/energie-besparen/ informatieplicht-energiebesparing/bedrijven-en-instellingen/erkende-maatregelenlijsten

Maatregel 27 - Banden op Spanning- besparing: 0,2Mton

Maatregel 27 – Banden op spanning – besparing: 0,2 Mton

Plaats 2.500 Slimme Bandenpompen op slimme plekken en bied het gebruik ervan gratis aan. Als 50% van de automobilisten hier gebruik van maakt, besparen we 0,2 Mton CO2 per jaar.

Het probleem:

60% van alle auto’s rijdt met een te lage bandenspanning. Dit komt omdat banden altijd langzaam spanning verliezen (2-3 % per maand) en dus regelmatig moeten worden bijgepompt. De meeste mensen doen dit bij tankstations, de enige plek waar dergelijke luchtpompen traditioneel te vinden zijn. Helaas laat onderzoek zien dat 70% tot wel 90% van alle automobilisten na gebruik van deze luchtpompen wegrijdt met nog steeds een te lage spanning. Ruim 35% rijdt zelfs onbewust en ongewild weg met een lagere spanning dan waarmee ze aankwamen.

Zoals de overheid ook zelf al aangeeft, is er veel te winnen met het op spanning houden van banden. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat): “Als alle auto’s met de juiste bandenspanning zouden rondrijden, zouden we zo’n 0,4 Megaton CO2 per jaar aan uitstoot besparen.”

Maatregel Banden op Spanning:

Als de helft van de automobilisten elke twee maanden hun banden juist gaat oppompen, bespaart dit per jaar 0,2 Mton CO2. Het bespaart ook nog 100 euro per jaar per auto (oftewel in totaal 400 miljoen euro!). De meeste mensen weten niet dat ze 100 euro kunnen besparen door af en toe even 10 seconden hun banden op te pompen. Betere communicatie hierover is belangrijk.

60% van alle auto’s rijdt met een te lage bandenspanning.

Door 2.500 slimme bandenpompen te plaatsen bij bijvoorbeeld bedrijven, benzinestations en supermarkten en daar duidelijke uitleg bij te geven, zullen automobilisten beter en vaker hun banden op spanning brengen. Een project waarbij bijvoorbeeld mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of verkopers van daklozenkranten iets kunnen verdienen door de bandenpomp te bedienen, zou voor hen een mooie extra inkomstenbron kunnen zijn. Als mensen 100 euro per jaar besparen, dan kan een paar euro voor de ‘bandenspanner’ er toch wel vanaf?

De reguliere luchtpompen bij benzinestations werken vaak niet goed genoeg. De nieuwe bandenpomp is met de touchscreen makkelijk te gebruiken en helpt met slimme software zelfs door het intoetsen van het kenteken direct de juiste bandenspanning te vinden.

Hardere banden leveren niet alleen geld en CO2-winst op, ze zijn ook veiliger en leiden tot minder slijtage waardoor er minder microplastics in het milieu belanden, en ze leiden tot minder verkeerslawaai. Op de website van Milieu Centraal staat uitgebreide informatie over dit onderwerp.

Kosten voor de maatregel:

3,5 miljoen euro voor 2.500 pompen en ondersteunende kosten aan meer voorlichting en van inzet mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is slechts €13,66 per vermeden ton CO2.
Er is brede maatschappelijke steun voor deze maatregel zoals te zien is op de website van Stichting Band op Spanning. Ook partijen zoals BOVAG en RAI pleiten al lang voor meer banden op spanning.

Bronnen:  

  • https://www.bandopspanning.nl/bandopspanning/partners/
  • https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/11/12/autoband-op-juiste-spanning-beter-voor milieu-en-portemonnee
  • https://www.milieucentraal.nl/duurzaam-vervoer/autokeuze-en-gebruik/hou-je-autobanden-op spanning/

Maatregel 28 - CO2-Prestatieladder - besparing: 1,0Mton

Maatregel 28 -CO2-Prestatieladder – besparing: 1,0 Mton

Maatregel 28 is opgesteld met Stichting Klimaatvriendelijk Ondernemen en Aanbesteden (SKAO). Voor 1,0 Mton CO2-besparing stelt maatregel 28 voor dat bedrijven, organisaties en overheden met een middelgrote tot grote omvang in 2020 een professioneel CO2-managementsysteem in moeten voeren. Volgens een eerste schatting van de voorgestelde maatregel tot de verplichte invoering van een CO2-managementsysteem betekent dit een verdubbeling van dit besparingspotentieel. Dit komt overeen met ongeveer 1 Mton extra CO2-reductie.

Het voorstel sluit aan bij de Wet Milieubeheer. Daarin staat dat alle bedrijven die per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) verbruiken, de plicht hebben om hun energiebesparende maatregelen te rapporteren. Bedrijven die per jaar vanaf 200.000 kWh elektriciteit of 75.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen verbruiken, hebben de plicht daarbij een eigen onderzoek te doen.

De maatregel houdt in dat alle bedrijven, instellingen en overheidsorganisaties die per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) verbruiken, in 2020 een laddercertificaat op niveau 3 moeten behalen. Bedrijven, instellingen en overheidsorganisaties die per jaar vanaf 200.000 kWh elektriciteit of 75.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen verbruiken, moeten een laddercertificaat op ten minste niveau 4 behalen.

Achtergrond

In het kader van het Energieakkoord zijn voor inmiddels 19 bedrijfstakken lijsten met Erkende Maatregelen ontwikkeld. Een bedrijf dat de maatregelen uit deze lijst heeft genomen, voldoet aan de verplichting uit de Wet milieubeheer dat een bedrijf alle maatregelen met een terugverdientijd tot vijf jaar moet nemen. De lijsten met Erkende Maatregelen concentreren zich met name op het warmtegebruik van gebouwen en het elektriciteitsgebruik van de apparatuur in de bedrijfsgebouwen. Daarbij is gekozen voor een gedetailleerde beschrijving van alle afzonderlijke maatregelen. Bedrijven zijn verplicht om de lijst eens per vier jaar in te vullen.

Bij de CO2-Prestatieladder wordt ook gewerkt met een maatregellijst. Deze verschilt op vijf punten van de lijsten met Erkende Maatregelen.

  • Ten eerste zijn de lijsten met Erkende Maatregelen qua reikwijdte beperkter dan de maatregellijst van de CO2-Prestatieladder. De laatste richt zich behalve op kantoren en bedrijfshallen op een breed scala aan activiteiten, zoals aanbesteden, advies, afval, bouwplaatsen, logistiek en transport, materiaalgebruik, materieel, onderaannemers en leveranciers, personenmobiliteit, scope 3-emissies en schepen.
  • De overheidslijsten werken alleen met standaardmaatregelen, terwijl de Prestatieladder ook vooruitstrevende en ambitieuze maatregelen kent. Deze maatregelen stimuleren bedrijven om meer te doen dan wat wettelijk verplicht is.
  • Ten derde is de maatregellijst van de Prestatieladder voor kantoren en bedrijfshallen minder gedetailleerd dan de lijsten met Erkende Maatregelen. Waar de lijsten met Erkende Maatregelen apart kijken naar zaken als spouwmuurisolatie, de HR-ketel, weersafhankelijke regelingen en tijdschakelaars, kiest de maatregellijst van de Prestatieladder voor bredere categorieën, zoals de verbetering van het energielabel of de aanwezigheid van een energiemanagementsysteem, waar de meer gedetailleerde maatregelen deel van uitmaken.
  • Een vierde belangrijk verschil is dat de Prestatieladder organisaties stimuleert te focussen op de meest materiële emissies. Dit zijn emissies die voor de betreffende organisatie het grootst zijn. Gecertificeerde organisaties concentreren zich bij het nemen van maatregelen vooral op deze emissies.
  • Een vijfde verschil is dat de Prestatieladder geen maatregelen verplicht stelt, maar eist dat organisaties een ambitieuze doelstelling kiezen, aantoonbaar werken aan reductie van de materiële emissies en hierin continu jaarlijkse verbetering laten zien. Ladderbedrijven zijn ook verplicht om zich aantoonbaar in nieuwe maatregelen te verdiepen.

Veel bedrijven kiezen voor een Prestatieladder-certificaat omdat dit gunningvoordeel geeft bij aanbestedingen. Daarnaast kiest een groeiend aantal bedrijven en organisaties, waaronder gemeenten en ministeries, hiervoor omdat ze een geloofwaardig en onafhankelijk gecontroleerd klimaatbeleid willen voeren. De vraag aan de overheid is om het voorstel wettelijk vast te leggen, net zoals ze dat heeft gedaan bij de verplichte maatregelenlijst.

 

Bronnen:  

  • https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/10/03/kamerrief-over-ontwerpbesluit tot-wijziging-van-het-activiteitenbesluit-milieubeheer
  • https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2019-167.html
  • https://www.skao.nl/handboek-3

Maatregel 29 - Campagne voor CV-optimalisatie huishoudens - besparing: 1,0Mton

Maatregel 29 – Campagne voor CV-optimalisatie huishoudens – besparing: 0,4 mton

Veel CV-ketels van particulieren zijn niet goed waterzijdig ingeregeld en draaien daardoor niet efficiënt. Een landelijke campagne om mensen aan te moedigen hun installatie te laten nakijken op dit gebied en het bijscholen van installateurs om dit echt goed te doen, horen bij deze maatregel. Uitleggen hoeveel kosten mensen met het beter inregelen kunnen besparen, is heel belangrijk. Deze maatregel is snel terug verdiend.

De technische besparingspotentie in de hele woningvoorraad ligt ergens rond de 30 tot 35 Petajoule. Voor de komende 1,5 jaar zou een besparing van 0,4 Mton te halen zijn als een derde van de mensen met een cv-ketel deze beter zou laten inregelen.

CV beter inregelen

Twee Nederlandse belangenverenigingen, de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis, hebben onderzoek gedaan om afzonderlijk van elkaar te komen tot advies aan hun leden.

Vereniging Eigen Huis geeft in haar publicatie over het goed instellen van de verwarming aan dat in een gemiddelde woning een rendementsverbetering tussen de 5% en 15% gerealiseerd kan worden. De Consumentenbond komt tot de conclusie dat met waterzijdig inregelen een rendementsverbetering van zelfs 10% tot 20% haalbaar is.

Beide publicaties zijn gebaseerd op de resultaten die geboekt zijn met statisch inregelen. Dit houdt in dat het optimale rendement uitsluitend behaald wordt in vollast-situaties, dus als alle radiatoren open staan. Daarnaast is het resultaat beïnvloedbaar door de gebruiker.

Door dynamisch in te regelen, functioneert de inregeling ook in deellast optimaal en kan de gebruiker die niet beïnvloeden. Omdat de installaties in 90% van de tijd in deellast draaien, is het gerechtvaardigd om de genoemde resultaten in de dynamische inregeling met ten minste 5% tot 10% te verhogen.

Uitgaande van de minimale resultaten in beide onderzoeken kunnen we dus met zekerheid stellen dat door dynamisch-hydronisch inregelen ten minste een verbetering van 10% tot 20% gehaald wordt.

Bronnen:

  • ECN, Energie-Nederland en Netbeheer Nederland (2016) Energietrends 2016, publicatienummer ECN- O- 16-031, september 2016.
  • Energievastgoed (2016) Benchmark Energieverbruik – vergelijk uw gebouw, geraadpleegd op 21november 2017 via http://www.energievastgoed.nl/benchmarktool/
  • Sipma, J.M. (2014 a) Energieverbruik in de utiliteitssector. Energieonderzoek Centrum Nederland via https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch.aspx?nr=ECN-V–14-011
  • Sipma, J.M. (2014 b) Verbetering referentiebeeld utiliteitssector, publicatienummer ECN-E–13-069. Energieonderzoek Centrum Nederland via https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch.aspx?nr=ECN-E– 13 069
  • Sipma, J.M. (2016) Nieuwe benchmark energieverbruik utiliteitsgebouwen en industriële sectoren, publicatienummer E15068_artikel. Energieonderzoek Centrum Nederland via http://www.energievastgoed.nl/wp- content/uploads/downloads/2016/01/nieuwe_benchmark_ energieverbruik_utiliteit_sipma.pdf
  • Sipma, J.M. & Rietkerk, M.D.A. (2016) Ontwikkeling energiekentallen utiliteitsgebouwen, publicatienummer ECN-E–15-068.
  • Energieonderzoek Centrum Nederland via https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch.aspx?nr=ECN-E–15-068

Maatregel 30 - APK voor gebouwen - besparing: 0,1Mton

Maatregel 30 – APK voor gebouwen – besparing: 0,1 mton

Een periodieke controle op de werkelijke energieprestatie van gebouwen, een soort APK ofwel een EnergiePrestatieKeuring (EPK), zou voor de komende 12 tot 18 maanden een besparing in de orde van grootte van 0,1 tot 0,2 Mton (5 tot 8 Petajoule) kunnen opleveren. Een EPK kan snel en eenvoudig ingevoerd worden, zonder aangepaste wetgeving. De EPK zou betrekking hebben op alle inrichtingen onder het Activiteitenbesluit 2.15 regime en/of alle gebouwen met een gebruiksoppervlak van meer dan 500 m2. Een EPK is nodig om een gat in het huidige beleid te dichten, waarbij met name gestuurd wordt op theoretische gemiddelde prestaties van losse energiebesparende maatregelen, die zelden in de praktijk ook deze prestaties laten zien.

Kloof

Er zit een grote kloof tussen theorie van bijvoorbeeld het energielabel en de werkelijke energieprestatie in de praktijk. Dit probleem doet zich ook voor bij de sectorale Erkende Maatregelen energiebesparing, waarbij aan de hand van checklists wordt bekeken of de eigenaar of ondernemer wel de ‘juiste’ installatie in het gebouw heeft staan, maar niet wordt gecontroleerd of deze wordt onderhouden, goed is ingeregeld en daadwerkelijk het voorgenomen resultaat levert. Decennialang wijzen alle rapporten in het vastgoed uit dat ruim 80% van het vastgoed niet presteert zoals beoogd is. Dit laaghangend fruit kan snel geplukt worden en levert behoorlijke klimaatwinst op.

Deze EPK leidt tot meer comfort en tot minder storingen, klachten en onderhoud, en verlengt de levensduur van de installatie zelf.

Tweede kans

De EPK is als instrument opgenomen geweest in het Energieakkoord 1.0 en er is ook met ondersteuning van het rijk enige jaren geleden getracht die breed in de markt te zetten. De proefperiode van de EPK, met name in sectoren als de commerciële utiliteit, is succesvol gebleken, maar heeft het leven nooit verder gezien. Dat is jammer, want gemiddeld blijkt dat bij een periodieke keuring van de totale gebouw- en klimaatinstallatie op basis van behoefte en gebruik al ruim 20% energie te besparen valt. Energetisch een enorme winst zonder grote investeringen. Daarnaast levert deze EPK meer comfort op en leidt die tot minder storingen, klachten en onderhoud. Ook verlengt die de levensduur van de installaties zelf. Het vergelijk met de auto-APK, ook om veiligheidsredenen, is snel gemaakt.

Te weinig keuringen van gebouwinstallaties

Op dit moment worden er in Nederland nauwelijks keuringen van gebouwinstallaties uitgevoerd. De enige uitzondering betreft wellicht grotere stookinstallaties, en dan voornamelijk vanwege de veiligheid en niet zozeer om de energie-efficiëntie. Een verplichte periodieke EPK zou aansluiten bij de huidige ontwikkelingen in de utiliteit en is eenvoudig te implementeren, omdat grotere gebouwen binnen de dienstensector inmiddels verplicht zijn om een Energieregistratie- en Bewaking Systeem (EBS) te hebben. Uit dit EBS kan, aangevuld met informatie uit de keuring zelf, afgelezen worden of de installatie doet wat die moet doen. Helaas wordt binnen de huidige context van wet- en regelgeving, ook in de Erkende Maatregelen, wel aandacht gevraagd voor energiemonitoring, maar niet voor het acteren op basis van die monitoringsgegevens. Een EPK kan dit oplossen.

Groot potentieel

Verschillende onderzoeksrapporten laten het potentieel van een EPK voor gebouwen zelfs op korte termijn zien. De besparing is enorm, zelfs zo groot dat deze alleen al voor de kantorenmarkt de complete opgave voor de utiliteit voor 2030 (meer dan 1 Mton) dekt. Gebouweigenaren en gebruikers kunnen de EPK ook gebruiken als bewijs dat er doelmatig met energie omgegaan wordt én als basis waarop de overheid opdrachten (CO2-Prestatieladder) en subsidies (zoals MIA/Vamil, SDE+, EIA, Innovatiefinanciering en Groenfondsleningen) aan ondernemingen kan verstrekken. Eigenaren en bedrijven die compliant zijn aan de geldende energiewetgeving kunnen zo ook gebruikmaken van subsidies, opdrachten en andere voordelen die voortkomen uit stimulerend klimaatbeleid. Zo hebben koploperbedrijven ook voordeel bij een EPK.

Er is onder eigenaren, huurders, gebruikers en andere partijen binnen de vastgoedketen veel draagvlak voor een EPK.

Bronnen:

  • Notitie ECN, juli 2016: Energiemanagementsystemen in de Utiliteitsbouw
  • E-nolis, sept 2018: Roadmap to Paris Proof Een plan van aanpak waarmee kantoren versneld de energiebesparingsdoelstellingen van het Klimaatakkoord bereiken.

Maatregel 31 - Stadsheffing voor een leefbare stad - besparing: 0,1Mton

Maatregel 31 – Stadsheffing voor een leefbare stad – besparing: 0,1 mton

Om de stad Londen weer leefbaar te maken binnen de ring, werd in 2003 de Congestion Charge geïntroduceerd. Dit gebied is nog steeds een van de grootste ter wereld waar dit systeem bestaat. Dit is een tolsysteem waarbij auto’s in het centrumgebied binnen de ring – de Congestion Charge Zone – door de week tussen 7.00 uur en 18.00 uur een bedrag per dag moeten betalen (dit was 10 tot 12 pond). De tol wordt in rekening gebracht via een kentekenherkenningssysteem. Elektrische en zeer schone voertuigen betalen minder dan vieze dieselauto’s en bussen. Dit werd steeds verder aangescherpt, vanaf 2015 zijn er geen uitzonderingen meer en worden alleen volledig elektrische voertuigen ontzien. Nu gaat men deelvervoer ook bevoordelen, opdat mensen minder alleen in een auto zitten. In de eerste tien jaar werd er netto met dit systeem 1,3 miljard verdiend, dat weer werd geïnvesteerd in openbaar vervoer, verbetering van wegen en bruggen en oplossingen voor voetgangers en fietsers. Het grootste bedrag werd geïnvesteerd in de verbetering van het busnetwerk (960 miljoen pond). Het tolsysteem leidde tot 10% minder drukte en 11% minder autokilometers.

London, Singapore en Helsinki

De insteek voor Londen was vooral: Londen MOET bereikbaar blijven. Dat is gelukt, want er is nu weer doorstroming. Ook Singapore en Helsinki hebben deze maatregel vanuit economisch belang en gebrek aan ruimte genomen. De ‘bijvangst’ is minder dodelijke ongelukken met fietsers in de stad, meer schone lucht en dus minder CO2-uitstoot.

Stadsheffing in vijf grootste steden

Stel dat de overheid een stadsheffing zou introduceren in de vijf grote steden en daar bijvoorbeeld 10 euro per dag zou vragen voor benzine- en dieselvoertuigen en elektrische voertuigen zou vrijstellen. Dat kan heel makkelijk met een kentekenscan. Speciale groepen zoals ambulances worden in het begin uitgezonderd. De techniek is klaar en uitontwikkeld en kan relatief snel geïmplementeerd worden. Met de inkomsten zou het OV betaalbaar en beter gemaakt kunnen worden. Dat betekent goedkoper OV, schonere lucht, betere bereikbaarheid, verhoogde leefbaarheid én minder CO2-uitstoot

Potentieel in Amsterdam is 0,4 Mton

De uitstoot van vervoer is in Amsterdam volgens de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (januari 2019) 360 kiloton per jaar, dus 0,36 Mton. Een proef in vijf steden binnen de ring (met een scan op alle afritten) zou met financiële steun van de overheid mogelijk moeten zijn. Vijf steden die samen conservatief geschat 1,5 Mton aan vervoersuitstoot hebben. Stel dat de autokilometers net als in Londen met 11% verminderen, dan zou – zeer conservatief gerekend – 0,1 Mton CO2-reductie moeten kunnen. Voor Amsterdam is het een mooie opstap naar het beleid van de gemeente om in 2025 alleen nog elektrisch vervoer toe te staan. Voor de andere steden wellicht een inspiratiebron om ook versneld aan schone lucht te werken.

Bronnen:

  • Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/ volg-beleid/ambities/gezonde-duurzame/klimaatneutraal/
  • London congestion charge: https://tfl.gov.uk/modes/driving/congestion-charge

Maatregel 32 - Innovatieve Chemische Recyclingtechnieken - besparing: 0,2Mton

Maatregel 32 – Innovatieve Chemische Recyclingtechnieken – besparing: 0,2 mton

Chemische recycling zou op korte termijn een goede aanvulling kunnen zijn op mechanische recycling voor kunststof afval. In zowel het nieuwe Regeerakkoord als in de transitieagenda’s voor de circulaire economie wordt chemische recycling als een belangrijke oplossing voor de verduurzaming van de kunststofketen gezien. CE Delft heeft in opdracht van het ministerie van EZK berekend dat in 2020 reeds een besparing van 0,2 Mton mogelijk is.

De overheid kan deze techniek mogelijk maken door:

  • monomeer chemische recycling een-op-een mee te tellen in de doelstellingen voor plasticrecycling;
  • feedstock chemische recycling met een factor van circa 50% mee te tellen in de doelstellingen voor plasticrecycling;
  • subsidie voor investeringen in chemische recycling mogelijk te maken onder de nieuwe SDE++ subsidieregeling;
  • de doelstellingen voor recycling van plastic te verhogen, onder andere in de raamovereenkomst verpakkingen;
  • chemische recycling een betere plek te geven in het landelijk afvalstoffenplan (LAP3) qua hoogwaardigheid van recyclen.

240.000 ton geschikt materiaal uit huishoudens

CE Delft schat op basis van kunststof afvalstromen die nu al gescheiden vrijkomen, maar niet geschikt zijn voor mechanische recycling, dat circa 240 kton materiaal in 2020 chemisch gerecycled kan worden. Netto kan dat een CO2-emissiewinst van 0,2 Mton per jaar in 2020 opleveren. Dit zou met ook import van materiaal uit het buitenland richting 2030 kunnen groeien naar zeker 1,6 Mton CO2-reductie.

Extra mogelijkheden bij bedrijfsafval

Bij deze analyse is gefocust op kunststof afvalstromen uit huishoudens. Als ook gekeken wordt naar kunststofstromen die lastig mechanisch te recyclen zijn en die vrijkomen als bedrijfsafval, dan kan de CO2-emissiereductie nog verder groeien. Zeker voor Rotterdam, waar ieder jaar enkele megatonnen aan chemische producten worden gemaakt, is het heel interessant om met chemische recycling de productie voor een groot deel op basis van kunststofafval circulair te maken.

Als de juiste technieken ingezet worden op kunststof afvalstromen die nu in afvalenergiecentrales belanden, kan 1 tot 3 kilo CO2 per kilo materiaal bespaard worden, dus het gaat uiteindelijk om vele Megatonnen CO2 die zo bespaard kunnen worden.

Bronnen:

  • CE Delft Verkenning chemische recycling. Update 2019 https://www.ce.nl/publicaties/2168/verkenning-chemische-recycling-update-2019.

Maatregel 33 - Verdubbeling Slagkracht Energiecooperaties- besparing: 0,1Mton

Maatregel 33 – Verdubbeling slagkracht energie coöperaties – besparing: 0,1 mton

De overheid kan de CO2-besparing door de gewenste beweging van onderaf eenvoudig verdubbelen door de coöperaties te faciliteren met de juiste instrumenten. De belangrijkste op korte termijn is het tarief waar de postcoderoosprojecten gebruik van maken.

Versterk de postcoderoosregeling en verdubbel duurzame energieprojecten

De regering heeft de Regeling Verlaagd Tarief (RVT) – de postcoderoosregeling in de volksmond – als instrument gegeven aan energiecoöperaties om (lokale) duurzameenergieprojecten mee te realiseren. Deze fiscale regeling is gebaseerd op het leveren van energie zonder energiebelasting en de btw daarover aan leden van de coöperatie. Het is een mooi en succesvol instrument om burgers mee te laten profiteren van de energietransitie en ze ervoor te motiveren.

Door de discussie over veranderingen in de hoogte van de energiebelasting ontstaat bij de coöperaties en de financiers twijfel over de haalbaarheid van de projecten. De honderden energiecoöperaties in Nederland vragen daarom aan de overheid om de RVT om te zetten in een terugleververgoeding die niet meer varieert, maar voor langere tijd een vast bedrag wordt van € 0,12 per kWh. Dit maakt de financiering voorspelbaar en zal de aantrekkingskracht enorm vergroten.

Als de huidige trend doorloopt, zal 74,5 MWp in 2018 verdubbelen tot 142,7 MWp in 2019 en groeien tot 280 MWp in 2020. Corporaties verwachten 250 MWp extra groei als er een vaste vergoeding komt voor de postcoderozen, die leidt tot een additionele reductie van 0,1 Mton CO2-uitstoot in 2020. Voor de langere termijn kan aanhoudende groei vanuit de beweging van onderop geholpen worden door twee maatregelen.

1. Vergroting van fondsen waar energiecoöperaties geld uit kunnen lenen voor de eerste fase van duurzame energieprojecten

Grotere projecten zoals zonneparken en windmolens vereisen grote investeringen. Voor coöperaties is de exploitatiefase vaak geen probleem om te financieren, maar de ontwikkelfase daarvoor wel. In die fase moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd, worden talloze onderzoeken uitgevoerd en is gedegen projectmanagement vereist. Deze kosten bedragen al snel 5 tot 10% van de totale kosten van een project. Geld dat coöperaties in het algemeen niet hebben en dat de meeste financiers niet willen financieren, waardoor de coöperaties gebruik moeten maken van grote commerciële partijen of investeerders die vervolgens ook een belangrijk deel van de opbrengst claimen. Een groot fonds vanuit de overheid kan hierbij aanzienlijk helpen.

2. Stimuleer gemeenten tot ‘groene leges’

Op dit moment hanteert elke gemeente een eigen regime voor de leges voor duurzame projecten. Er zijn gemeenten die niet of nauwelijks leges rekenen (bijvoorbeeld alleen over de onderbouwconstructie van zonne-installaties) waar andere de volledige installatieprijs als basis gebruiken voor de berekening van de leges. Dat betekent in sommige gevallen een kostenverhoging tot 3%. Bovendien zijn coöperaties deze leges vaak sowieso verschuldigd, ook als een project niet doorgaat. Dan blijft een coöperatie al snel met tonnen schuld achter, zonder opbrengsten.

Het zou helpen als de VNG op korte termijn een modelverordening opstelt om gemeenten te stimuleren over te gaan op groene leges.

Voorstel:

– Bij zonneparken alleen de constructie meenemen in de berekening van de bouwkosten en een vast percentage hanteren (2,5%); – Bij niet doorgaan van het project uitsluitend een vast, minimaal bedrag voor leges rekenen van € 2.500; – Een vast percentage rekenen op basis van de bouwkosten (0,5%) voor windmolens.

Deze maatregel wordt onderschreven door ruim 100 Energiecoöperaties.

Maatregel 34 - Actieplan van enkel naar HR++ glas - besparing: 0,2Mton

Maatregel 34 – Actieplan van enkel naar HR++ glas – besparing: 0,2 mton

In Nederland hebben nog ruim 1 miljoen woningen enkel glas, gemiddeld 20 m2 per woning. Het vervangen van deze 20 m2 door HR++ glas kost bijna 3.200 euro. Dat is een flinke investering voor burgers, maar ze besparen jaarlijks 460 euro aan energiekosten en het is dus in 7 jaar terugverdiend. Met een speciale extra pot ISDE-subsidie voor het vervangen van enkel glas de komende 1,5 jaar zouden 250.000 huishoudens verleid kunnen worden om de stap te maken.

Maatregel 34 stelt voor om 1.000 euro per huishouden aan te bieden via een ISDEsubsidie, zodat de terugverdientijd van de burger ongeveer 5 jaar wordt.

Besparing

Gemiddeld is de besparing van het vervangen van enkel glas door HR++ glas 800 kilo CO2/jaar (bron: MilieuCentraal) per woning. Bij 250.000 huishoudens komt dat neer op een winst van 0,2 Mton.

Kosten

25% van de woningen in 1,5 jaar aanpakken komt neer op 250.000 maal €1000 subsidie via ISDE is 250 miljoen euro.

Maatregel 35 - Bossen, bomen en bermen - besparing: 0,1Mton

Maatregel 35 – Bossen, bomen en bermen – besparing: 0,1 mton

Waar de industrie op zoek is naar moderne technieken om CO2 vast te leggen, is de allerbeste en goedkoopste techniek al uitgevonden: bomen. Vooral bossen leggen veel CO2 vast in de bodem en in de bomen zelf. Maar ook individuele bomen nemen CO2 op, zorgen voor verkoeling en helpen bij waterberging. Meer bomen en meer groen is dan ook al opgenomen in het Klimaatakkoord. Maatregel 35 is drieledig: het versnellen van de plannen voor meer bos en bomen, en een beter gebruik van bermen. Deze maatregel is aanvullend op maatregel 7: duurzamer bosbeheer van bestaande bossen.

Versnelling meer bos

In 2027 wil het Kabinet 80.000 hectare meer bos hebben gerealiseerd in Nederland. Uiteindelijk moet dit leiden tot 0,5 Mton extra CO2 opname per jaar. Hoe eerder daarmee wordt begonnen, hoe groter de winst is in 2030. Want als bomen zo’n 10 tot 30 jaar oud zijn, nemen ze het meeste op en begint de bosbodem ook een gezonde humuslaag te ontwikkelen, waarin ongeveer een derde van alle koolstof van een bos wordt opgeslagen. Uiteindelijk wordt een bos volwassen en heeft het zijn maximum aan opname bereikt, maar kan deze koolstof bovendien nog voor duizenden jaren vasthouden.

Niet alle plekken in Nederland zijn geschikt voor nieuw bos. Voor weidevogels bijvoorbeeld zijn bomen in of bij het weiland niet bevorderlijk, op andere plekken willen we liever heide dan bos, en zonnepanelen op daken verduisteren met bomen is ook geen goed idee. Er blijft echter nog voldoende plek over, waar meer dan één doel gediend kan worden. Zo is een productie- of voedselbos een heel mooie buffer rondom beschermde natuurgebieden. En bossen langs de (snel)weg vangen fijnstof af en zorgen voor geluidsisolatie. Bossen rondom woonkernen bieden ruimte voor recreatie, zorgen voor verkoeling en schone lucht en ontzien natuurgebieden.

CE Delft deed al een voorstudie waar 100.000 hectare zou kunnen komen: veel potentie zit er in bos langs snelwegen en rondom rustplaatsen langs de snelwegen. Prachtplekken voor het kabinet om de turbo erop te zetten en in plantseizoen 2019/2020 20% van het bosplan te realiseren. De investering is behoorlijk, maar de kosten worden terugverdiend, aldus CE Delft.

Herintroductie hakhout langs bermen

Nederland telt 8.000 km aan N-wegen, waar veel potentie ligt voor bomen. Deze maatregel stelt voor om ten eerste te stoppen met kappen van bomen ‘voor de veiligheid’ en de (achterhaalde) CROW-richtlijn van 4,5 meter los te laten op plekken waar dat mogelijk is.

Ook stelt de maatregel voor om de openbare ruimte langs N-wegen te gebruiken om CO2 op te slaan in snelgroeiend, dus levend hakhout en knotbomen én te zorgen voor een constante aanvoer van biomassa met een zeer korte CO2-kringloop. Dit kan in de vorm van houtwallen, rabattenbossen of plantages.

Versnelling groener platteland

De afgelopen decennia is de biodiversiteit drastisch achteruit gegaan doordat landschapselementen zoals houtwallen, heggen en hagen verdwenen en bermen kaler werden. Gemeenten, waterschappen en andere terreinbeheerende organisaties stonden toe dat boeren delen van hun terrein maaiden en zich administratief toe-eigenden voor de mestboekhouding. In de praktijk blijkt dat ruim 1% van het agrarisch land onterecht in de mestboekhouding is opgenomen.

Het is tijd om het tij te keren. De gemeente Berkelland in de Achterhoek is hier al mee begonnen. In overleg met boeren laat de gemeente de onterecht verwijderde landschapselementen terugplaatsen. Ook neemt ze de bermen weer zelf in beheer en plant er bomen en bloemenlinten. Dit levert CO2-besparing op en dit leidt met adequate handhaving tot minder mestproductie en minder dieren (1% minder dieren betekent 0,18 Mton besparing, hier gaan we voor de voorzichtigheid uit van 0,04 Mton).

De neuzen staan gelukkig al de goede kant op: volgens de afspraken in het Klimaatakkoord maant de VNG alle gemeenten tot groei met 1% meer bomen. Ruimte voor deze bomen kan gevonden worden in agrarisch gebied. Het ‘Aanvalsplan versterking landschappelijke identiteit via landschapselementen’ van LTO in het Klimaatakkoord belooft een constructieve samenwerking met gemeenten en andere terreinbeherende organisaties op dit vlak. Bovendien heeft LTO net als de grote terreinbeherende organisaties het biodiversiteitsherstelplan ondertekend en hebben ze allemaal de urgente wens om meer natuur te creëren.

Het kabinet kan helpen door dit jaar nog te starten met het ondersteunen van al deze organisaties door een goede controle op berm- en mestfraude, met behulp van kadastrale kaarten en luchtfoto’s. Hier ligt ook een kans, namelijk het creëren van een nieuw verdienmodel voor boeren voor natuurvriendelijk bermbeheer en het onderhouden van landschapselementen.

Bronnen:

  • Studie CE Delft: Mini MKBA 100.000 hectare extra bos in Nederland: https://www.ce.nl/publicaties/2053/ mini-mkba-100000-hectare-extra-bos-in-nederland
  • Fraude in de berm: https://www.trouw.nl/groen/fraude-in-de-berm~aeb70407/

Maatregel 36 - Stoppen recreatief gebruik lachgas - besparing: 0,1Mton

Maatregel 36 – Stoppen recreatief gebruik lachgas – besparing: 0,1 mton

Lachgas (N2O, distikstofoxide) is een zeer sterk broeikasgas: 1 kilo lachgas heeft hetzelfde effect als 265 kilo CO2 volgens de laatste inzichten (zie tabel hiernaast en ook Milieu Centraal). Het komt onder meer vrij uit grond die bemest is met kunstmest of dierlijke mest. Het wordt ook gebruikt als anesthetisch gas bij verdovingen en in motoren om het motorvermogen te verhogen.

Sinds in 2016 is bepaald dat lachgas niet meer onder Geneesmiddelenwet valt, maar onder de Warenwet, is het zeer populair geworden als partydrug. Het laatste jaar neemt het gebruik enorm toe en beginnen gemeenten meer te proberen om het gebruik in te dammen. De lachgaspatronen en ballonnen die gebruikt worden ‘in de recreatieve sfeer’ liggen namelijk massaal op de grond in steden, op festivalterreinen en op allerlei andere plekken waar mensen samen komen om te feesten. Gebruik van lachgas uit slagroompatronen is al langer populair, maar ook de handel in grote lachgastanks neemt toe. Kroegen, shisha-lounges en festivals vullen daaruit honderden ballonnetjes die voor een paar euro worden verkocht. Ook als particulier kun je zulke tanks kopen. De gezondheidseffecten lijken beperkt, maar worden nader onderzocht. Wel lijken er steeds meer auto-ongelukken in verband gebracht te worden met het gebruik van lachgas. En dat lachgas een sterk broeikasgas is, is heel duidelijk.
De stijging van de invoer van lachgas lijkt bijna helemaal toe te schrijven aan het ‘recreatieve gebruik’. Dat is 500 ton lachgas extra en dat staat gelijk aan 0,1 Mton extra CO2-eq uitstoot. De overheid kan 0,1 Mton uitstoot verminderen, jaar na jaar, als deze vorm van lachgasgebruik wordt teruggedrongen. Terug naar de Geneesmiddelenwet? Er zijn ook andere aanknopingspunten. Het is aan de overheid om de snelste en beste route te kiezen. Wij hebben al wat opties op een rij gezet.

Verminderen lachgas

Lokale overheden zijn al begonnen om het gebruik van lachgas terug te dringen. Bij gebrek aan landelijke wet- en regelgeving worden er verschillende oplossingsroutes bedacht. In de APV van Oosterhout is het gebruik van lachgas in de openbare ruimte verboden; in Veldhoven is al een wijziging van de APV voorgesteld. Andere gemeenten, zoals Alkmaar en Hoorn, hebben een verbod op lachgas opgenomen in tijdelijke regelgeving voor evenementen (zoals Koningsdag) op grond van risico’s voor de veiligheid, openbare orde en gezondheid. De burgemeester van Leeuwarden voelt meer voor een landelijke aanpak, eventueel te bereiken via de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Suggesties om lachgas voor recreatief gebruik sterk te verminderen:

1. Op basis van schade aan milieu/leefomgeving (rondslingerende patronen en ballonnen):

  • In AMvB van regering op basis van Warenwet
  • In APV van gemeente

2. Op basis van verstoring van openbare orde:

  • in APV van gemeente kan gebruik worden verboden in de openbare ruimte.
  • Drank- en Horecawet verbiedt al de ‘kleinhandel’ (art. 14 lid 2)

3. Overeenkomstige toepassing Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen:

  • Dit besluit is vooral een implementatie van EU Verordening nr. 517/2014 (F-gassenverordening). Het is denkbaar dat een artikel wordt toegevoegd waarin N2O wordt gelijkgeschakeld met F-gassen, en eventueel een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik in slagroombussen.

4. Opnemen op Lijst II Opiumwet o Art. 3a lid 2 Opiumwet: “Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan lijst I of lijst II middelen worden toegevoegd indien is gebleken dat deze het bewustzijn van de mens beïnvloeden en bij gebruik door de mens kunnen leiden tot schade aan zijn gezondheid en schade voor de samenleving.”

Global Warming Potential Values relative to CO2

Bronnen: 

  • https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/klimaatverandering/wat-is-het-broeikaseffect/ • https://www.parool.nl/opinie/-hoogste-tijd-om-de-opmars-van-lachgas-aan-te-pakken~a4608388/
  • https://www.nporadio1.nl/feit-of-fictie/14513-het-massale-gebruik-van-lachgas-is-net-zo-vervuilend-als vliegen
  • https://www.verkeersnet.nl/verkeersveiligheid/29379/meerdere-ongelukken-met-lachgas-achter het-stuur-tien-vragen/
  • NOS (11-11-2018): In de Nederlandse havens wordt meer en meer lachgas geïmporteerd. In 2016 kwam 720.000 kilo binnen, in 2018 al meer dan 1,2 miljoen kilo. Volgens experts kan het bijna niet anders dan dat het uitgaanscircuit, waar lachgas als partydrug wordt gebruikt, verantwoordelijk is voor de stijging.

Maatregel 37 - duurzamer asfalt - besparing: 0,1Mton

Maatregel 37 – Duurzamer Asfalt -besparing: 0,1 mton

Nederland heeft een van de dichtst vertakte wegennetten ter wereld. Van dit netwerk is zo’n 130.000 kilometer verharde weg. De overheid kan als grootste opdrachtgever in de grond-, weg en waterbouw bij aanbestedingen voorwaarden stellen aan duurzamer asfalt. Realistisch is in 2020 een besparing van 0,1 Mton CO2 door de aanleg van fietspaden van biobased asfalt, meer gebruikmaking van asfalt dat op lagere temperatuur is gemaakt, meer hergebruik van grondstoffen uit oud asfalt en maatregelen om de levensduur van asfalt te verlengen. Deze maatregel is geschreven in samenwerking met BAM (punt 1 t/m 3) en Miscancell (punt 4).

Mogelijke besparing bij duurzame aanbesteding in 2020:

1. Verlaagde productietemperatuur

In 2014 t/m 2017 is in Nederland gemiddeld 8,33 Mton asfalt per jaar geproduceerd. Normaal asfalt wordt geproduceerd bij minimaal 165°C. BAM en een concurrent kunnen beide asfalt produceren bij zo’n 100°C. Deze bedrijven kunnen komende winterperiode hun asfaltfabrieken aanpassen, zodat asfaltproductie bij deze temperatuur in 2020 mogelijk is als daar vraag naar zou ontstaan. Uitgaande van de jaarlijkse productie van 8,33 Mton asfalt in Nederland resulteert dit in een reductie van de CO2-uitstoot met circa 45 kton per jaar.

2. Hergebruik van oud asfalt

Asfaltwegen bestaan uit dragende onder- en tussenlagen die de verkeersbelasting moeten dragen. Op deze dragende asfaltlagen wordt een deklaag aangebracht. Door deklagen te produceren die voor 80% uit teruggewonnen materialen bestaan kan bij een deklaagproductie van (38% x 8,33 Mton=) 3,17 Mton/jaar jaarlijks de uitstoot van bijna 70 kton CO2 worden voorkomen. Voor 2020 zijn er nog geen mogelijkheden om dit grootschalig in te voeren, hoewel er wel een overschot aan asfalt is, aldus BAM. In 2025 kan, bij vraag uit de markt, hergebruikt asfalt zorgen voor 35 kton CO2besparing/jaar.

3. Asfalt met langere levensduur

Samen met een aantal marktpartijen onderzoekt Rijkswaterstaat de effectiviteit van Levensduur Verlengend Onderhoud met verjonger, LVOv, op de levensduur van ZOAB-deklagen op het hoofdwegennet. Vier jaar verlenging is momenteel haalbaar. Een brede introductie van LVOv zal resulteren in een terugval van de jaarlijkse deklaagproductie van 3,167 Mton nu naar 3,035 Mton na de introductie van LVOv. Dit betekent dat jaarlijks 132 kton deklaagasfalt minder geproduceerd en verwerkt hoeft te worden. Dit resulteert in een terugval in de CO2-uitstoot met bijna 10 kton per jaar, rekening houdend met de productie van LVOv.

4. Fietspaden van Grasfalt

Grasfalt is een innovatief asfaltmengsel waarin het bitumen is vervangen door het bio-based bindmiddel lignine dat afkomstig is uit olifantsgras (Miscanthus). In het huidige Grasfalt wordt 50% van het bitumen vervangen door lignine uit olifantsgras, maar het streven is naar 100% vervanging. Olifantsgras zet zeer effectief CO2 om in biomassa: het neemt vier keer meer CO2 op dan bomen. Per hectare olifantsgras, dat goed is voor 3,2 ton lignine, wordt per jaar 26,4 ton CO2 opgenomen.

Er liggen al Grasfalt fietspaden in Nederland, en op industrieterreinen is Grasfalt getest met zwaar vervoer. In 2020 kan Miscancell 80 km Grasfalt fietspaden aanleggen waarin 11.000 ton lignine wordt verwerkt. Per ton lignine wordt er 1,65 ton CO2 uit de atmosfeer opgenomen. Vanwege de lagere productietemperatuur in de asfaltcentrale wordt een additionele CO2-reductie bereikt van 1080 ton. De totale CO2-reductie in 2020 komt daarmee op 21 kton.

In Nederland ligt zo’n 35.000 km aan fietspad. Jaarlijks wordt ongeveer 1750 km vervangen. Door in 2020 flink te investeren in Grasfalt op fietspaden, krijgt Grasfalt een impuls om door te groeien, zodat het in 2030 een belangrijk onderdeel kan worden van een groene en circulaire economie.

Bronnen:

  • www.baminfra.nl/asfalt-wegen/leab
  • www.le2ap.com
  •  www.grasfalt.nl
  •  www.miscancell.nl

Maatregel 38 - Meer gebruik olivijnzand - besparing: 0,1Mton

Maatregel 38 – Meer gebruik olivijnzand – besparing: 0,1 mton

CO2 Open (climatecleanup.org) is het venster op de ontluikende sector van natuurlijke klimaatoplossingen zoals zeewierkweek, bossen en verbetering van grond. Aan het 40puntenplan voegen wij een oplossing toe met grote potentie die al in 2020 veel CO2 kan opruimen: het gebruik van olivijnzand.

Olivijn

Olivijn ruimt CO2 op via de natuurlijke verwering, waarin het reageert met CO2 en de koolstof voor zeer lange tijd wordt vastgelegd. Olivijn is een mineraal dat veel voorkomt op de wereld (zeker een kwart van de aardkorst). Door het te vermalen tot zand wordt de natuurlijke verweringsreactie versneld. Taylor et al. (2016) schatten dat deze methode de CO2-concentratie in potentie met 30 tot wel 300 ppm kan verminderen (de huidige concentratie CO2 is ongeveer 415 ppm). In het onderzoek Drawdown (Paul Hawken, 2018) wordt olivijn genoemd als veelbelovende klimaatoplossing.

Nederland koploper

Nederland loopt voorop met de toepassing van olivijnzand. Het Nederlandse bedrijf greenSand levert in 2019 ongeveer 30.000 ton. Er is alle reden om aan te nemen dat deze groei versneld doorzet in 2020, waardoor zonder extra beleid zo’n 40.909 ton olivijn wordt verkocht waarmee ten minste 13.000 ton CO2 wordt vastgelegd (0,013 Mton).

Een kwart hiervan zou met voldoende beleidsondersteuning mogelijk moeten zijn, zodat er dan circa 100.000 ton CO2 vastgelegd wordt door het in 2020 uitgestrooide olivijn.

Met extra beleid is 0,1 Mton CO2 vastlegging te verwachten. In 2012 heeft Deltares voor de gemeente Rotterdam een aantal opties doorgerekend en deze berekeningen ook gemaakt voor heel Nederland (zie tabel).

Kosten

De kosten hiervan zijn aan inflatie onderhevig: grootschalige aanvoer drukt al snel de prijs. Een ton olivijnzand kost (afhankelijk van de korrelgrootte) 19 euro en daarmee wordt minimaal (in 30 jaar) 0,33 ton CO2 vastgelegd. De kosten voor 2020 komen dus maximaal op 100.000 ton x 3 x 19 euro = 5,7 miljoen euro, oftewel 57 euro per ton CO2. Dit komt aardig overeen met de door PBL geraamde kosten op pilotschaal (zie PBL 2017, Negatieve Emissies – Technisch potentieel, realistisch potentieel en kosten voor Nederland). Bij opschaling dalen de kosten snel: het Amerikaanse Project Vesta, waar Nederlandse ondernemers en wetenschappers voor een belangrijk deel aan bijdragen, rekent met 8,50 dollar per ton opgeslagen CO2.

Bronnen: 

  • https://www.uvm.edu/~pbierman/classes/gradsem/2017/rock_weathering.pdf
  • https://www.drawdown.org/solutions/coming-attractions/enhanced-weathering-minerals
  • https://www.greensand.nl/media/1206650-000-bgs-0007%20-%20def%20-%20olivijn%20legt%20 co2%20vast%20in%20de%20gemeente%20rotterdam(kennisinstituut%20deltares).pdf
  • https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2017-negatieve-emissies-technisch potentieel-realistisch-potentieel-en-kosten-voor-nederland_2606.pdf
  • https://climatecleanup.org/interventions/co2open

Maatregel 39 - Overheidscampagne 'Het Kan Wel' - besparing: 0,5Mton

Maatregel 39 – Overheidscampagne ‘het kan wel – besparing: 0,5 mton

Op korte termijn kan het meeste bereikt worden met energiebesparing. Dat kan op vele manieren, zowel bij huishoudens als bij kantoren, boeren en de industrie. De bevolking van Nederland heeft het afgelopen jaar het idee gekregen dat ‘de energietransitie’ een groot veelkoppig geldverslindend monster is dat niets oplevert. Geen wonder dat velen de hakken in het zand zetten. Het is tijd voor een goede multimediale campagne: ‘het kan wel’, die laat zien dat energie besparen of andere duurzame oplossingen kiezen leuk is, geld kan opleveren en vaak ook tot meer gezondheid, leefbaarheid, biodiversiteit en verwondering leidt.

Hoe kunnen we een groot deel van de bevolking mee krijgen en interesseren? Vertel de verhalen over de mooie oplossingen en wat die opleveren. Laat zien wat er al wél kan en hoe leuk dat is. Toon jonge mensen die gewoon aan de slag zijn en duurzamer leven al heel normaal vinden. Zo’n campagne kan natuurlijk vele vormen hebben, maar we geven ter inspiratie hierbij alvast een reeks ideeën.

a. Verras Nederlanders met een bespaarpakket

Waarom zouden Nederlanders niet een keer verrast kunnen worden met een energiebespaarpakket? Dit keer niet van een loterij, maar van de eigen overheid. In een pakket kunnen allerlei zaken zitten, maar ter inspiratie, zou je kunnen denken aan:

  • Besparende douchekop, bespaart warm water en daarmee op dit moment in de meeste huizen ook aardgas. Voor de bewoner scheelt het 50 euro per jaar.
  • Set van 3 ventilatorsetjes die de luchtdoorstroming van bestaande radiatoren verbetert. Die plaats je onder je radiator waardoor de warmte zich beter verspreidt en je minder hoeft te stoken. Kan wel 30% in de stookkosten schelen, zeker 300 euro per jaar.
  • Radiatorfolie voor achter radiatoren om te voorkomen dat je de wand warm stookt in plaats van de ruimte.
  • Radiatorfolie om de close-in-boiler in te pakken. Deze verliest permanent warmte door uitstraling aan de omgeving, ook wanneer er geen warm water wordt getapt. Een besparing van 100 kWh op jaarbasis per boiler wordt gemeten. Naar schatting staan er meer dan een miljoen van deze boilers in woningen en bedrijfspanden. Het besparingspotentieel met deze Nederlandse innovatie komt daarmee op circa 0,6 Mton CO2-reductie per jaar.

Een pakket kan op centrale punten worden afgehaald (samenwerking met bijvoorbeeld een supermarkt of postafhaalpunt). Stel dat er om te beginnen 500.000 pakketten worden aangeboden, dat kan bij implementatie al ruim 0,5 Mton opleveren. Kosten: 40 miljoen euro. Mooie kerstactie!

b. Promoot de CO2 Open – www.climatecleanup.org

Een manier om mensen te betrekken zie je bij de actie CO2 Open van Climate Cleanup, waar mensen hun goede ideeën kunnen inbrengen. Wij hebben ook gemerkt dat je overspoeld wordt als je mensen om ideeën vraagt. Zorg dat er een faciliteit komt waar mensen met goede ideeën terechtkunnen en help ze ook met opschalen. Er is veel meer potentie in de samenleving dan je ziet. Werk niet alleen met belangenorganisaties en koepels, maar roep ook de innovatiekracht op en help die verder!

c. Promoot de CO2 Calculator

Een directeur die op de hoogte is van de CO2-uitstoot en besparingsmogelijkheden van de onderneming, zal meer geneigd zijn te verduurzamen dan een directeur die hier geen benul van heeft. Klimaatplein biedt een gratis CO2-calculator voor bedrijven, die rekent met een CO2-taks van €60 per ton, een realistisch scenario voor de nabije toekomst. De webapp is gratis en mede mogelijk gemaakt door het ministerie van EZK (voorheen IenM). Als de 1,4 miljoen zzp’ers en 330.000 mkb’ers waar nu weinig aandacht voor is, de CO2-calculator invullen, worden zij zich bewuster van hun impact en hun energiekosten. De calculator geeft ook veel praktische besparingstips.
Ook een zzp’er kan 1 ton CO2 besparen door anders te reizen. Bij bedrijven met 2 tot 50 personeelsleden wordt 5 ton makkelijk gehaald. Het potentieel bij deze groep is dus enorm, van 0,1 tot 1,7 Mton!

d. Start het E-team

Maak budget vrij om een aantal E-teams op te zetten, die bedrijven onverwachte bezoekjes brengen en wijzen op de wettelijke energiebespaarverplichtingen. Loop door het bedrijf en geef tips. Zeg dat je over een half jaar terugkomt en verwacht dat het dan in orde is, anders volgen er helaas boetes. Als dat communicatief goed begeleid wordt, kan ervoor zorgen dat bedrijven al die reductiemaatregelen op dit terrein die ook in onze lijst zitten (er zijn er nog veel meer) implementeren. Er kan ontzettend veel bespaard worden, maar als bedrijven het idee hebben dat die verplichting om energiemaatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen niet gehandhaafd wordt, dan gaan die investeringen op de lange baan. Zelfs maatregelen die zich binnen een jaar terugverdienen worden vaak toch niet genomen. Dat kan anders!

Dit zijn slechts vier ideeën, die makkelijk aangevuld kunnen worden. Maar het laat zien dat het belangrijk is om een vernieuwend communicatietraject in te zetten en ook iets positiefs te doen voor huishoudens. Je kunt er zo 1 Mton mee besparen, maar we zetten het hier op 0,5 Mton.

Bronnen:

  • https://climatecleanup.org/interventions/co2open/
  • https://www.klimaatplein.com/wereldwijd-co2-prijs-60-dollar-nodig-halen-klimaatakkoord
  • https://www.klimaatplein.com/genomen-energie-bespaarmaatregelen-dankzij-interne-rekenprijs-op-co2
  • https://www.klimaatplein.com/gratis-co2-calculator

Maatregel 40 - Innovaties met potentie - besparing: 0,5Mton

Maatregel 40 – Innovaties met Potentie – besparing: 0,1 mton

Er zijn vele innovaties die graag snel willen opschalen. Op de korte termijn van 1,5 jaar is het effect op de CO2-reductie nog relatief klein, maar voor 2030 kunnen ze een veel grotere bijdrage leveren. Om de transitie te versnellen, zou het helpen als die innovaties sneller tot wasdom komen. We noemen er hier een aantal, die samen zelfs voor eind 2020 nog tot 0,1 Mton leiden, maar zeker daarna veel potentie hebben.

  1. Duurzamer papier
    1. papierproces zonder water
    2. extra energiebesparing in overgangsfase
  2. Tocardo, energie uit getijden
  3. Wiras de efficientere spoorwegwissel
  4. Bouwen met hennep
  5. Diepe geothermie

1. Doorbraak in de papierindustrie

De papierindustrie in Nederland gebruikt veel aardgas om water te verwarmen, waarbij jaarlijks 1 Mton CO2 wordt uitgestoten. De industrie werkt aan een groot aantal oplossingen, zoals papier maken zonder water. Totdat dit nieuwe productieprocédé grootschalig benut kan worden, zijn er ook allerlei tussenoplossingen om de uitstoot op korte termijn omlaag te brengen. In 2030 zal deze sector er heel anders uitzien, maar om daar versneld te komen is het nodig om nu snel te starten. Een innovatieversnellingspakket en een besparingspakket kunnen ook de komende twee jaar nog een flinke reductie opleveren.

1.1 Papierproces zonder water

De papierproducent Huhtamaki heeft een innovatief productieprocédé zonder water ontwikkeld, waarmee zij een nieuwe papierproductielijn voor 10.000 ton vormkarton (3D bakjes) waterloos kunnen maken. Dit bespaart 70% energie. Ze reduceren 3.500 ton CO2 bij deze productie.

Deze waterloze productie zou ook benut kunnen worden in de hele papierindustrie. Bij verdere ontwikkeling en opschaling naar zogenaamde ‘vlakke’ papiersoorten vormt dit concept dé basis voor significante CO2-reductie in de gehele papierindustrie. De totale papierindustrie in Nederland stoot jaarlijks 1 miljoen ton CO2 uit, die op termijn voorkomen kan worden. Tevens is een besparing van het watergebruik mogelijk van 3.300.000 m3.

Op dit moment loont het niet om het nieuwe productieproces in plaats van het oude neer te zetten, omdat de terugverdienkosten op basis van lagere energiekosten meer dan 30 jaar zijn. De nieuwe productielijn zal in de plaats van de huidige, nog competitief draaiende productielijn moeten komen (het marktvolume wordt niet vergroot), waarvan geen enkel onderdeel hergebruikt kan worden. De huidige machines zijn nog niet afgeschreven, dus voortijdig het productieproces wijzigen betekent vervroegd afschrijven, oftewel ‘stranded assets’. Om deze producent te helpen toch voortijdig het productieproces te veranderen, is een bijdrage nodig in de kosten voor deze installatie (de capex-kosten van de installatie zijn 7 miljoen euro). Een SDE voor duurzamere productiemethoden zou enorm helpen.

In 2030 zal deze sector er heel anders uitzien, maar om daar versneld te komen is het nodig om nu snel te starten.

1.2 Extra energiebesparing in de overgangsfase

Verschillende papierfabrieken zoeken naar oplossingen om minder energie te gebruiken totdat bijvoorbeeld waterloos papier een optie is. Er komen fabrieken die draaien op diepe geothermie en er wordt gekeken naar verschillende opties om biogas te gebruiken in plaats van aardgas, zoals:

a. Biogas uit eigen afvalwater en biomassavergisting

Papierfabriek Doetinchem wil via aparte leidingen geconcentreerd afvalwater naar het waterschap leiden en na omzettingen via een aparte pijpleiding weer biogas terug ontvangen. Het gas kan efficiënter ingezet worden in de papierfabriek als gas, dan dat het elders gebruikt wordt om elektriciteit van te maken, zoals nu. Het rendement is dan twee keer hoger. Er wordt stroom bespaard en uit het afvalwater kan 1,8 miljoen m3 biogas gehaald worden. In totaal wordt 2.400 ton CO2 bespaard. Nodig: dat de SDE-subsidie ook ingezet mag worden voor biogas uit afvalwater en dat de kosten voor het leggen van pijpleidingen (in dit geval 2 maal 5 kilometer) worden meegenomen in de bepaling van de SDE.

b. Biogas uit vergister

Nu er nog een mestoverschot is, zou dat benut kunnen worden voor grootschalige opwek van biogas, zoals uit mestvergisting op het Zevenellenterrein, hemelsbreed 2 km van Smurfit Kappa Roermond Papier, waar men het biogas kan inzetten in plaats van aardgas. Er kan dan 25 miljoen m3 biogas geproduceerd worden, dat aardgas vervangt en zo zorgt voor 32.500 ton CO2-emissiereductie uit fossiele bronnen. Door het biogas te gebruiken en dat niet eerst om te zetten naar groen gas, wordt 10% energieverlies vermeden. Ook hier geldt dat er een 2x hoger rendement is bij inzet in een papierfabriek dan wanneer biogas in elektriciteit wordt omgezet. Nodig: De huidige SDE-subsidie is gunstiger voor groen gas dan voor (ontzwaveld) biogas. Als dat verandert, gaan er meer duurzame projecten door. Daarnaast is nog een financiering nodig van de leiding tussen de mestvergister en Roermond Papier (onder de Maas door of langs de spoorbrug over de Maas). Wellicht dat Invest-NL daar nog een rol bij kan spelen.

2. Tocardo – energie uit getijden

Energie uit getijden is een vorm van duurzame energieopwekking met een enorme wereldwijde exportpotentie. De stroming in zeewater, veroorzaakt door de verandering in het getij, zet getijdenturbines (‘onderwaterwindmolens’) aan het draaien en deze turbines zetten de draaiende beweging om in stroom. De grote voordelen van getijdenenergie zijn de geringe impact op het milieu, de onzichtbaarheid van de turbines, de enorme beschikbare capaciteit en vooral de voorspelbaarheid van de energieopwekking.

Sinds 2016 draait er een eerste Tocardo getijdencentrale in de Oosterschelde, met goede resultaten. In de afgelopen twee jaar is er een uitgebreide monitoring verricht door Deltares, Wageningen Marine Research, TU Delft, Rijkswaterstaat en de Universiteit Utrecht, in samenwerking met Zeeuwse belangenorganisaties onder leiding van de Zeeuwse Milieu Federatie. Hierbij is gekeken naar omgevingseffecten op bodembescherming, de impact op de Oosterscheldekering, stromingreductie, zandhonger en ecologie. De resultaten van de monitoring zijn zeer positief.

Getijdenenergie kan relatief snel – vóór 2025 – veel bijdragen aan de energietransitie in Nederland en de groeiende behoefte aan exportproducten die een rol kunnen spelen in de wereldwijde klimaatdoelstellingen. Het grote voordeel daarbij is dat getijdenenergie weer- en seizoensonafhankelijk is, daarbij ook nog eens 100% voorspelbaar is en elke dag, het hele jaar door aanwezig is. Getijdenenergie is dus behalve duurzaam ook betrouwbaar.

Tocardo gaat zich de komende twee jaar volledig richten op de Nederlandse markt, met als doel om minimaal 20 MW te installeren in 2022 en een extra 80 MW in 2025. Zowel productie, financiering als business development richt zich uitsluitend op het realiseren van het 100 MW-plan door het Nederlandse bedrijfsleven. De overheid kan faciliteren en versnellen door een intentieverklaring, door een SDE+ regeling en door fondsen beschikbaar te stellen. Iedere MW aan opgesteld vermogen levert een CO2-reductie op van 1.400 ton per jaar.

3. WIRAS, de efficiëntere wissel

Spoorwegwissels worden ’s winters verwarmd om ze te ontdoen van sneeuw. Dat kost veel gas en gaat gepaard met veel CO2-uitstoot. ProRail kijkt daarom naar het verminderen van het aantal wissels en naar elektrisch verwarmde wissels. Maar het kan ook anders: De WIRAS Winterproof Spoorweg Wissel heeft helemaal geen verwarming nodig in de winter. Deze wissel heeft ook geen last van bladeren die ertussen terecht komen. Met deze wissel valt per jaar 10 ton CO2 en een onbekend aantal vertragingen te besparen.

Een winterproof wissel kost niet meer dan een gewone wissel, maar bespaart op jaarbasis zo’n 2.000 euro. En als alle ruim 5.000 wissels worden vervangen, scheelt dat jaarlijks 0,05 Mton aan CO2.

Deze innovatie heeft wereldwijd een gigantisch potentieel, want in landen als Canada en Noorwegen valt veel meer sneeuw en is de besparing nog veel groter. Hier ligt een kans voor Nederland om internationaal koploper te worden.

4. Bouwen met hennep

Het gebruik van beton in de Nederlandse bouw leidt tot ruim 2 Mton aan CO2uitstoot. Dat kan anders, want sinds kort is het ook mogelijk om in grootschalige woningbouwprojecten beton te vervangen door hennepbeton. Dat laat de Groningse pionier Dun Agro zien. Dun Agro kan met de huidige fabriek en 1.100 hectare landbouwgrond 500 prefab hennepwoningen per jaar realiseren, en opschalen is mogelijk.

Het klimaat is zeer gebaat bij bouwen met hennep. Deze plant neemt tijdens het groeien per hectare 13.500 kilo CO2 op en blijft dat doen in de hele levensduur van het huis. Een hennephuis heeft daardoor een negatieve CO2-foottprint. 1000 hectare hennep verwerkt in de bouw betekent 0,01 Mton vastgelegde CO2 plus de besparing van niet gebruikt beton.

Er zijn nog meer voordelen van hennep. Het kan verbouwd worden door lokale boeren, het is een bodemverbeteraar en geschikt als tussengewas en het stimuleert de circulaire economie.

De overheid kan Dun Agro ondersteunen door het gebruik van duurzame materialen te ondersteunen. Bijvoorbeeld met een CO2-toeslag of door bij eigen aanbestedingen voorrang te geven aan het bouwen met hennep. Dat hoeven niet alleen huizen te zijn, ook betonblokken of isolatie met hennep is goed mogelijk.

5. Stimuleren geothermie

Aardwarmte in de vorm van diepe geothermie of ultradiepe geothermie (5 tot 7 km diep) is een belangrijke energiebron voor kassen, papierfabrieken en toekomstige warmtenetten. In 2017 bespaarden de huidige 23 geothermieprojecten 0,17 Mton CO2 (bron: CBS). Er is meer mogelijk, vooral als nieuwe technieken meer kans krijgen en een SDE-subsidie ook voor diepe geothermie voldoende ter beschikking komt. (Zie maatregelentabel NVDE, 25 januari 2019, SDE voor geothermie voor stadsverwarming en versnellen vergunningsprocedures 0,04 Mton reductie in 2020

Bronnen:

  • VPN, Roadmap 95% besparing papier en karton: https://vnp.nl/wp-content/uploads/2018/06/ Roadmap-VNP-95-procent-CO2-besparing.pdf
  • VPN, papierfabriek en afvalwaterzuivering https://vnp.nl/innovatie/duurzameenergie/samen afvalwater-zuiveren/
  • VPN, papier en biogas: https://vnp.nl/innovatie/duurzameenergie/gevraagd-mest-van-8-000 nederlandse-koeien/
  • Tocardo Tidal Power, www.tocardo.com
  • Wiras wissel: http://www.winterproofturnout.info/
  • CE Delft: impact beton in bouw is ruim 2 Mton https://www.ce.nl/publicaties/1374/milieu-impact-vanbetongebruik-in-de-nederlandse-bouw
  • Dun Agro: www.dunagro.nl/
  • Urgenda visierapport 2030, diepe geothermie https://www.urgenda.nl/wp-content/uploads/Urgenda- rapport-duurzame-energie-2030-v3-2019.pdf

VIDEO’S 8x