CO2-reductieplan: 25% in 2020

Een pakket maatregelen als handreiking aan het kabinet, dat is het idee achter het Urgenda 40puntenplan. De overheid heeft nog 2 jaar om 25% CO2-reductie in 2020 ten opzichte van 1990 te realiseren. Er zijn nog veel mogelijkheden, als er vaart gemaakt wordt.

Oplossingen extra CO2 reductie

De overheid moet in 2020 25% CO2 reduceren ten opzichte van 1990 om te voldoen aan de uitspraak van de Rechtbank en het Hof Den Haag in de Klimaatzaak. De overheid stelt in februari 2018 op basis van cijfers van het PBL dat maatregelen genomen moeten worden om ongeveer 9 Megaton extra reductie van CO2-uitstoot te realiseren. De overheid zegt dat het moeilijk is en daarom reiken wij ze de hand met oplossingen. Wij vermoeden dat het gat wel eens groter dan 9 Megaton zou kunnen zijn. Dus voor de zekerheid leveren we wat extra ideeën aan. De overheid heeft een paar opties:

  1. Het sluiten van kolencentrales: grote stappen snel thuis. Als de drie nieuwe centrales en de Hemcentrale in Amsterdam worden gesloten en de helft van de verminderde elektriciteitsproductie wordt opgevangen met gascentrales (snel uit de mottenballen halen; het gas komt niet uit Groningen) en de helft met import, dan is in Nederland de netto reductie van CO2 12-13 Megaton.
  2. Veertig maatregelen die elk individueel minder CO2-reductie opleveren, maar samen wel genoeg. Veel stappen, elk met minder reductie per stap: het 40puntenplan. Daar zitten veel maatregelen bij die ook zorgen voor draagvlak en helpen om de totale energietransitie te versnellen.
  3. Out-of-the-box ideeën. Er zijn ook nog rigoureuzere mogelijkheden. Ter inspiratie laten we er daar ook een paar van zien.

De keuze is aan het kabinet. Urgenda laat zien dat het kan, zelf op verschillende manieren. Niets doen of zeggen dat het niet kan, is geen optie. Laten we de rechtsstaat niet op de helling zetten en rechterlijke uitspraken niet negeren. Dat is nu sinds 2015 gedaan, waardoor de eindsprint sneller moet dan noodzakelijk was in 2015, maar het kan nog steeds. De samenleving staat klaar om aan de slag te gaan. Nu het kabinet nog.

Regelmatig worden nieuwe maatregelen aangekondigd, vaak met verschillende maatschappelijke coalities.

Maatregel 1 - 100.000 huurhuizen energieneutraal - besparing: 0,2Mton

Woningcorporaties en Urgenda reiken kabinet de hand

Vrijdag 15 februari jl. hebben 170 woningcorporaties en Urgenda een betaalbaar en haalbaar CO2-reductieplan, gepresenteerd aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Deze eerste maatregel levert 100.000 (bijna) energieneutrale woningen op met een (zeer) kleine energierekening, waarbij huurders er vanaf dag 1 op vooruit gaan. De woningcorporaties kunnen dat betalen met het bedrag dat ze nu betalen aan de overheid vanwege de zogenaamde verhuurderheffing. Dit was een tijdelijke belastingmaatregel, die nooit meer gestopt is en komend jaar 2 miljard bedraagt. Twee maanden huur van de mensen met de kleinste portemonnee moet dus in de schatkist gestort worden.

Naast nog twee oneigenlijke belastingen samen 4 miljard, 4 maanden huur die de overheid afroomt. En dan klagen dat er niet genoeg gedaan wordt door corporaties.

Het wordt tijd voor een frisse wind, stop de tijdelijke verhuurderheffing weer, 6 jaar was genoeg.

Zie ook persbericht.

Maatregel 2 - Minder koeien, niet minder winst - besparing: 3Mton

Minder koeien, niet minder winst

De tweede maatregel in deze lijst is krimp en verandering van de veestapel en levert een reductie op per jaar van 3 megaton CO2-eq. Dat is na het sluiten van de kolencentrales één van de grootste maatregelen die nog genomen kan worden voor het klimaat. Daarnaast verbetert het de biodiversiteit. Het is echter niet de bedoeling om de boeren weer het kind van de rekening te laten worden, want die hebben de laatste jaren maatregel na maatregel over zich heen gekregen en zijn soms meer boekhouder en jurist dan boer.

Toch is er een goede reden om opnieuw te kijken naar het aantal koeien, want als we dat zelf niet doen, dan zullen we waarschijnlijk door Brussel gedwongen worden tot vergaande maatregelen. Nederland stoot namelijk te veel stikstof uit en produceert nog steeds relatief veel mest, beide zorgen ervoor dat we niet aan de EU-normen voldoen, waar Nederland voor heeft getekend.

Stikstof, waar de melkveehouderij de grootste bron van is, heeft negatieve effecten op natuurgebieden, insecten, bodemleven en gezondheid. Om in 2030 de EU-normen en de negatieve effecten sterk te beperken zullen we zeker 30% moeten verminderen: minder (kunst)mest, minder krachtvoer en dus minder koeien óf veel minder melk per koe.

Om een herhaling van 2016 te voorkomen, toen 160.000 koeien met paniekmaatregelen ineens naar de slacht moesten, omdat we niet voldeden aan de EU-normen voor fosfaat, kunnen we nu beter zelf het heft in handen nemen en in 1,5 jaar voor veranderingen zorgen, zonder dat de boer minder inkomsten krijgt. Een deel van de oplossing kan liggen in koeien minder melk laten geven. Koeien die nu extreem veel melk geven, kun je 15 à 20% afbouwen door krachtvoer vermindering en kunstmestreductie. De overige 10% reductie zal dan moeten zitten in een krimp van de veestapel en het kiezen voor andere koeienrassen.

We weten inmiddels dat iets minder koeien en een betere balans tussen het aantal koeien en de hoeveelheid land, niet alleen leidt tot lagere opbrengsten, maar ook tot minder kosten. Per saldo hoeft de boer er niet op achteruit te gaan. Dit biedt perspectief voor meer melkveehouders. Als we binnen twee jaar zo’n grote verandering willen doorvoeren, dan zullen we boeren wel moeten helpen, met kennis en budget om het inkomensverlies te compenseren. Er zijn voldoende goede voorbeelden, die goed volgen verdienen. Nu is er veel geld gereserveerd voor de aanpak van de stikstofproblematiek, alleen al 2,2 miljard euro voor verbetering natuurkwaliteit. Laten we dat inzetten voor de omschakeling naar een volhoudbare landbouw.

Wachten we totdat de EU ingrijpt, of kiezen we voor een aanpak waarin alle maatschappelijke opgaven in samenhang worden opgepakt? Door nu als samenleving de rekening op te pakken, dragen we bij aan een veehouderij die maatschappelijk gewenst is en ook toekomstperspectief heeft. Het resulteert bovendien in een aanzienlijke vermindering van broeikasgassen en andere maatschappelijke kosten. Het vraagt wel lef.

 

Deze maatregel is opgesteld in samenwerking met Prof.  Jan Willem Erisman – directeur-bestuurder Louis Bolk Instituut en hoogleraar aan de VU Amsterdam

Maatregel 3 - Maximumsnelheid verlagen- besparing: 0,2-1,2Mton

Maximumsnelheid verlagen

Een simpele maar krachtige maatregel 3 kan zijn het verlagen van de maximum snelheid. Het is tevens een maatregel die het kabinet relatief snel kan nemen, tegen hele lage kosten. Het is aan het kabinet hoe moeilijk of makkelijk ze het zichzelf willen maken. Gewoon terug naar 2012 levert 0,2 Mton (megaton) minder CO2-emissies op. Een verdere verlaging kan zelfs 1,2 Mton opleveren.

Jarenlang reden we maximaal 120 of 100 km/uur op snelwegen. Er was geen groot maatschappelijk belang om dat te verhogen, eerder het tegendeel. Toch werd 1 september 2012 de standaardlimiet op de snelweg verhoogd naar 130 km/h. Eerst gold dat maar voor een beperkt aantal wegen, maar dat werd steeds meer en in 2016 is dat verder uitgebreid met 19 trajecten en zelfs in 2018 zijn er trajecten bijgekomen, terwijl al duidelijk was dat Nederland noch het Urgenda-vonnis, noch de Europese klimaatdoelen ging halen.

De bordjes 130 weer weghalen en veranderen in 120 kan snel gerealiseerd worden en kost niet veel. De kosten worden kunstmatig verhoogd door te schermen met “welvaartsverlies” en “langere reistijden”. Maar gewoon terug gaan naar 2012 is geen welvaartsverlies en we weten ook dat sneller rijden echt niet zorgt voor minder files en veel andere negatieve effecten heeft, die voor het gemak nooit worden meegenomen in de heel eenzijdige sommetjes.

In de quickscan van ECN en PBL, samen gepubliceerd op 1 september 2015, staat dat het terugdraaien van de maximumsnelheid van 130 km/h naar 120 km/h 0,2 Mton zou schelen en het verlagen van de maximumsnelheid van rijkswegen van 120 km/h naar 100 km/h en van 100 km/h naar 80 km/h scheelt 1,2 Mton.

In een update van 28 maart 2018 van het PBL, waarin de cijfers van een rapport van 3 april 2017 (Nationale kosten in energietransitie) worden gebruikt, wordt gepubliceerd dat het verlagen van de maximumsnelheid van 130 km/h naar 120 km/h nog maar 0,1 Mton zou schelen. De kosten zouden 20 miljoen euro zijn. Dat is volgens Marjan Minnesma, directeur Urgenda: ‘onzin’. Laat het op zijn hoogst 300 borden zijn. Die kosten toch geen 20 miljoen euro? En wat te denken van het alternatief om 300 stickers te bestellen. Dan is de overheid nog goedkoper uit.

Daarnaast worden de “reistijdbaten” en “vraaguitval” opgeklopt, terwijl minder verkeersslachtoffers en minder uitstoot van fijnstof en CO2 geen prijs krijgen. Een rapport van CE Delft ‘Koersen naar milieuvriendelijke mobiliteit’ uit juli 2016 laat wel de voordelen zien van een lagere snelheid. Daar wordt uitgelegd dat een verlaging van de maximumsnelheid uiteindelijk een volumeverlaging van het verkeer als gevolg zal hebben en dat daardoor files zullen afnemen, wat ook weer scheelt voor de uitstoot. Ook beschrijven ze een positief effect op de kwaliteit van de lucht en een afname van het aantal doden met 3,4 tot 6,7 doden per jaar en 17 tot 34 minder ernstig gewonden (RWS, 2011). Daarnaast documenteren ze dat het terugschroeven van de maximumsnelheid naar 100 km/h de CO2 emissie van alle personen- en bestelauto’s zou verminderen met 12%.

Bronnen:
https://www.pbl.nl/publicaties/quick-scan-mogelijke-aanvullende-maatregelen-emissiereductie-2020-ten-behoeve-van-urgenda-klimaatzaak.

https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2018-kosten-energie-en-klimaattransitie-in-2030-update-2018_3241.pdf

https://www.pbl.nl/publicaties/nationale-kosten-energietransitie-in-2030

https://www.ce.nl/publicaties/1918/koersen-naar-milieuvriendelijke-mobiliteit

Lees ook bijbehorend persbericht.

Maatregel 4 - Energiebesparen in zorginstellingen - besparing: 0,2Mton

Energiebesparen

Sinds 2012 wordt regelmatig de Energiestrijd Zorghuizen georganiseerd: zorginstellingen strijden tegen elkaar om in één winterseizoen zoveel mogelijk energie te besparen zonder noemenswaardige investeringen. In één winter bespaart men dan 10-15% energiekosten. Dat zou natuurlijk ook zonder zo’n ‘wedstrijd’ kunnen, door alle systemen die energie vragen beter in te regelen, aangevuld met wat gedragsmaatregelen. Het voordeel van een Energiestrijd is dat de gedragsverandering zelf gekozen is en als positief en leuk wordt ervaren en niet als een opgelegde maatregel.

De overheid kan zorginstellingen stimuleren om mee te doen aan de Energiestrijd of hen een voucher geven om een expert een dag door een zorginstelling te laten lopen en alle simpele maatregelen te laten nemen die zonder veel geld en energie genomen kunnen worden. Dat leidt al snel tot 10-15% besparing in een winterseizoen.

Lees ook bijbehorend persbericht.

Cijfers Landelijke Energiestrijd Zorginstellingen:    

Voor de berekeningvan 0,2 Mton CO2-besparing is uitgegaan van onderstaande gegevens.

Aantal zorghuizen:

In Nederland zijn er volgens de VVZS (Verzorgings-, Verpleeg-, Ziekenhuizen en Serviceflats)  zo’n 1900 zorghuizen in Nederland (Adresboek VVZS, 2012).

CBS geeft alleen het aantal ondernemingen aan (een onderneming kan meerdere locaties hebben) en die komt op bijna 1500 ondernemingen (incl. GGZ instellingen + gehandicaptenzorg).

Besparing:

Hoewel zorginstellingen ook regelmatig 15 tot 20% energie besparen, is Urgenda in de berekeningen uitgegaan van 10% besparing in een winterseizoen.

Voor de emissiefactoren is de data afkomstig van www.CO2emissiefactoren.nl

10% besparing in de gehele Gezondheids- & Welzijnsector (dus ook ziekenhuizen, fysiopraktijken, GGD en GGZ instellingen, etc.) zou tot 0,36 Mton CO2 besparing leiden. Bij 15% zou dit 0,54 Mton.

Data afkomstig van https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/Dashboard/Energiegebruik/

10% besparing alleen in het ‘care’ gedeelte van de zorg en niet de ‘cure’ kant, dus alleen verzorgingshuizen en niet de genezingslocaties zoals ziekenhuizen, leidt tot een jaarlijkse CO2-redctie van 0,2 Mton CO2.  Data uit conceptrapport Greendeal 2018.

Conclusie:

Als verzorgingshuizen voor ouderen, gehandicapten en zieken een reeks simpele maatregelen nemen en wat aandacht besteden aan gedragsmaatregelen, dan is met weinig moeite al 0,2 Mton per jaar te besparen. Met iets meer moeite kan dat ook 0,3 tot 0,4 Mton zijn. Deze maatregelen behoren tot de goedkoopste maatregelen per vermeden ton CO2-uitstoot.

Maatregel 5 - Verlichting uitzetten na werktijd - besparing: 0,3Mton

Verlichting uit te zetten in kantoren en winkels na werktijd

Winkels en kantoren laten nog steeds veel te vaak onnodig lichten branden na werktijd. Vaak staat de verlichting het hele weekend onnodig aan. Eerder werd becijferd dat 536 miljoen kWh elektriciteit kan worden bespaard door het uitschakelen van onnodige verlichting buiten bedrijfstijd. Dat scheelt 0,36 Mton per jaar aan uitstoot van CO2. Een timer, veegschakelaar, bewegingsdetectie of gewoon iemand daarvoor verantwoordelijk maken, doet wonderen en is zo terugverdiend.

Aan de ene kant zijn bedrijven sinds 2012 wel aan de slag gegaan met duurzamere verlichting en maatregelen om de uren dat licht aan staat te beperken. Aan de andere kant is de economische groei toegenomen, is de leegstand afgenomen en staat er nog steeds veel te veel licht onnodig aan. Op basis van deze twee tegengestelde bewegingen, rekenen we conservatief op een besparingspotentieel van 0,3 Mton uitstoot per jaar. Een verbod op onnodig verlichten buiten werktijden, zou enorm helpen en is dus een maatregel die de overheid weinig geld hoeft te kosten. In Frankrijk bestaat al zo’n regel. Daarnaast is betere informatie en meer aandacht voor het onderwerp ook op lokaal en regionaal niveau, ook een manier om snelle besparingen te bereiken.

Op de dag dat Earth Hour laat zien hoeveel er bespaard kan worden met 1 uur minder verlichting, een mooie maatregel om heel veel onnodige uren verlichting te gaan realiseren.

Meer informatie:

https://publicaties.ecn.nl/PdfFetch.aspx?nr=ECN-E–16-056

https://www.nachtvandenacht.nl/wat-kan-ik-doen/bedrijven/

Maatregel 6 - Netwerk semi-autonome kleine voertuigen - besparing: 0,5Mton

Netwerk semi-autonome elektrische kleine voertuigen

Er rijden heel veel bestelauto’s rond die samen 5,3 Mton per jaar uitstoten en een hele inefficiënte vorm van distributie vormen. Een deel van deze uitstoot kan weggenomen worden door te gaan rijden met semi-autonome elektrische voertuigen, die met de snelheid van een wandelaar tot jogger (5-8 km/uur) en het formaat van een lage ijscokar (80-100 cm breed, tot max 2 m lang, max 750 kg) rechts rijden in het buitengebied, op vakantieparken en industrieterreinen en zaken vervoeren die geen haast hebben. Het voertuig zit vol met sensoren en leert vaste routes rijden. Als er een onverwacht obstakel is, dan stopt het en kijkt er iemand mee op afstand, om te zien hoe het wagentje erom heen kan. Vandaar semi-autonoom: er kijkt wel iemand op afstand mee.

Plan: versneld opschalen semi-autonome voertuigen: 66.000 wagentjes in 2019 en 2020

In plaats van elektrische bestelbusjes, zou een deel van het goederenvervoer met deze semi-autonome elektrische wagens kunnen (bestelauto’s elektrificeren zou 3 tot 6 keer meer kosten). Een investering van bijna 800 miljoen, met een rendement op de investering van 20%, levert de komende twee jaar een besparing op van 0,5 mton.

Nodig van de overheid:

  • Duidelijke criteria met betrekking tot de veiligheid van deze voertuigen. Er zijn nu geen regels voor voertuigen die langzamer gaan dan 8 km/uur en een beperkt gewicht hebben, maar voor de opschaling is het nodig om achteraf niet verrast te worden. Wat zijn de eisen? Volgt de overheid het standpunt van de politie (als het voertuig niet harder gaat dan 5 km/uur dan zijn er geen verdere eisen)? Dan zou het prettig zijn als dat bevestigd wordt.
  • 200 Miljoen innovatiefonds om deze innovatieve voertuigen versneld in te voeren (versnelde beschikbaarstelling DKTI-regeling bijvoorbeeld). Met behulp van dit fonds kunnen gemeenten bijvoorbeeld concessies uitgeven voor routes waar semi-autonome voertuigen mogen rijden en een bepaalde CO2-reductie realiseren. Zie voor uitwerking de publicatie maatregel 6 onder downloads (aan de rechterkant van deze pagina).

Nederland is een vooraanstaand land op het gebied van elektrisch rijden. Op veel plekken in de wereld experimenteert men met (semi-) autonome elektrische voertuigen. Hier zou Nederland het initiatief naar zich toe kunnen trekken en als eerste opschalen en daarmee het gebruik van deap-learning technologie, nieuwe technieken rondom de gedistribueerde supercomputer en batterijtechnologie kunnen versnellen.

Op 9, 10 en 11 april 2019 laten partijen op Ameland een eerste toepassing zien op een vakantiepark, waar een semi-autonoom wagentje het linnengoed rondbrengt en daarmee heel veel ritjes met bestelauto’s uitspaart.

Maatregel 7 - Duurzaam bosbeheer - besparing: 0,2Mton

Bomen en bossen leggen veel CO2 vast. Ook zijn bomen en bossen ontzettend belangrijk voor de biodiversiteit. Het is dus belangrijk dat we zorgvuldig met onze bossen en bomen omgaan en streven naar natuurlijke bossen met een afwisselende opstand van inheemse bomen en struiken. Toch worden er erg veel bomen gekapt. Soms is dat niet erg, bijvoorbeeld wanneer er wordt gekapt omdat bomen ziek zijn, om te komen tot natuurlijke bossen of om andere natuur te behouden. De laatste jaren echter verdwijnt veel hout in biomassacentrales en is kaalkap teruggekeerd als beheersmaatregel om hout te oogsten en telen. Hierbij wordt steeds een stuk bos van zo’n 0,5-2 hectare kaalgekapt, de strooisellaag verwijderd en weer aangeplant met veel verlies van vastgelegde CO2 en biodiversiteit tot gevolg. Duurzamer bosbeheer komt de biodiversiteit ten goede en kan een besparing van 175.000 ton CO2 opleveren.

Den Haag, 12 april 2019  Urgenda, organisatie voor innovatie en duurzaamheid overhandigd samen met 63 natuurorganisaties maatregel 7 aan directeur Natuur en Biodiversiteit Donné Slangen van het ministerie LNV.

Te nemen maatregelen:

  1. verbied kaalkap van stukken bos als methode voor houtoogst of als verjongingsmaatregel;
  2. verbied bewerken van bosbodems;
  3. verbied de afvoer van biomassa uit het bos, met uitzondering van ecologisch verantwoorde afvoer van stamhout voor duurzaam gebruik.
  4. verbied kap van bomen voor energiedoeleinden.

Deze maatregel wordt onderschreven door:

Prof. Dr. Louise Vet, Prof. Dr. Martijn Katan, Weerman Reinier van den Berg,  Frits van Beusekom (ex-Staatsbosbeheer), expert duurzaam bosbeheer Jaap Kuper en ruim zestig maatschappelijke organisaties, waaronder Natuurmonumenten, WNF, Vogelbescherming en Natuur & Milieu:

Adviesgroep Ecologisch Toch, Art Commitment International Foundation, Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ‘s Gravenhage en omstreken (AVN), Behoud Bomen Arnhem, Bomen & Mensen, Bomenbescherming Amsterdam, Bomenbond Rijnland, Bomen Brigade Boxtel, Bomenridders Groningen, Bomenridders Leeuwarden, Bomenridders Rotterdam, Bomenstichting, Bomenstichting Achterhoek, Bomenstichting Den Haag, Boom & Bosch, Club of Rome Nederland, Comité Matiging Kapbeleid Slangenburg Doetinchem, Copijn Bruine Beuk boomverzorging, De Rechtmakers, Deventer Bomenstichting, Dorpsraad Griendtsveen, Earth Charter Nederland, Fete de la Nature, Geen biomassa centrale Diemen, Green Cross Nederland, Grenzeloos Groen, Groasis, Groen! Natuurlijk, Het bos de klos, Het Groene Hart Brabant, Kerngroep Ring Utrecht, Laat mij staan, Landelijk Meldpunt Bomenkap, Natuur & Milieu, Natuur- en Milieugroep Vught (NMV), Natuurmonumenten, Netwerk Duurzaam Dorp Diemen, Partij voor de bomen Texel, Platform Duurzame en Solidaire Economie, Stand Up For Your Rights, Stichting Amsterdam Fossielvrij, Stichting Behoud Natuurlijk Helenaveen, Stichting Groen in Amersfoort, Stichting Herstel Oosterpark, Stichting Levenschbomenbos, Stichting Natuurlijk Achterhoek, Stichting Natuur van Vroeger NU, Stichting Natuurvolgend Bosbeheer, Stichting Recht op Natuur, Stichting Sparrenrijk, Stichting ter behoud van het Schoorlse-en Noord-Kennemerduingebied, Stichting wAarde, Stop bomenkap Noordhollands Duinreservaat, Transitie Boxtel, Utrecht Klimaatneutraal, Vereniging Leefmilieu, Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, Vogelbescherming, Vrienden Van Amelisweerd, Vrienden van het Beusebos, Werkgroep Bosrijk, Werkgroep Licht op Groen Oude Ijsselstreek, Werkgroep Voetafdruk Nederland, Ware Winst Brabant en Wereld Natuur Fonds.

Toelichting:

Bekijk HIER de presentatie over natuurvolgend bosbeheer, die Jaap Kuper gaf op 12 april bij de uitreiking van de maatregel. Het bos melken in plaats van kappen is economisch aantrekkelijker!

  1. Bomen en alle groene planten in bossen leggen CO2 uit de atmosfeer vast in organische stof.
  2. (Voormalige) productiebossen, aangeplant met monotone opstanden van niet-Europese boomsoorten, dragen nauwelijks bij aan een hoge biodiversiteit. Een natuurlijk bos bestaat uit meerdere inheemse boom- en struiksoorten, van uiteenlopende leeftijden en bevat naast levende bomen ook dood staand en liggend hout. Vooral oude, dikke bomen met wijduitstaande takken, leveren een grote bijdrage aan de biodiversiteit. Deze bomen hebben ruimte en licht nodig om zich zo te ontwikkelen.
  3. Naarmate bossen ouder worden, leggen zij meer CO2 vast, zowel in bomen als in de bodem. Voor het klimaat, maar ook voor de biodiversiteit, is het dus belangrijk dat de bossen in Nederland volwassener worden.
  4. De afgelopen 5 jaar heeft kaalkap om hout te oogsten zijn herintrede gedaan in het beheer van bestaande bossen. Per keer worden 0,5 tot 2 hectare gekapt voor houtoogst of als beheersmaatregel. Bij elkaar gaat dit om zo’n 1.000 hectare per jaar.
  5. Kaalkap voor houtoogst betekent, ook op kleine schaal, afbraak van de opslag van CO2 in bomen. Het leidt ook tot afbraak van het bos als ecosysteem, met grote schade aan ecosysteemdiensten van bossen: klimaatregulatie, biodiversiteit en de natuurbelevingswaarde. Per hectare betekent dit zo’n 75 ton minder gebonden CO2.
  6. Bewerking van de bosbodem, toegepast na kaalkap voor productiedoeleinden, leidt tot afbraak van veel organisch bodemmateriaal. Daardoor vervliegt koolstof uit de bodem en neemt de CO2 in de lucht toe. Met de afbraak van het organisch bodemmateriaal daalt bovendien de bodemvruchtbaarheid. Daardoor daalt ook de capaciteit om op die plaats met nieuw bos in de toekomst op hetzelfde niveau CO2 vast te leggen. Met dit proces gaat zo’n 100 ton CO2 per hectare verloren.
  7. Compensatie door aanplant of inzaai (al dan niet spontaan) leidt pas op lange termijn (tientallen tot meer dan honderd jaren) tot herstel van de gebonden CO2-voorraad in het bos.
  8. Biomassa voor energiedoeleinden, verkregen uit kaalkap, is dus niet CO2-neutraal. Door kaalkap ontstaat een koolstofschuld van minstens vijftig jaar.
  9. Bovendien komt veel CO2 vrij in het productieproces van hout voor energiedoeleinden, voor chips en pellets (o.a. het transport, het versnipperen en het drogen en verbranden van het hout).
  10. Bij verbranden van hout komt per eenheid geproduceerde energie meer CO2 vrij vergeleken met verbranding van kolen of gas.

Oplossing:

Extensieve voortdurende uitdunning van het bos, in plaats van kaalkap, is de exploitatievorm die ervoor zorgt dat het bos als ecosysteem intact blijft, de voorraad gebonden CO2 in stand blijft, dat de bodem wordt beschermd, en dat er toch hout beschikbaar blijft komen.

Conclusie:

Het kaalkappen van stukken bos leidt tot:

  1. een grote uitstoot van CO2 door een verlaging van de voorraad gebonden koolstof in bomen en bodem;
  2. verlaging van de toekomstige CO2-opnamecapaciteit van bossen;
  3. afbraak van bosecosystemen: schade aan bodem, biodiversiteit en landschap;
  4. biomassa die niet CO2-neutraal is omdat het verwerkingsproces (transporteren, versnipperen, drogen) energie kost en hout bij verbranding nog meer CO2 uitstoot dan fossiel.
  5. duurzaam extensief bosbeheer voorkomt de huidige kaalslag van 1000 hectare per jaar en behoudt daarmee 175.000 ton CO2 in bodem en bos.

 Bronnen m.b.t. gebonden koolstof in bos en bodemvruchtbaarheid

  • Bonten, L.T.C., et al., 2015, Houtoogst en bodemvruchtbaarheid.

Alterra/Wageningen UR.

  • Jong, A. de, et al., 2015, Negen vragen over ecologie van de bosbodem.

Vakblad Natuur Bos Landschap november 2015.

  • Jong, A. de, et al., 2016, Houtoogst in relatie tot nutriëntenvoorraden in bossen op droge zandgronden.

Brochure, Vereniging van bos- en natuureigenaren VBNE.

  • Jong, J.J. de, 2011, Effecten van oogst van takhout op de voedingstoestand en bijgroei van bos. Alterra-rapport 2202.
  • Nabuurs, G.J., en G.M.J.Mohren, 1994. Koolstofvoorraden en -vastlegging in het Nederlandse bos. Nederlands Bosbouw Tijdschrift.
  • Nyssen, B., en R.Jans, 2016, Naar duurzaam bosbeheer op zandgronden.

Vakblad Natuur Bos Landschap september 2016.

  • Schelhaas, M.J., et al., 2002, Koolstofvastlegging in bossen: een kans voor de boseigenaar? Nederlands Bosbouw Tijdschrift 2002.
  • Siepel, H., 2018. Bodembiodiversiteit van zandgronden.

Bodem nr 3, juni 2018.

  • Staatsbosbeheer, Prestatie output Staatsbosbeheer 2012

Maatregel 8 - Steun voor wettelijke besparingsplicht - besparing: 0,4Mton

Beloon koplopers die zich aan wettelijke energiebesparingsplicht houden

Overheden alleen inkopen bij organisaties die voldoen aan energiebesparingsplicht

De Wet milieubeheer kent sinds 1993 een energiebesparingsplicht. Deze energiebesparingsplicht is gedefinieerd als de plicht voor organisaties om alle energiebesparingsmaatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar of minder terugverdienen. Lang niet alle bedrijven en instellingen voldoen aan deze wettelijke plicht. Diegenen die dat wél doen zouden beloond moeten worden met opdrachten vanuit de overheid.

Het eerste Energie Akkoord kende een energiebesparingsdoel voor 2020 van 100 Petajoule. Uit de Nationale Energieverkenning van 2017 (NEV 2017) bleek dat die energiebesparing nog 25 Petajoule achterbleef op dit doel. Deze 25 Petajoule extra energiebesparing staat gelijk aan circa 1,5 megaton CO2-reductie. Een deel van dit gat wordt veroorzaakt doordat de energiebesparingsplicht voor bedrijven niet wordt nageleefd.

Er kwamen aanvullende maatregelen: bedrijven kregen een informatieplicht die 6,5 PJ extra energie moest gaan besparen. De informatieplicht energiebesparing betekent dat bedrijven en instellingen verplicht zijn om het bevoegd gezag te melden welke energiebesparende maatregelen zijn genomen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Zo kan efficiënter worden gehandhaafd op die organisaties die nog niet voldoen aan de wet.

Ook deze verplichting wordt nog niet nageleefd. Instellingen die hiermee bezig zijn schatten dat slechts 25% van de bedrijven de gevraagde informatie heeft aangeleverd. Om deze nu alsnog binnen te halen en ook nog eens bijna 0,4 Mton CO2-besparing te realiseren, zouden overheden kunnen instellen dat ze alleen maar zaken doen met die bedrijven en instellingen die voldoen aan de energiebesparingsplicht. Bedrijven en instellingen zullen de overheid als klant niet kwijt willen raken en sneller de energiebesparingsplicht gaan naleven. En voor de overheid is dit eigenlijk een heel makkelijk en logisch te zetten stap: welke overheid wil zaken doen met een partner die zich niet aan de wet houdt?

Een flexibele pool van extra handhavers kan de provincies helpen om de daar gevestigde bedrijven te ondersteunen met het voldoen aan de energiebesparingsplicht. Voldoet een bedrijf of instelling niet, dan komt er een waarschuwing en de tips om wél te voldoen. Na een half jaar nog niet voldoen aan de wet betekent dan uitsluiting van opdrachten van de overheden. Daarmee beloon je de duurzame koplopers die wel hun nek hebben uitgestoken en maatschappelijke én economische verantwoordelijkheid hebben genomen. En je zet tegelijkertijd de achterblijvers aan om ook geld te verdienen met de verplicht te nemen energiebesparende maatregelen.

Maatregel 9 - Behoud salderen - besparing: 0,4Mton tot 0,9Mton

Doorgaan met salderingsregeling tot 2023 en afbouwen tot en met 2030

De energietransitie vraagt veel veranderingen in relatief korte tijd, als we de doelen van Parijs nastreven. Voor burgers betekent dat hun huis energieneutraal maken, anders gaan reizen (OV of elektrisch) en anders consumeren. Dat creëert onzekerheid en tevens het idee dat heel veel wordt afgewenteld op die burgers. Eén van de weinige regelingen die de burgers zeer waarderen, is de salderingsregeling voor zonnepanelen. Gelukkig heeft de overheid al besloten dat het salderen niet gestopt wordt in 2020 of 2021, maar doorgezet wordt tot 2023 en daarna rustig afgebouwd. Dat is fijn, want het geeft zekerheid en maakt dat mensen weer durven te investeren. Dan kan de markt voor zonne-energie nog harder groeien.

De groei van zonPV in 2018 was ruim 1,4 GWp. In 2019 wordt geschat dat 2 GWp wordt geinstalleerd. Als dat zo doorzet in 2020, gaan we naar 6,3 GWp eind 2019 en ruim 9 GWp eind 2020 (inschatting Dutch New Energy Research), hoger dan het doel van de regering. Als salderen blijft dan moet 7 GWp in 2020 ook makkelijk haalbaar zijn. Dus 1 GW extra zonvermogen tov bestaande doelen. Dat leidt tot een additionele reductie van ongeveer 0,4 Mton.

Dit is berekend met het Energietransitiemodel. Daarin is een scenario met 7 GWp zon op dak vergeleken met een scenario met 6 GWp zon op dak. Deze extra GWp zorgt voor 0,4 Mton afname van CO2-uitstoot (470 g/kWh opgewekt met de extra zon). In deze berekening zijn we uitgegaan van enkel veranderingen in zon op daken. Als de rest van het energiesysteem meeverandert heeft dit ook gevolgen voor de impact van extra zon op daken. Als de extra zon-pv op daken bijvoorbeeld zorgt dat een kolencentrale (600 – 1050 g/kWh) minder hoeft de draaien kan de additionele reductie oplopen tot 0,9 Mton.

Figuur 1: De berekeningen zijn gemaakt met het Energietransitiemodel. 7 GWp zon op daken produceren 21,82 PJ elektriciteit per jaar. 7 GWp is ongeveer 3,4 panelen per huishouden.

Dit alles naast de groei die plaatsvindt vanwege de SDE-regeling (subsidie duurzame energie). Er zit nog 12 GW SDE+ in de pijplijn, najaar 2019 wellicht nog 3 GW (inschatting H Bontebal , Stedin) erbij. Niet alles zal gerealiseerd worden, maar een flinke groei is realistisch. Dat alles zal bijdragen aan meer duurzame energie en minder stroom uit kolen en gas.

In Nederland vindt een enorm groei plaats van zonnepanelen. Vorig jaar kwam er bijna 50% zonnestroomvermogen bij in Nederland.

Figuur 2: Bron: Dutch New Energy Research, Dutch Solar Quarterly Q1-2019.

Maatregel 10 - Vergroenen 10% daken in Nederland - besparing: 0,1Mton

Met het plaatsen van planten op 10 procent van het beschikbare platte dak in Nederland, valt een besparing van minimaal 0,1 Mton CO2-eq te behalen. De CO2 besparing van groene daken komt door een combinatie van factoren: verminderd energieverbruik door beter warmtemanagement, een beter rendement voor zonnepanelen en doordat de planten CO2 opnemen. Daarnaast hebben groene daken vele andere voordelen: ze fungeren als regenwaterbuffers en fijnstoffilters, ze verminderen het “hitte-eiland-effect” in urbane gebieden terwijl zij tegelijkertijd de biodiversiteit bevorderen. Groene daken zorgen kortom voor gezondere lucht en gezondere mensen en mogelijk zelfs voedselvoorziening. Deze maatregel is een win-win-win dus: vergroen bestaande daken en stimuleer groene daken op nieuwbouw. 

De vele voordelen van groene daken:

De vele meetbare voordelen van groene daken zijn bij elkaar gebracht in de Facts & Values Groenblauwe daken. De cijfers zijn gebaseerd op een dertigtal onderzoeken naar: waterberging, geluidsisolatie, besparing op waterzuiveringskosten, vergroten leefgebied voor insecten, minder pijnstillers, gezondere lucht, natuurbeleving, noem maar op. Het enige voordeel wat ontbrak in dit overzicht is de CO2 opname. Urgenda hoopt dat met deze aanvullende berekening overheden en bedrijfsleven nog sneller vaart maken met het vergroenen van onze daken. Een investering die gedeeltelijk of helemaal kan worden terugverdiend via de energierekening, korting op rioolheffing en zorgkosten, zo redeneren de 40 overheden, kennisinstellingen en bedrijven in de Green Deal Groene Daken.

 Zo kan Amsterdam er ook uitzien – Bron: Alice Wielinga in opdracht van Rooftop Revolution

10 procent groen dak leidt tot 0,1 Mton CO2 besparing

Hoewel er nog veel meer onderzoek mogelijk is naar de klimaatwinst van groene daken, denken we hier een conservatieve maar degelijke schatting te hebben gemaakt. In de berekening is uitgegaan van een sedumdak, een dunne laag vetplanten die vooral een koelend effect heeft op warme dagen. Bij natuurdaken, zoals gras -of kruidendaken, krijgt men ook een besparend effect door isolatie in de winter. Hoe dikker de laag substraat hoe groter de isolatiewaarde en andere waarden zoals waterberging, geluidsisolatie en biodiversiteit. Hoe hoger de vegetatie, hoe meer CO2 wordt opgenomen. De CO2 besparing van deze maatregel kan dus nog veel verder oplopen wanneer wordt gekozen voor meer groen dakoppervlak dan 10%, een slimme combinatie van sedum en zonnepanelen, of voor natuurdaken, kruidendaken, daktuinen en dakparken.

De Rijksuniversiteit Groningen berekende het beschikbare oppervlak plat dak in Nederland, en deed dat specifiek ook voor de negen grootste Nederlandse steden. Deze steden hebben gezamenlijk al voldoende plat dak beschikbaar om de beoogde besparing te halen. Amsterdam en Rotterdam hebben het grootste totale oppervlak aan platte daken en werken aan een gezondere en klimaatbestendige stad door het actief stimuleren van groene daken op meerdere manieren.

Deze maatregel wordt ondersteund door  ruim 50 organisaties:

Deze maatregel is opgesteld in samenwerking met Rooftop Revolution, de Rijksuniversiteit Groningen en wordt ondersteund door het samenwerkingsverband Stichting Green Deal Groene Daken dat veertig partners telt, en nog negen organisaties:

De 40 partners van het samenwerkingsverband Green Deal Groene Daken: de provincies Noord-Brabant en Overijssel; gemeenten Almere, Amsterdam, Enschede, Rotterdam, Tilburg, Eindhoven en Son en Breugel; Waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Aa en Maas, de Dommel, en Vechtstromen, ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ministerie Infrastructuur en Waterstaat, VEBIDAK, Vereniging Bouwwerk Begroeners, VHG Branchevereniging, Vereniging GDO, Leven op Daken, BTL Nederland, Mastum Daksystemen, Nelen & Schuurmans, Optigroen, Sempergreen, Van der Tol Groep, Zinco Benelux en Atelier GroenBlauw, Carlisle Construction Materials BV, Triflex BV, Zoontjens International BV, Amsterdam Rainproof, NIOO-KNAW, Stichting Roof Update, VIBA-Expo, de Vlinderstichting, Stichting Groenkeur, de Natuur en Milieufederaties, Grachten van Smaragd.

En daarnaast: ASN Bank, Natuur & Milieu, Dakakker, De Gezonde, NL Greenlabel, Rotterdams Milieucentrum, De Groene Grachten, Vogelbescherming, Interpolis, Milieudefensie, Greenpeace, 02025, de Nederlandse Energiecommissie, Donkergroen, Dakdokters, Metropolder company en gemeente Wageningen

BIJLAGE BEREKENING

Alleen al door de verwachte winst door verminderd energiegebruik als gevolg van de koelende werking van een groen dak is zo’n 0,7 kg minder C/m2 dakoppervlak te bereiken. Deze energiebesparing  bedraagt volgens het onderzoek van Getter[1] et al zo’n 2% op de elektriciteitsrekening en 11% op de gasrekening (in Michigan, een vergelijkbaar klimaat met Nederland). Eén ton C staat gelijk aan 3,7 ton CO2, dus 1 m2 dak bespaart volgens bovenstaand onderzoek dus: 0,7 * 3,7 = 2,59 kg CO2 / m2 / jaar.  Dit vermenigvuldigd met 40 km2 dakoppervlak komt neer op 0,1 Mton CO2 besparing.

De Green Deal Groene Daken laat vergelijkende positieve effecten[2] zien: koelend effect binnen (-4C), koelend buiten (-2C dus minder airco bij andere gebouwen in de omgeving), besparing airco: -75% (bij gebouwen van voor 1987) en een hogere opbrengst zonnepanelen (6%). Dit laatste is nog niet meegerekend in de maatregel en biedt extra CO2 besparingsmogelijkheid voor daken waarin groen slim wordt gecombineerd met PV-panelen.

Voor de de sequestratie door de groeiende planten rekent Getter1 in twee jaar tijd 4,67 kg C/m2. Daarna zijn de planten volgroeid. Een uitgebreidere vegetatie op de daken dan sedum levert een grotere besparing op. Dan is de CO2 opname hoger en gaat deze langer door. Zo berekenen Whittinghill et all (2014)[3] een sequestratie van 5,64 kg/m2 voor een ‘prairiedak’ tot 65,25 kg C/m2 voor een ‘ornamental green roof’.

Ook wordt met uitgebreidere vegetatie de isolatiewaarde groter. Een studie uit Cyprus op verschillende kantoorgebouwen laat bijvoorbeeld zien dat een uitgebreidere vegetatie leidt tot een grotere daling in energieverbruik oplopend tot 25% in de winter en 20% in de zomer[4].

Overigens wordt aanbevolen het dak ook te isoleren tegen kou, wanneer men een groen dak aanlegt. Met de winst hiervan is niet gerekend.

De Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen heeft op basis van analyses van Deloitte[5] bevestigd dat er meer dan 400 km2 aan plat dakoppervlak[6] in Nederland is dat zich potentieel zou lenen voor vergroening[7].  Ook hier ligt groot CO2 besparingspotentieel, door niet 10% maar 20 of 30% van de daken te vergroenen. De negen voornaamste urbane centra van Nederland hebben gezamenlijk al 65 km2 aan plat dak (zie figuur)[8] zo berekende RUG.

Samenvattend:

  • Een besparing van 0,1 Mton CO2 is mogelijk vanwege lager energiegebruik (verkoelend effect) door 10% van de Nederlandse platte daken te vergroenen;
  • Slim combineren van groen met PV levert aanvullend een 6% hogere energieopbrengst;
  • Door CO2-vastlegging in de vegetatie is nog meer CO2 besparing mogelijk;
  • De totale besparing wordt groter naarmate de substraatlaag dikker is en/of beplanting hoger is. En een uiteraard een grotere besparing wanneer meer dan 10% van het dakoppervlak wordt vergroend;
  • Daarnaast leveren groene daken andere bijkomende voordelen op, zoals regenwater bergen, biodiversiteit versterken en fijn stof uit de lucht filteren.

 

[1] Getter, K.L., Bradley Rowe, D., Philip Robertson, Cregg, B, M., & J.A. Andresen 2009, “Carbon Sequestration Potential of Extensive Green Roofs”, Environ. Sci. Technology, 43, pp. 7564–7570.

[2] https://www.greendealgroenedaken.nl/facts-values/

[3] Whittinghill et al, 2014; Quantifying carbon sequestration of various green roof and ornamental landscape systems.

[4] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0959652617319601

[5] Deloitte berekende de potentie voor zonnepanelen voor alle daken in Nederland op basis van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen en het  Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2-2014): https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/data-analytics/articles/zonnepanelen.html. Op basis van deze data kan 550 km2 aan dakoppervlakte worden aangeduid als plat of licht hellend. Om er rekening mee te houden dat veel van deze daken, juist in utiliteitsbouw met grote oppervlakten (bijvoorbeeld in het geval van loodsen met lichte daken, of glazen kassen), niet belast zouden kunnen worden is steekproefsgewijs bepaald dat we van 75% van dit getal kunnen uitgaan.

[6] Onder “platte daken” worden dakvlakken met een helling kleiner dan 15 graden gerekend.

[7] Hierin is geen rekening gehouden met noodzakelijke constructieberekeningen van de draagkracht van daken en of het huidige dakbedekkingstype geschikt is als ondergrond voor een groen dak.

[8] Voor de berekening van het percentage dakoppervlak van de 10 grootste gemeenten is uitgegaan van het totale bebouwde oppervlak volgens het BAG in verhouding tot de totale oppervlakte van platte dakdelen (<15% helling) volgens Deloitte, binnen de respectievelijke gemeentegrenzen. Deze schattingen zijn daarmee maximale schattingen. Zoals gezegd zou een meer conservatieve schatting ca. 25% lager liggen dan de hier aangegeven getallen. Dit levert echter nog steeds een totale vergroeningspotentie van 49 km2 (75% van 65,6 km2) voor alleen de 10 grootste gemeenten.

VIDEO’S 2x